Laat scholen niet veranderen in een fort, zet alsjeblieft geen beveiligingspoortjes en geen grote hekken rond de school. Dit soort opmerkingen was deze week in verschillende toonaarden op te tekenen, nadat op een schoolplein in Amsterdam-Zuid een 69-jarige overblijfkracht was doodgestoken. Maar veel ouders zullen geschrokken zijn. Kunnen zij er nog op vertrouwen dat hun kind veilig is op school?
Dat gevoel is te begrijpen, want de lijst met gewelddadige voorvallen rond scholen is lang. Neem de schietpartij in het Duitse Winnenden, twee weken geleden, die vijftien mensen het leven kostte. Of de moord op twee kinderen en een volwassen vrouw in een crèche in Dendermonde, eind januari. Of de bedreigingen van scholen in Weesp en Breda, door morbide grappenmakers die op de schrik over ’Dendermonde’ en ’Winnenden’ inspeelden.
Langer geleden al is de dood van een 16-jarige jongen die bij een middelbare school in Alkmaar een dodelijke klap kreeg. En ook de moord op een leraar van het Haagse Terra College door een boze leerling staat velen nog helder voor de geest.
Maar wat zeggen al deze voorvallen over de veiligheid op scholen? Dat is moeilijk te zeggen. In elk geval is het verstandig de verschillende onderwijssoorten te onderscheiden. Messentrekkerij en ander geweld komen bijna alleen voor in het voortgezet onderwijs en in het mbo. Toch voelen de meeste scholieren en leraren zich veilig op school, blijkt uit onderzoek, en dat veiligheidsgevoel is de afgelopen jaren eerder toe- dan afgenomen.
Op basisscholen zijn de veiligheidsproblemen van een heel andere orde. Het komt wel eens voor dat drieste ouders verhaal komen halen op school bij vermeend onrecht jegens hun kind. En dat gaat niet altijd in harmonieuze sfeer. Maar slechts zelden loopt dat uit de hand.
Het enige ernstige geval van geweld op een basisschool is dat van de 8-jarige Jesse Dingemans uit Hoogerheide; die werd eind 2006 doodgestoken door iemand die de school was binnengelopen. Toenmalig onderwijsminister Van der Hoeven opperde daarop dat de schooldeuren voortaan op slot zouden moeten. Maar ook toen was al snel het pleidooi te horen om van scholen vooral geen vesting te maken.
Maar het grote verschil tussen de dood van Jesse en alle andere geweldsincidenten is dat die andere voorvallen, althans in Nederland, rechtstreeks met het onderwijs te maken hebben: steeds gaat het om conflicten tussen leerlingen onderling of tussen leerling en leraar. Die relatie met school was in Hoogerheide zo goed als afwezig. „Dit had ook op straat of in de supermarkt kunnen gebeuren”, zei lerarenvakbond AOb destijds al. „Tegen zoiets kun je je niet wapenen.”
In Amsterdam is inmiddels een verdachte aangehouden. Van dader en motief is nog weinig bekend en voor verstrekkende conclusies is het daarom nog te vroeg. Maar ook voor dit voorval lijkt te gelden: zoiets kan overal gebeuren.
Hekken rond het schoolplein en deuren op slot zouden in Amsterdam overigens niet geholpen hebben. Volgens de laatste politieberichten is de overblijfkracht weliswaar op het schoolplein neergevallen en overleden, maar gestoken op het voetpad erlangs. Maar dat stelt ouders uiteraard nauwelijks gerust.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.