*

 

’Vergelijking met abortus gaat mank’

Van onze verslaggeefster − 10/08/10, 00:00

NVVE-voorzitter Petra de Jong vergelijkt in tijdschrift Medisch Contact de levenseindekliniek met een abortuskliniek. „Op een gegeven moment werd abortus legaal, maar toch konden vrouwen nergens terecht. Daarom zijn er uiteindelijk klinieken voor opgericht”, zegt ze.

Die vergelijking is ongelukkig én onjuist, zegt hoogleraar vrouwenstudies Joyce Outshoorn, die promoveerde op de abortuswetgeving. „De voorgeschiedenis is een hele andere, en De Jong heeft de volgorde verkeerd”, zegt Outshoorn.

Hoe zit het dan wel?

In 1970 diende de PvdA een initiatiefwet in om abortus te legaliseren, maar dat voorstel strandde op tegenstand van de confessionele partijen. Die gaven hun verzet later op.

In 1981 nam het parlement de abortuswet aan. In 1984 voerde het eerste kabinet-Lubbers van CDA en VVD de Wet Afbreking Zwangerschap in, waarmee een einde kwam aan het verbod op abortus.

Maar vrouwen konden in Nederland al vele jaren voordat het officieel werd toegestaan een abortus krijgen. Vanaf de jaren zeventig werden abortusklinieken opgericht en ook in ziekenhuizen was het mogelijk een zwangerschap af te breken. Vanaf 1974, zegt Outshoorn, was abortus in de praktijk voor alle vrouwen toegankelijk. „Je kon het nummer van de kliniek gewoon in het telefoonboek opzoeken.”

De klinieken werden gedoogd: gelet op de discussie in parlement en samenleving vond het Openbaar Ministerie het niet nodig in te grijpen, voor zover zich geen uitwassen voordeden.

Toenmalig KVP-minister Dries van Agt probeerde in 1974 de Bloemenhovekliniek te sluiten, maar dat mislukte. Twee jaar later deed hij nog een poging. Honderden feministes bezetten de kliniek. Met succes: Van Agt haalde bakzeil en de kliniek bleef open, ook al was abortus wettelijk verboden.

Bij de abortuswetgeving ging de praktijk dus voor de wet uit en niet, zoals de Jong zegt, andersom.

De Jong zit er niet alleen historisch naast, meent Outshoorn. Ze vindt de vergelijking ook ongelukkig.

„Abortus is iets heel anders dan euthanasie. In het algemeen wordt een foetus niet erkend als zelfstandig persoon en in elk geval neem je bij abortus een beslissing voor iemand anders. Bij euthanasie praat je over mensen die zélf te kennen geven niet verder te willen.”

Daar komt bij dat de maatschappelijke context nu een heel andere is dan ten tijde van de abortusdiscussie. Een ’voltooid leven’ valt buiten de criteria van de nieuwe euthanasiewet en levensbeëindiging bij dementerenden is zeer gecompliceerd. Over beide is maatschappelijke en parlementaire discussie en in de Tweede Kamer is geen meerderheid voor verruiming van de regels.

Outshoorn kan het initiatief van de NVVE voor een levenseindekliniek dan ook niet anders zien dan als een ’tactische zet om de discussie weer vlot te trekken’.

mailIcon print |