*

 

Als het misgaat

Ricus Dullaert − 31/01/09, 00:00

Wie kijkt er om naar studenten die het niet redden? De ene opleiding spoort ze actief op, maar vaak moet de student toch echt zelf om hulp vragen.

De eerste weken van het studentenleven is alles nieuw en spannend. Maar als de introductieperiode voorbij is en de studenten hun ritme moeten vinden, blijkt niet iedereen om te kunnen gaan met de vrijheid van het nieuwe bestaan. Gevolg: jongeren met heimwee die alleen op hun kamer zitten, hun tentamens niet halen en stilletjes uit het zicht verdwijnen.

Jennifer Jongen (22) kan daarover meepraten. Het vwo rolde ze zonder problemen door, en ze besloot Voeding en Gezondheid te gaan studeren in Wageningen. Dat was niet zo gemakkelijk als ze had gedacht. „Op de middelbare school was ik gewend niets te doen. Ik kon de omschakeling naar de universiteit niet maken. Daarnaast ging het toen niet zo goed met mijn vader. Ik deed mijn stinkende best, maar al mijn vriendinnen haalden achten en ik vieren en vijven.”

De onzekerheid sloeg toe. Jongen: „Ik ging aan mezelf twijfelen. Ik dacht: ’Kan ik de universiteit wel aan? Moet ik er maar mee ophouden?’” Haar vriendinnen probeerden haar wel te helpen, maar zonder resultaat.

Jongen keek het aan tot januari. Toen ze slechts twee van haar tentamens gehaald had, besloot ze naar studieadviseur Jill Idzinga te stappen. „We maakten samen een plan van aanpak voor de rest van het jaar. Dat werkte niet gelijk, maar in de laatste periode werden mijn cijfers een stuk beter.” De rest van haar studie kwam Jongen niet meer in de problemen. Ze heeft – ondanks haar opstartproblemen in drie jaar haar bachelor gehaald.

Het verhaal van Jongen is niet uitzonderlijk. Idzinga krijgt elk jaar studenten over de vloer die het niet redden. „Sommigen staan na twee weken huilend op de stoep. Het lukt niet met de studie, of ze zitten in hun eentje op een kamer bij een hospita.”

De meesten zijn gebaat met een goed gesprek en een betere studieplanning. „Als er echt iets ernstigs achter zit, stuur ik ze ook door naar de studentenpsycholoog.”

Want niet iedereen stapt uit zichzelf naar een studieadviseur of studentenpsycholoog. Hoe gaat de opleiding om met studenten die niet meer op college komen en hun tentamens overslaan?

De studenten krijgen aan het eind van het eerste jaar een dringend studieadvies, vertelt Idzinga. „Dit is niet bindend, maar zorgt er wel voor dat studenten die niet op hun plek zitten gaan nadenken of ze de goede keuze hebben gemaakt.”

De studieadviseur merkte dat een brief aan het eind van het studiejaar eigenlijk te laat komt. Daarom voegde ze zelf twee meetmomenten in: in januari en in juni, waarbij Idzinga de studieresultaten van elke student bekijkt.

Het eerste meetmoment van dit jaar is net geweest. „En om eerlijk te zijn ben ik best geschrokken”, zegt Idzinga. 26 van de 88 eerstejaars bleken de helft of minder van het maximale aantal punten gehaald te hebben.

De resultaten gaan in een brief naar het ouderlijk adres. Dat geeft de brief wat extra gewicht, meent Idzinga. Voor degenen die minder dan de helft van het aantal punten hebben gehaald, staat in de brief een uitnodiging om eens langs te komen voor een gesprek.

Geven studenten met slechte resultaten daar na herhaalde oproepen geen gehoor aan, dan grijpt Idzinga naar de telefoon om te vragen wat er aan de hand is. Het helpt, merkt ze. „Ik belde onlangs nog een jongen die weinig punten gehaald heeft. Hij zei: ’Ik zou uit mezelf niet langs zijn gekomen. Maar omdat je belde, heb ik een stok achter de deur.’ Daarnaast doe ik het ook voor mijn eigen gemoedsrust.”

Niet elke opleiding is zo actief in het opsporen van studenten die ze uit het oog zijn verloren. Toen de 24-jarige Dennis (die om privacyredenen niet met zijn echte naam in de krant wil) enkele jaren geleden aan zijn studie Bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen begon, merkte hij al snel dat de studie eigenlijk niets voor hem was. Na drie maanden ging hij dan ook niet meer naar college of tentamens.

„Aan mijn afwezigheid deden ze niets”, zegt Dennis. Hij kreeg halverwege het jaar wel een brief met de mededeling dat hij te weinig punten had gehaald om tot het tweede jaar toegelaten te worden, maar er kwam geen gesprek. Dennis: „Ik had wel een mentor. Maar als je zelf niet naar iemand toestapt om uit te leggen waarom je je gezicht niet meer laat zien, zal die geen initiatief nemen.”

Dat dit zeker bij grotere opleidingen het geval is, kan Joosje van den Munckhof beamen. Als studieadviseur bij de opleiding Rechten van de Universiteit van Tilburg ziet ze elk jaar vijfhonderd eerstejaars voorbijkomen. Zo nu en dan belt ze een student op die het niet lijkt te redden. „Maar we kunnen niet elke student individueel gaan begeleiden; het zijn er simpelweg te veel”, aldus Van den Munckhof.

Wel stuurt de opleiding halverwege het jaar een brief aan studenten met studieresultaten. „Wat dat betreft proberen we wel pro-actief te zijn. Aan de andere kant blijft het zo dat een student een eigen verantwoordelijkheid heeft om contact op te nemen als het wat minder gaat.”

Idzinga van de Wageningen Universiteit blijft voorstander van de persoonlijke aandacht. „Eerstejaarsstudenten hebben soms iemand nodig die ze eraan herinnert waarom ze ook alweer voor de studie gekozen hebben. Sommigen werken zich in het begin misschien in de nesten. Maar als je ervoor blijft gaan, kan je met een steuntje in de rug een heel eind komen. Net als Jennifer.”

mailIcon print |