*

 

Sleutelen aan de beurs

Cyntha van Gorp, redactie politiek − 30/01/10, 00:00

Wat is het lot van de studiefinanciering? Blijft de overheid studenten steunen of worden zij opgezadeld met een hypotheek op hun toekomst? De coalitiefracties houden zich gedeisd, SP en PVV pleiten voor behoud, VVD en GroenLinks komen met eigen, alternatieve stelsels.

  • (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Dit voorjaar nog komen twintig ambtelijke werkgroepen in Den Haag met voorstellen waarmee het kabinet 35 miljard aan bezuinigingen moet realiseren. Vier van die werkgroepen bedenken nu hoe er miljarden op onderwijs bezuinigd kunnen worden, één van hen laat haar licht schijnen over de studiefinanciering. „Ik sta achter het stelsel zoals het nu is, anders had ik het wel veranderd”, zei minister Ronald Plasterk nog tijdens de onderwijsbegroting in november. „Maar een heroverweging sluit ik niet uit.”

Tegelijkertijd moet de bewindsman rekening houden met het Kamerbreed aangenomen PvdA-voorstel, waarin de ambitie wordt uitgesproken om het Nederlandse onderwijs naar de topvijf van de wereld te loodsen. Maar daarvoor is geld nodig. Rest de vraag: welk geld?

De PvdA zal daar niet lang over na hoeven denken. Keer op keer bepleit de partij om het huidige stelsel van studiefinanciering om te zetten in een sociaal leenstelsel. Nu geldt voor de meeste studenten dat ze gedurende vier jaar een basisbeurs krijgen. In het leenstelsel wordt de gift van de overheid omgezet in een lening, die na afloop van de studie moet worden terugbetaald. De termijn is daarbij afhankelijk van het inkomen van de ex-student.

In het voorjaar van 2006 is het partijleider Bos die voor dit leenstelsel pleit. Twee jaar later doet toenmalig PvdA-fractievoorzitter Jacques Tichelaar het dunnetjes over. Een prima manier om de kosten van de vergrijzing te drukken, stelt hij.

In oktober 2007 blijkt uit een uitgelekte brief dat het kabinet nadenkt over afschaffing van de studiebeurs om zo de lerarensalarissen te bekostigen. Plasterk houdt vol dat er nog helemaal geen plan is, maar wordt toch opgetrommeld voor een spoeddebat. Het al dan niet bestaande plan wordt door de complete Kamer –minus de PvdA– afgeserveerd.

Inmiddels zijn de sociaal-democraten, met het oog op de ambtelijke werkgroepen, een stuk minder uitgesproken. „We hebben gezegd wat we gezegd hebben”, begint Kamerlid Marianne Besselink. „Maar nu staan de kwaliteit en de motie-Hamer voorop. Wij willen bij de topvijf in de wereld horen. De maatregelen die uit de heroverwegingen komen, gaan we in dat licht bezien.”

De overige coalitiefracties, CDA en ChristenUnie, zijn om dezelfde reden terughoudend. Geen van beide partijen wil bij voorbaat al een blokkade opwerpen voor de ambtelijke werkgroepen. „We zullen toetsen of een nieuw stelsel gevolgen heeft voor jongeren wier sociaal-economische achtergrond minder gunstig is”, zegt Kamerlid Jan Jacob van Dijk (CDA). Hij wijst erop dat Nederland jaar in jaar uit wordt geroemd door onder meer de Oeso vanwege de toegankelijkheid van het hoger onderwijs; óók voor allochtonen en kinderen van ouders die het niet zo breed hebben. „Dat moeten we nu niet overboord gooien.”

De ChristenUnie heeft nooit specifieke wensen gehad ten aanzien van een leenstelsel, zegt Kamerlid Ed Anker. „Wij hebben geen reden om aan het huidige stelsel te sleutelen. Het is een mooi systeem: voor iedereen een vaste voet en mensen die meer nodig hebben kunnen bijlenen. Bovendien hebben we het systeem juist opgeknapt, door verbeterde regelingen in te voeren omtrent het terugbetalen van de lening. Zo kun je een pauze inlassen als je een gezin wil stichten waardoor je al voldoende kosten hebt.”

Bij de oppositiefracties ligt het eveneens verdeeld. SP is mordicus tegen afschaffing van de studiefinanciering en ook de PVV weigert het mes in de basisbeurs te zetten. „Een bedreiging voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs”, meent Jasper van Dijk (SP). Liefst zou hij de maandelijkse toelage van studenten ophogen. „En de termijn mag ook wel omhoog. Nu gaan we uit van drie jaar bachelor en één jaar master, terwijl andere landen uitgaan van vier jaar bachelor en twee jaar master. Ik wil advocaten, natuurkundigen, juristen, dat is van groot belang voor de ontwikkeling van Nederland.”

Meer geld naar de studiefinanciering dus? PVV-Kamerlid Martin Bosma betwijfelt of dat realistisch is. „Als iedereen een kwartje extra krijgt, ben je weer miljoenen verder, bij wijze van spreken.” Een sociaal leenstelsel ziet hij niet zitten: „Dan parkeren we de rekening bij studenten. Zo’n hypotheek op je toekomst, neem je niet gauw op jeugdige leeftijd.”

Volgens de SP blijkt zelfs uit onderzoek dat 35 procent van de studenten afhaakt als ze hun hele studie bij elkaar moeten lenen. De ChristenUnie plaatst het in perspectief: „Iedereen heeft het altijd maar over leenangst, maar over terugbetaalangst hoor je nooit iemand.” Bij de VVD is het überhaupt geen afweging: „In Australië hebben ze tien jaar terug een dergelijk stelsel ingevoerd en er blijken nu niet minder studenten te zijn”, weet Kamerlid Mark Harbers.

Zijn partij wil wel degelijk dat de studiefinanciering wordt omgezet in een lening die na het afstuderen tegen een lage rente, inkomensafhankelijk, terugbetaald moet worden. „Maar we willen alleen een sociaal leenstelsel als het geld dat daarmee vrijkomt direct wordt gestoken in de kwaliteit van het onderwijs. Dat betekent dat er ruim een miljard rechtstreeks naar het hoger onderwijs gaat, dat lijkt me toch niet verkeerd voor de kenniseconomie.”

Ook GroenLinks heeft onlangs eigen plannen gelanceerd. De partij wil elke student (ongevraagd) een studieloon op bijstandniveau –zo’n 700 euro– geven, zodat enkel nog een klein bijbaantje nodig is. Na afloop van de studie komt de zwaarste-schouders-taks in beeld. „Iedereen betaalt alles terug, maar wel naar draagkracht”, licht Tofik Dibi toe. Hij ontkent dat hij studenten zo opzadelt met een studieschuld: „De overheid investeert in jou, dan is het niet meer dan normaal dat je dat terugbetaalt. Bovendien doet iedereen in dit stelsel mee, ook de kinderen van rijke pappies en mammies. En daarom is het sociaal.”

Niet iedere partij is echter zo uitgesproken. Zo woedt er binnen D66 nog een stevige discussie over het ideale bekostigingsstelsel. Voor zowel studiefinanciering als een sociaal leenstelsel is wat te zeggen, meent Kamerlid Boris van der Ham. Vooralsnog is het echter wachten op de uitkomsten van de heroverwegingsoperatie. Dan zullen ook de coalitiefracties hom of kuit moeten geven.

mailIcon print |