*

 

Jozef ontwikkelde zich van vermoeide oude man tot zoete lieve huisvader

Wouter Prins − 20/03/09, 14:37

Volgens de rooms-katholieke kerk manifesteert God zich in zijn heiligen aan de mensen. Voor de middeleeuwer gaat deze manifestatie gepaard met wonderen, bewijs van Gods tastbare aanwezigheid. De heiligenlegenden worden dan ook met talrijke mirakels aangekleed en de behoefte aan wonderen wint het vaak van de zin voor historische betrouwbaarheid.

Binnen deze traditie neemt Jozef een aparte plaats in. Wonderen worden hem niet toegedicht. De verandering die zijn verering in de zeventiende, en later opnieuw in de negentiende en twintigste eeuw, ondergaat, zou men als het grootste mirakel van Jozef kunnen beschouwen.

Het vroegste bericht van zijn feestdag dateert uit 850 en in 1479 voert Sixtus IV zijn feest voor de hele kerk in. Maar in de tussenliggende periode wordt Jozef niet echt als een heilige behandeld. De beeldende kunst en literatuur maken van hem een in zichzelf gekeerde, vermoeide oude man.

Volgens velen zou de echtgenoot van Maria zelfs niets beters weten te doen dan in een potje met pap te roeren of in een tonnetje sokken te wassen. Als de drie koningen hun geschenken komen aanbieden, slaapt hij in een hoek. Sommige schilders maken van de Jozef in ’De Vlucht naar Egypte’ een landloper en in de literatuur wordt openlijk getwijfeld aan het vakmanschap van de ’heilige timmerman’.

Inmiddels is er dan een tegenbeweging op gang gekomen. Het evangelie prijst immers zijn prudente handelswijze en rechtschapenheid. Voor de heilige Theresa van Avila (1515-1582), de hervormster van de karmelietenorde, is het gedrag van Jozef zelfs aanleiding om hem ten voorbeeld te stellen aan alle vaders. Elf door haar gestichte kloosters plaatst zij onder zijn hoede.

In de laatste anderhalve eeuw heeft Jozef er een reeks andere patronaten bij gekregen. In 1870 verkrijgt hij de titel ’patroon van de hele Katholieke Kerk’. Dat luidt het begin in van een periode waarin de kerk Jozef inzet als reactie op maatschappelijke ontwikkelingen in de geïndustrialiseerde wereld. In 1919 volgt zijn verheffing tot ’Hoofd van de Heilige Familie’. In katholieke tijdschriften worden de eenvoud en de armoede van de Heilige Familie, die zich immers geen herberg kon veroorloven, geromantiseerd en ter lering voorgehouden aan het katholieke gezin. Het nieuwe beeld van Jozef is dat van een zoete, liefdevolle huisvader.

Gelijktijdig komt een nieuwe devotie tot ontwikkeling: Jozef, voorman van de werkende klasse. Op 1 mei 1955, de Dag van de Arbeid, stelt Pius XII het feest van Sint-Jozef-Werkman in. Volgens kwade tongen om de communisten en de socialisten een loer te draaien, volgens de paus zelf om ’een einde te maken aan de tweedracht en te volbrengen wat aan de sociale vrede nog ontbreekt’.

Of dit feest nog een lang leven beschoren is, moet worden betwijfeld. Het communisme is hoegenaamd uitgeteld, het socialisme verburgerlijkt, de ’Dag van de Arbeid’ wordt haast nergens ter wereld meer gevierd en de naam ’Jozef Arbeider’ alleen al doet denken aan vervlogen tijden.

Velen geven aan de vorige paus, Johannes-Paulus II, het krediet een belangrijke rol te hebben gespeeld in de beƫindiging van de Koude Oorlog. Misschien met steun van Jozef, zodat de wens van Pius XII werd vervuld en er een einde kwam aan de tweedracht. Ook al zal de heilige zelf daardoor waarschijnlijk weer genoegen moeten nemen met een plaats op het tweede plan.

Wouter Prins is kunsthistoricus en conservator van het Museum voor Religieuze Kunst in Uden.

mailIcon print |