De nieuwe meetmethodes van de Gezondheidsraad moeten leiden tot een nieuwe omgang met het kankerverwekkende bouwmateriaal.
Er heerst duidelijk wat opwinding onder de experts die hebben meegewerkt aan het conceptadvies ’Asbest’ dat binnenkort officieel wordt aangeboden aan de opdrachtgevers: de ministeries van vrom en van sociale zaken. „We hebben twintig jaar kennis toegevoegd”, klinkt het voldaan. En: „Dit rapport betekent een doorbraak in denken. We gaan een nieuwe norm scheppen.”
De aanleiding voor het nieuwe conceptadvies van de Gezondheidsraad was het eerdere onderzoek van het Erasmus MC Rotterdam, waaruit bleek dat er een sterke relatie is tussen de zogenoemde asbestwegen in het Twentse Goor (waar Eternit haar afval als verharding had aangeboden) en het voorkomen van longvlieskanker in dit gebied bij vrouwen. Hier is voor het eerst vastgesteld dat ook mensen die niet direct met asbest werken, toch kanker van de stof kunnen krijgen.
Het ministerie van milieu vroeg vervolgens aan de Gezondheidsraad of dit onderzoek moest leiden tot een algemene aanscherping van de milieu-eisen. De Gezondheidsraad stelde dat deze vraag niet te beantwoorden was omdat de onderzoeken van zeg 20 jaar geleden naar de effecten van blootstelling aan asbest van onvoldoende kwaliteit waren. Waarop Vrom en Sociale Zaken in 2006 de Gezondheidsraad opdracht gaven tot een geheel eigen onderzoek. Medewerkers hielden buitenlandse cohortenstudies waarin werknemers in de asbestbranche tientallen jaren zijn gevolgd, opnieuw tegen het licht en berekenden met moderne methodes het risico van de blootstelling aan asbest. Zij kwamen uit op veel hogere kankerscores.
Allereerst staat de Raad in haar rapportage stil bij het ontstaan van asbest gerelateerde ziekten. Ingeademde asbestvezels komen tot in de kleinste luchtwegen en de longblaasjes. Als ze niet te groot zijn, worden ze opgenomen. Grotere vezels migreren in het weefsel. Vooral deze langere vezels veroorzaken kanker. Tot nu toe is alleen het ontstaan van longvlieskanker gekoppeld aan asbest. Maar de Gezondheidsraad verwijst in haar rapport naar een omvangrijke Nederlandse epidemiologische studie uit 1997 waarin wordt gesuggereerd dat 12 procent van alle longkankergevallen onder mannen te voorkomen is door het vermijden van beroepsmatige blootstelling aan asbest. Dit percentage komt globaal overeen met recente studies in het buitenland. Omgerekend zou het hier gaan om een schatting van 900 sterfgevallen per jaar. En dan telt de raad de geschatte gevallen van eierstok- en strottehoofdkanker niet eens mee.
Verder gaat de raad in op het onderscheid dat in Nederland wordt gemaakt tussen wit asbest (chrysotiel) en blauw asbest (crocidoliet). Blauw asbest wordt als gevaarlijker gezien, en daarvoor gelden strengere regels. Volgens de Raad is met name de lengte en de diameter van de vezels bepalend voor het ontstaan van kanker. Vooral lange vezels veroorzaken deze dodelijke ziekte. Volgens de Gezondheidsraad zijn alle onderzoeken uit het verleden die aantonen dat specifiek blauw asbest gevaarlijker is, onbetrouwbaar. Daarnaast stellen de onderzoekers dat burgers vaak met een ’gecombineerde blootstelling’ te maken krijgen, dus met meerdere soorten vezels tegelijk. Wit en blauw asbest moeten daarom hetzelfde worden behandeld.
De raad doet geen beleidsaanbevelingen. Maar het feit dat de Gezondheidsraad op basis van nieuwe meetmethodes stelt dat asbest gevaarlijker is dan eerder gedacht, én dat blauw asbest nauwelijks verschilt van wit asbest, moet volgens de deskundigen die aan de rapportage hebben meegewerkt, leiden tot een nieuwe omgang met het kankerverwekkende bouwmateriaal. Sociale Zaken (Arbeidsinspectie) zal moeten kijken naar de arbeidsomstandigheden waaronder asbestverwijderaars en -verwerkers moeten werken. Vrom zal nieuwe milieu-eisen moeten stellen aan de leefomgeving van burgers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.