*

 

Geen stijl, wél spreekrecht

Marc van Dijk − 21/01/09, 00:00

De makers van de recht voor zijn raap website Geenstijl.nl willen ’gewoon omdat het kan’ een publieke omroep worden. Volstaat dat als motivatie? En als je zegt geen stijl te hebben, mag je dan alles zeggen?

Als we vijftigduizend mensen zo ver kunnen krijgen om ons te steunen, dan mogen we een publieke omroep beginnen. Dan zouden we toch gek zijn als we dat niet zouden doen?

Zo redeneren de makers van de populaire website Geenstijl.nl, die een publieke omroep willen beginnen. Wat betreft de leden zijn ze al bijna op de helft. Maar is voor een omroep niet nog meer nodig, iets als idealisme?

Luuk van Middelaar: „Nee. Het omroepbestel is een achterhaald verzuilingsproduct. De jongens van GeenStijl haken daar feilloos op in. De omroepen zijn ooit wel opgericht uit idealen, zoals de verheffing van de arbeidersklasse door de Vara. Ik wil niets aan die idealen afdoen, maar intussen is er werkelijk niets meer van terug te herkennen in de huidige programmering. De omroepen zijn commerciële clubjes met specifieke melkkoeien. Je hoeft geen fan van GeenStijl te zijn of te worden om dat te onderschrijven.”

Désanne van Brederode: „De signatuur van de omroepen wordt misschien anders ingevuld dan vroeger, maar is nog steeds aanwezig. Ik kijk bijvoorbeeld graag naar KRO-detectives. Maar ik vroeg me wel altijd af wat er nou in godsnaam katholiek was aan Inspector Morse. Dat heb ik eens aan een kwaliteitsbewaker van die omroep gevraagd. Daar bleek een heel verhaal achter te zitten. Die programma’s kunnen je leren om niet te snel over mensen te oordelen en om je gewetensfunctie te onderzoeken. De KRO zendt alleen psychologische detectives uit. Elk mens is tot zonde geneigd, maar je kunt proberen de misstappen te begrijpen en daar een gevoel voor te ontwikkelen. Kortom: daar wordt weldegelijk zeer bewust over nagedacht.”

Zou het feit dat GeenStijl dit soort motivaties ontbeert een reden kunnen zijn om de aspirant-omroep uit het bestel te weren? Van Brederode: „Nee, dat zou raar zijn. Ik zou het heel dubieus vinden als er wel een Joodse omroep en een moslimomroep mogen bestaan, maar geen stijlloze omroep. We leven in een democratisch land, dus ze moeten het vooral proberen. Ze zullen trouwens gauw genoeg door hun geintjes heen zijn.”

Van Middelaar: „Voor mij hoeven de publieke omroepen geen idealen uit te dragen, dus ik vind het geen probleem dat ze dat nalaten. Goede nieuwsvoorziening zou al heel wat zijn. Ik maak alleen wel bezwaar als ze zich op hun idealen beroepen om eventuele inbrekers buiten de deur te houden.”

Van Middelaar ziet GeenStijl als de mediavariant van wat in de politiek de LPF is geweest, de inbraak van een niet meer onder de kap van de zuilen getemde volksbeweging. „Er is geen reden om die stem uit het bestel te weren, net zomin als er reden is om de LPF of de partij van Wilders uit het parlement te weren. Je moet hun flauwekulprincipes niet verwerpen, maar op henzelf van toepassing verklaren en dan zal iedereen onmiddellijk zien dat ze absurd zijn.”

GeenStijl afficheert zichzelf als ’tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend’. Geeft dat de makers onbeperkt het recht om naar eigen goeddunken de botterik uit te hangen? Als je hen erop aanspreekt kunnen ze zich immers altijd beroepen op hun stijlloosheid.

Luuk van Middelaar: „Nee. Stel: je slaat aan het verkrachten. Vervolgens word je daarvoor aangeklaagd en dan zeg je tegen de rechter: ’Tja, ik verkracht nu eenmaal vrouwen. Zo ben ik’. Dat zou een waardeloze verdediging zijn. In het publieke domein bespringen wij elkaar niet. Zo zijn de regels, daar heeft iedereen zich aan te houden, ongeacht wie of wat hij is, ongeacht zijn stijl. Dat weten de mensen van GeenStijl eigenlijk ook wel. Ik weet niet hoe hun redactie eruitziet, maar als daar je collega van achteren neemt, sta je waarschijnlijk ook snel buiten.”

Désanne van Brederode: „De logica mag dan misschien niet deugen, in de praktijk zijn ze toch moeilijk te pakken. Ze stellen zich op als onaantastbare ridders. De enige manier waarop deze mensen te pakken zijn, is door ze te negeren. Je moet ze hetzelfde behandelen als een driejarige die alles uit de kast haalt om je dag te verpesten. Het is vervelend, maar als je je er niks van aantrekt, heb je er ook geen last van.”

Dat dacht voormalig minister Ella Vogelaar ook. „Ja, maar het zijn de reguliere media, zoals het NOS Journaal, die dat domme filmpje over haar zijn gaan uitzenden. Als het satirische studentenblaadje Propria Cures een minister beledigt, nemen de grote dagbladen dat toch ook niet over als nieuws? Ik heb niet zo’n moeite met GeenStijl, maar wel met al die huichelachtige omroepen die hun waardeloze producties als nieuwswaardig uitzenden.”

GeenStijl vertegenwoordigt toch ook een achterban? „Voor wansmaak is een enorm publiek. Maar niemand is toch verplicht om daaraan toe te geven? GeenStijl is een verzameling opgepompte jongens die op hun borst roffelen en hun tanden laten zien. Een soort apen. Ze bungelen ergens onder aan de menselijke evolutie. Hadden ze maar stijl, dan zou ik me er misschien iets van aantrekken als ze me probeerden te beledigen.”

„Deze jongens doen net alsof zij de eersten zijn die zich toeleggen op het geven van ongezouten kritiek. Maar dan vergeten ze W. F. Hermans, Gerrit Komrij, Piet Grijs, Arnon Grunberg en vele anderen. En die anderen deden tenminste nog moeite om hun aanvallen mooi te verwoorden. Anno nu werkt stijl eerder in je nadeel. Barack Obama was aanvankelijk bijna verdacht omdat hij zo welsprekend is.”

Van Middelaar: „Natuurlijk heeft GeenStijl ook stijl. Er bestaat geen inhoud zonder stijl. Dat is een literair-theoretisch gegeven.

Van Brederode: „Als dat waar zou zijn, zou je ook geen moeite hoeven doen om je een stijl eigen te maken.”

Van Middelaar: „Hoe dan ook: in het publieke domein, maar ook bij de onderlinge omgang van mensen, is stijl een noodzakelijkheid. Cultuur, beschaving en democratie kunnen uitsluitend bestaan bij de gratie van decorum.”

mailIcon print |