*

 

Vrijescholen voelen zich beknot

Harriët Salm − 19/03/09, 00:00

De onderwijsinspectie wil dat vrijescholen meer doen aan taal- en rekenonderwijs. Blijft er dan nog wel genoeg tijd over voor het eigen karakter van deze scholen? „We zitten in een spagaat.”

De vrijeschoolbeweging staat aan het begin van een ideologisch geladen debat. De overheid eist meer aandacht voor cognitieve vakken in het onderwijs op de vrijescholen. Maar lang niet alle ouders en leerkrachten vinden dit verenigbaar met het antroposofisch gedachtengoed.

Leo Stronks, voorzitter van de vereniging van vrijescholen, erkent dat de onderwijsinspectie steeds meer concrete eisen stelt aan de vrijescholen. „Er moet bijvoorbeeld meer tijd besteed worden aan taal en rekenen. Maar de vraag is: kun je dan nog wel genoeg tijd besteden aan de andere zaken die je wilt doen als vrijeschool? De dingen die onze identiteit bepalen en waarop ouders de school hebben uitgekozen? We zitten dus in een spagaat.”

Stronks voert sinds vorige week het woord voor het bestuur van de Geert Groote basisscholen 1 en 2 in Amsterdam-Zuid, waar de afgelopen maanden heibel ontstond over de koers van het onderwijs. De scholen staan onder druk van de inspectie, die het onderwijs op een van de twee scholen zelfs zeer zwak noemt. Een zogenoemd verbeterplan van de directie stuitte vervolgens op heftig verzet van een groep ouders en leerkrachten. Het bestuur is inmiddels vertrokken en wordt deze week vervangen, kondigt Stronks aan.

Er zijn in Nederland circa 100 vrijescholen, die allemaal te maken hebben met soms heftige discussies met de onderwijsinspectie, maakt Stronks duidelijk. De scholen volgen de leer van de Oostenrijker Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie. Zij werden ’vrij’ genoemd omdat de overheid er geen zeggenschap over had. Er is veel ruimte voor beweging en creativiteit, naast de cognitieve vakken als taal en rekenen. Steiner geloofde dat de menselijke ziel steeds reïncarneert. De leraar moet de kinderen helpen hun eigen kwaliteiten te ontdekken.

Stronks: „De vrijescholen hebben een heel breed onderwijsaanbod waarbij we naar de hele mens kijken. Dat is waardevol en dat willen we behouden, terwijl tegelijk de cognitieve ontwikkeling van de kinderen meer nadruk moet krijgen. Hoe gaan we dat doen?”

Zijn vereniging wil met schoolleiders, leerkrachten en ouders over dit punt een ’open discussie’ gaan voeren, zegt Stronks. Op de ruziënde scholen in Amsterdam moet dat gesprek volgens hem nog op gang komen. Sommige ouders zijn bang dat er weinig overblijft van de idealen van de vrijeschool als ze zich aanpassen aan de wensen van de overheid.

Stronks: „We moeten eerst leren naar buiten toe duidelijk te formuleren wat onze identiteit en onze kracht is. Dat is nodig, nu er meer druk komt vanuit de overheid.”

Hij noemt een concreet voorbeeld: euritmie. Dat is een vorm van bewegingsonderwijs die deel uitmaakt van de lessen op de vrijeschool. „Alleen kost dit veel tijd. Moet dit nu behouden blijven of mag dat gewoon maar gym worden? Zo’n inhoudelijke discussie moeten wij nu voeren over veel onderwerpen.”

De Utrechtse hoogleraar onderwijskunde Theo Wubbels ziet een vergelijkbaar debat gaande in het montessorionderwijs. Vrijescholen en montessorischolen hebben traditioneel in Nederland veel vrijheid, zegt hij. Ze bepaalden altijd zelf hoe ze het onderwijs inrichten. De laatste jaren is de overheid strenger, waardoor die vrijheid afneemt.

Wubbels: „Waar eerst alleen werd gezegd wat de leerlingen aan het einde van groep 8 moesten kunnen, is tegenwoordig per leerjaar vastgelegd wat dat moet zijn. Dat betekent dat de overheid zich dus ook met het hoe is gaan bemoeien.”

Logisch, vindt Wubbels, want de betaler bepaalt. „Als ouders alles zelf willen beslissen moeten ze maar een privéschool oprichten.”

mailIcon print |