*

 
terug naar overzicht van alle berichten

Wandelingen en fietsroutes

  • bekijk mijn berichten

Alle berichten

De zilte geur van het wad

Eenmaal op het station van Groningen overgestapt in de door diesel aangedreven Wadloper van NoordNed (wel eerst even rondkijken in de prachtig gerenoveerde stationhal uit 1895) begint het avontuur. De wijde horizon, de wervelende luchten, de massieve boerenhoeven met vaak een dubbele kap als een muts met opstaande flappen, de dorpen van rode baksteen, de kloeke kleine kerken, de dijkjes vol schapen, de geur van aarde en het zilte van het wad. Dit is buitenleven.
Station Warffum is niet meer dan een plavuizen perronnetje met wat banken en een lijst vertrektijden. Eenmaal per uur richting Rodeschool, eenmaal per uur terug naar Groningen.
De eerste huizen zijn van een jaloersmakende architectuur. Ruim als het landschap, frivool als de wapperende oranje linten aan diverse gevels, met kenmerkende uilevensters, knipvoegen en hier en daar een vleugje Jugendstil. Net buiten het dorp ligt de gerenoveerde oude haven, die tot halverwege de 19de eeuw direct toegang bood tot zee. Twintig stappen verder begint de dorpskern, met zijn robuuste katholieke kerk uit 1638 en als pronkstuk het openluchtmuseum. Zoals de meeste dorpen in het noordoost Groningen is Warffum gebouwd op een terp, een kunstmatige verhoging in het landschap. Al 2500 jaar geleden vestigden zich bewoners in deze omgeving, die dijkjes opwierpen om zich tegen het zeewater te beschermen. Datzelfde water bracht vruchtbare klei, waarop aardappels, kool en graan uitstekend gedijen. Tot ver in de 19de eeuw mochten boeren de aangeslibte grond bij hun akkers voegen, waardoor zeer uitgestrekte landerijen zijn ontstaan tussen de stad Groningen en de Waddenzee; het Hogeland. Zolang er nog geen landbouwmachines bestonden, werden die landerijen bewerkt door landarbeiders, die in kleine huisjes woonden. Zo ontstonden de dorpen, waar zich ook handwerklieden als de smid en de schoenmaker zich vestigden. Hoe die mensen tot in de 19de eeuw leefden is te zien in openluchtmuseum Het Hoogeland, dat deel uitmaakt van de bebouwde kern van Warffum. De 16 historische panden, die gedeeltelijk nog steeds worden bewoond, herbergen ondermeer een school (het hoofdgebouw), een kosterij, een kroeg annex kruidenierswinkel, een gasthuis, een ververij en een stal.Andere monumentale publiekstrekkers in Warffum zijn het pas gerenoveerde sluisje aan de Oude Dijk en de Breedenburg, een typisch Gronings kasteeltje, ongeveer anderhalve kilometer buiten het dorp.
Om te beginnen zetten we koers richting wad. Door Warffum in noordelijke richting te verlaten, rijden we dwars door de boerenvelden, de rijke kleigronden die dit stuk van Nederland kenmerken. Zolang er geen wind staat is het goed. Het kan hier grijs zijn en onaangenaam, bij een straffe bries en gestage regen, en daarvoor hoeft het heus geen herfst te wezen. Maar met een zonnetje is het aangenaam fietsen, zo stil en weids.
Wie wil mag helemaal tot het wad, maar echt aantrekkelijk is dat niet. De weg erheen vanuit Warffum eindig in in teleurstelling, want de toegang is aan het eind versperd. Vanaf Uithuizen leidt wel een weg naar de kwelders, maar die is lang en saai. Aantrekkelijker is het om te peddelen tussen de dorpen aan de spoorlijn. Dat biedt volop afwisseling en je kunt ook nog eens afstappen voor een rustpauze en een versnapering.
Via de Wadwerderweg en de Lauwerdwarsweg (let op de monumentale hoeven aan de einder) en de Dijksterweg fietsen we via Uithuizen naar Uithuizermeeden. Hier wordt koninginnedag gevierd met een historische optocht, want Meij, zoals het dorp in de volksmond heet, bestaat dit jaar 650 jaar. Dat wordt het hele jaar trouwens uitbundig gevierd, waarbij ook passanten in de feestelijkheden worden betrokken.Meeden betekent hooilanden, het dorp is dan ook verrezen in de grazige uitlopers van Uithuizen, het rijkste dorp van deze streek. Ook hier zijn enkele borgen te bewonderen die de Groningse adel hier heeft laten bouwen: de Mekemaborg bij Uithuizen en de stijlvolle Rensumaborg net buiten Uithuizermeeden. De Nederlands Hervormde kerk (uit 1250!) in dit dorp staat helaas voor een opknapbeurt in de steigers. Op de weg terug kiezen we het Meedster Maarpad, dat gedeeltelijk als fietspad langs het Boterdiep is aangelegd. Via Zandeweer en Doodstil (de naam lijkt goed gekozen, maar slaat op de brug, die til werd genoemd, van ene Doede, Doede's til dus) rijden we door het binnenland naar de Trekweg. Rottum, het geboortedorp van de Groninger dichter Jan Boer die hier met een standbeeld en een wandeling wordt ge¿erd, is ooit veel groter geweest. Niet voor niks draagt een Waddeneiland dezelfde naam. De terp (of wierde) is in de 19de eeuw gedeeltelijk afgegraven, maar het dorpje blijft een aardig rustpunt, met uitzicht over het Hogeland.
Daarna de kortste weg (weer goeddeels fietspad) terug naar Warffum, dat we nu van de zuidkant (achter het station) naderen. De route kan op tal van manieren worden veranderd en ingekort, bijvoorbeeld door in Uithuizen al de weg terug te kiezen.Onno Havermans

Categorie: Fietstocht

op 02/08/2005
Vindt u bovenstaand bericht beledigend of ongepast? Meld het ons.

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...


toon grote kaart

Berichten op kaart

Berichten per categorie

Geschreven door