Om maar met de deur in huis te vallen: ik ben slecht. Is dat erg? Ja. Maar nog erger is het om dit te ontkennen. Dankzij het calvinisme hebben we daar prima medicijnen tegen.
Van het calvinisme word je geen beter mens. Maar Calvijn - hij zou dit jaar 500 geworden zijn - helpt wel bij zelfkritiek. En dat harde licht onthult mijn slechtheid, mijn motieven deugen soms wel, soms ook niet. Trots ben ik er niet op, maar het is niet anders.
De kredietcrisis leert dat slechtheid beteugeld moet worden. Dat begint met de erkenning dat de markt niet alleen het mooiste in mensen wakker roept, maar, zeker als het de vrije markt betreft, óók het vreselijkste. Het gegraai dat zichzelf verkoopt als win-winsituatie is mogelijk gemaakt, omdat Calvijn weggemoffeld is. (Hij was natuurlijk niet de enige die op het innerlijke kwaad heeft gewezen. En hij sloeg ook door in zijn pessimisme, want de mens is wel degelijk tot wat moois in staat.)
Het begrip 'calvinistisch' heeft een slechte pers gekregen; de laatste veertig jaar is het omgesmeed van een eretitel tot een schimpscheut.
Vier decennia lang heeft de spraakmakende gemeente tegen Calvijn en het calvinisme mogen aanplassen. Prima, we leven in een vrij land. Maar laten we in dit Calvijnjaar voor één jaartje maar eens kijken of met het badwater niet ook het kind is weggespoeld.
En dan doen we wat Arjan Ederveen het volk in 1998, of 1999, al eens als trendwatcher heeft voorgehouden: we moeten allemaal gereformeerd worden. Knappen we van op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.