Hoe geloofwaardig is een gebed om vrede in de Gazastrook? En moeten christenen niet eigenlijk vooral Joodse Israëliërs aanspreken op hun gewelddadige gedrag? Elftalspelers De Korte en Van Vlastuin onderzoeken de band tussen de christelijke kerken en Israël.
Vrede in de Gazastrook? Wim van Vlastuin, hersteld hervormd predikant uit Katwijk, gelooft er niet in. „Het maximaal haalbare is brandhaarden blussen.” Bidt hij wel voor vrede? „Ja, met overtuiging. Ik heb de overtuiging dat vrede niet in het verlengde ligt van menselijke mogelijkheden. Gods vrede is van een andere orde dan een instabiele politieke afspraak.”
Bisschop Gerard de Korte van Groningen-Leeuwarden heeft, met de andere rk bisschoppen, opgeroepen tot een gebed om vrede, of in ieder geval een wapenstilstand. Heeft hij hoop dat die vrede er ooit komt? „Er zijn genoeg voorbeelden van diepe, langdurige conflicten, waarbij er op den duur sprake is geweest van verzoening.”
Een voorbeeld? „Neem de verhouding tussen katholieken en protestanten. In de tijd van de reformatie zijn er moorden gepleegd. Dankzij de oecumenische beweging is er nu toenadering. Daar is tijd voor nodig geweest. Die tijd zal ook nodig zijn in het conflict tussen Hamas en Israël. Er gaan waarschijnlijk enkele generaties overheen om de wederzijdse haat en angst te laten wegebben.”
De gewelddadigheden tussen Israël en Hamas krijgt naar verhouding veel aandacht in het Westen en zeker ook van de christelijke kerken. Zou je kunnen zeggen dat de christelijke kerken, door de band met Israël, een grotere verantwoordelijkheid hebben om vooral Israël tot vrede en verzoening te manen?
Bisschop De Korte: „Christenen zijn van huis uit Joods, omdat Jezus Christus een Joodse man was, maar we hebben als christelijke kerken natuurlijk net zo goed een band met de islam, door de gezamenlijke aartsvader Abraham. Joden, christenen en moslims geloven in de scheppende God, die ook bron is van de menselijke waardigheid. Het tragische is dat aanhangers van deze drie godsdiensten door haat en geweld de waardigheid van de mens schenden.”
Wanneer de bisschop en de dominee naar het journaal kijken, bij wie voelen ze zich het meest betrokken, bij Palestijnen of bij Israeliërs?
„Ik voel in ieder geval meer betrokkenheid bij dit conflict dan bij, bijvoorbeeld, Afghanistan”, bekent De Korte. Hoe dat komt? „Dat is ingewikkeld. Israël is het enige democratische land in die omgeving, zij het met alle falen en feilen van dien. Dat draagt bij aan een grotere betrokkenheid.
„De wording van de staat Israël is niet te begrijpen zonder de toenmalige invloed van Groot-Brittannië en andere westerse landen in Palestina. Mede daarom zal het Westen Israël altijd steunen. Maar dat is de politieke laag. Er is ook een religieuze laag. Jeruzalem, daar heeft Jezus geleefd, daar is God mens geworden. De Messias komt uit Israël voort.
„We moeten onderscheid maken tussen de staat Israël en het Joodse volk. Vanuit ons burgerlijk, beschaafd perspectief slaat Israël hard terug.”
Wat ervaart Van Vlastuin wanneer hij kennis neemt van het nieuws over de harde strijd tussen Hamas en Israël? „Ik vraag me af of we wel begrijpen wat er gebeurt. Wij hebben een Verlichtingscultuur, het Midden-Oosten niet. De religieuze dimensie leidt vanzelf tot strijd. Hamas moet de religieuze identiteit opgeven, wil het zich vriendelijk opstellen ten opzichte van Israel. Dat is natuurlijk onmogelijk. Dat is teveel gevraagd. Het grijpt me aan als ik zie hoe de Palestijnen lijden onder het gebrek aan ongeveer alles. In heb de indruk dat Hamas de eigen belangen uitvecht over de ruggen van de Palestijnen. Het lijden zit aan twee kanten, vanuit een humanitair opzicht. Vanuit mijn geestelijke wortels is er een diepere verbondenheid met het volk Israël.”
In de oproep die paus Benedictus vorige week deed, om te bidden voor vrede in dit conflict, viel op dat hij zich strikt neutraal uitliet.
Gerard de Korte meent te weten wat daarvan de achtergrond is. „Dat is ook om de christelijke minderheid in Arabische landen te beschermen. Vaticaanse diplomaten moeten echte evenwichtskunstenaars zijn, zeker als het om deze regio gaat.” Los van deze gevoeligheden is het de taak van een religieus leider als paus Benedictus om ’mensen aan te spreken op hun geweten’, zegt De Korte. „Religieuze leiders moeten geen politieke oplossingen aandragen, maar mensen wijzen op hun diepere religieuze motivatie.” Die motivatie kan tot vrede leiden, maar ook het vuur meer opstoken, weet de bisschop. „Godsdienst kan mensen tot belangeloosheid brengen. Maar ook fanatiek maken, tot de dood toe. De donkere kant van de christelijke geschiedenis heeft dat laten zien.”
Welke verwachtingen hebben De Korte en Van Vlastuin? De Korte: „Er komt alleen een politieke oplossing als naast erkenning door Hamas van Israël ook gewerkt wordt aan een levensvatbare staat voor de Palestijnen.”
Van Vlastuin: „Ik hoop en bid dat er een politiek instrument komt om het geweld te matigen. We moeten met zijn allen werken aan een politiek bestand. Dat is niet echte vrede, maar een vorm van omgaan met het kwaad. Echte vrede breekt aan bij het einde der tijden.”
Van Vlastuin pleit voor terughoudendheid, bij westerse oproepen tot vrede. „Ik hoor allerlei stellige uitspraken, maar het is zo complex. In mijn eerste gemeente was er een ruzie, waarbij ik probeerde vrede te stichten. Ik pakte de Bijbel, las een tekst voor over vrede en hief het vingertje. Het gevolg was dat de ruzie alleen maar erger werd. Het werkt averechts. In mijn tweede gemeente heb ik het, wijzer geworden, anders aangepakt en vooral de partijen hun emotie laten uiten. Ik ben aarzelend als het gaat om westerse oproepen tot vrede. Het kan hovaardig overkomen, Onderschatten we niet de complexiteit?”
Bisschop De Korte blijft optimistischer. „Neem de Duitsers en de Fransen. Die hebben in de negentiende en twintigste eeuw een aantal keren oorlog gevierd. Miljoenen mensen waren het slachtoffer. Toch is er na 1945 gewerkt aan economische vervlechting en verzoening. Nu zijn Duitsers en Fransen bondgenoten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.