Marc van Dijk −
09/02/12, 21:56
Armando, uit zijn bundel 'Nee' (©uitgeverij Augustus, 2008)
Nederlandse schrijvers als Armando, Willem Brakman en Charlotte Mutsaers hebben een hoog filosofisch gehalte. Toch worden ze zelden vanuit filosofisch perspectief gelezen. Neerlandicus en filosoof Niels Cornelissen probeert de kloof tussen twee werelden te overbruggen.
Filosofie is vanouds een zusje van de literatuur. Niels Cornelissen (1978), neerlandicus en filosoof, combineerde beide vakgebieden in een proefschrift waarop hij vorige week promoveerde. Geen vreemde keuze. De invloed van de filosofie in de literatuurwetenschap is altijd groot geweest, en ook binnen de Neerlandistiek groeit zij. Want kan je schrijvers die volop verwijzen naar postmoderne filosofische theorieën ooit begrijpen, als je die filosofen buiten beschouwing laat?
Cornelissen leest het werk van de drie Nederlandse schrijvers Willem Brakman (1922-2008), Armando (1929) en Charlotte Mutsaers (1942) samen met dat van denkers als Adorno, Derrida en Deleuze. De drie schrijvers hebben strikt genomen niets met elkaar te maken, maar in het boek ontstaan interessante dwarsverbanden - niet in de laatste plaats dankzij de kruisbestuiving met de filosofie. Literatuur heeft zo haar eigen middelen om filosofische problemen te lijf te gaan, constateert Cornelissen. De schrijvers blijken niet alleen te zinspelen op filosofische problemen, het schrijven zelf is een vorm van denken. Denken waarin de lezer, als hij zich er bewust van wordt, onvermijdelijk wordt meegesleept.
Cornelissen: "Als we literatuur lezen, kennen we er bijna automatisch betekenis aan toe. En het lijkt vaak alsof die betekenis vrij precies vast te stellen is, als je braaf alle thema's en motieven op een rijtje zet. Bijvoorbeeld: 'het werk van W.F. Hermans drukt uit dat de werkelijkheid onkenbaar is'. Dat is een eenduidige boodschap, die het filosofische gehalte van de schrijver samenvat in begrijpelijke termen. Een soort moraal waar je al het werk van die schrijver dan voortaan 'naartoe' kunt lezen. Zo wordt het jonge lezers op school geleerd. Als je de oplossing gevonden hebt, kun je het boek weer terug in de kast zetten. Ik noem dit: literatuur als kruiswoordraadsel."
U pakt het anders aan."Mijn uitgangspunt is precies het omgekeerde. Ik ga ervan uit dat de betekenis van literatuur negatief is. Daarmee bedoel ik: wat literatuur zegt, is uiteindelijk niet te begrijpen."
Dan kun je ook meteen ophouden met lezen."Juist niet, dan begint het pas. Want lezers willen hoe dan ook betekenis toekennen aan een literaire tekst. Ze kunnen niet anders. Ik pleit voor een manier van lezen waarbij je wel betekenis toekent, maar vervolgens niet blijft bij die eerste interpretatie.
"Als je na de eerste interpretatie opnieuw naar het werk kijkt, zie je vaak dat die interpretatie niet te verantwoorden is vanuit de roman of het gedicht zelf. Dat de interpretatie grotendeels voortkomt uit de vooronderstellingen waarmee je de tekst las. Als je een roman leest, ga je er bijvoorbeeld vanuit dat er personages zijn die je kunt onderscheiden. En dat er motieven zijn te herkennen in het verhaal, die een bepaalde thematiek tot uitdrukking brengen, zoals de 'onkenbaarheid' van W.F. Hermans. Dat werkt een bepaalde interpretatie in de hand, die misschien niet de interessantste is."
Bij een schrijver als Willem Brakman zal je dat niet snel gebeuren. In een verhaal van Brakman is het alleen al lastig om de personages van elkaar te onderscheiden. Als je twee mensen een roman van Brakman laat lezen en je vraagt ze allebei om hem samen te vatten, is het goed mogelijk dat beiden een totaal ander verhaal vertellen.Cornelissen: "Dat maakt Brakman zeer geschikt voor mijn onderzoek. Zelfs het genre valt in zijn werk vaak niet precies vast te stellen. Je begint een boek van hem te lezen in de vooronderstelling dat het een roman is. Maar al lezende ontstaat er zo'n labyrint van verwijzingen, dat je niet meer goed weet wat de 'betekenisdragers' en de 'betekenisgevers' zijn in het verhaal; de zaken en personages waar het om draait.
"Dat is bij uitstek een voorbeeld van de 'negatieve' aard van literatuur: ze bevat in zichzelf geen vaststaande moraal, boodschap of betekenis die enkel maar even ontdekt en benoemd hoeft te worden. Eerder bevat ze open uitwerkingen van filosofische vragen, waarover ze de lezer mee laat denken."
Zoals?"Armando thematiseert veelvuldig de relatie tussen de autonomie van de kunst en het geweld in de geschiedenis - denk aan de titel van zijn verzameld proza: 'Schoonheid is niet pluis'. Hoe kan kunst een eigen domein buiten de werkelijkheid claimen, terwijl ze zich eigenlijk moet uitspreken over die werkelijkheid, die vol oorlog en ellende is?
Ook bij Brakman speelt deze vraag. Kunst zou volgens hem 'nee' moeten zeggen tegen een wereld die niet deugt, maar kan dit alleen maar doen vanuit een positie buiten die wereld, waardoor ze tot machteloosheid gedoemd is. En ook Mutsaers onderzoekt de vraag naar de relatie tussen kunst en wereld, maar dan vooral met het oog op onze relatie met de dieren."
Vervaagt zo de grens tussen filosofie en literatuur?"Ik ben die grens zelf alleen maar scherper gaan zien. Ik denk dat de filosofie zich op een conceptueel niveau begeeft, en uiteindelijk altijd begrijpelijk is. Literatuur is dat juist niet, zij reikt als het ware tot achter de werkelijkheid, buiten het domein dat wij in taal kunnen bevatten en begrijpen. Literatuur is zoals gezegd 'negatief'. Ze laat zich door ons lezen en interpreteren - invullen.
Maar in dat proces worden we steeds geconfronteerd met onze eigen vooronderstellingen, met onze beperkingen als lezers. Die confrontatie kan tot zelfreflectie leiden. Zo word je als lezer steeds opnieuw uitgedaagd om op zoek te gaan naar antwoorden. Filosoferen helpt bij het uithouden van de spanning tussen interpreteren en het inzicht dat je interpretatie altijd zijn beperkingen heeft. Lezen is spelen met betekenissen."
Niels Cornelissen: Armando Brakman Mutsaers. Over filosofie en literatuur. Uitgeverij Klement, ISBN: 9789086870882; 276 pagina's, € 24,95