Voedsel dichter bij huis produceren is niet alleen hip, maar uit oogpunt van duurzaamheid ook noodzaak. Hoe regel je dat? Vandaag: aardbeienteler Jan Robben.
Bolletjes zoet geluk, worden de aardbeien van Jan Robben genoemd. De glanzend rode vruchten ogen en smaken zo lekker dat hij ze op bruiloften en partijen per stuk presenteert, opgehangen in een aardbeienboom gemaakt van draadstaal. Robben zelf gaat dan gekleed in een smoking, met rode vlinderdas, om het geheel een extra feestelijk tintje te geven.
Ooit was hij een 'gewone' tuinder die het vak van zijn vader leerde, vertelt Robben aan zijn keukentafel aan de rand van het Brabantse Oirschot, tussen Eindhoven en Tilburg.
"Contact met klanten was er niet. We werkten voor de veilingen in Tilburg en Eindhoven en later voor het fusiebedrijf the Greenery. Als het goed was hoorde je niets. Soms kreeg je iets terug als de aardbei te rijp was, of de vorm niet goed. Over smaak geen woord. Dat telde niet."
Minder chemie
Als milieuclubs eind jaren negentig protesteren tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de aardbeienteelt is Robben voorzitter van de commissie aardbeien van boerenorganisatie LTO. "Eerst kregen we ruzie met ze. Telers hadden geen zin in dat gedoe. Later zijn we toch in gesprek gegaan en is er een stappenplan ontwikkeld om minder chemie te gaan gebruiken. Ik ben daar al snel mee begonnen.
In twee jaar tijd had ik 96 procent minder milieubelasting. Eigenlijk was het gemakkelijk. Bij aardbeien draait het vooral om grondbesmetting door aaltjes en dat is op te lossen met Afrikaantjes in die grond. Dat vraagt wat puzzelwerk omdat Afrikaantjes ook alleen in de zomer groeien en je op die grond dan geen aardbeien kunt telen."
Meer smaak
De supermarkten werken echter niet mee. Zij hebben geen cent over voor milieuvriendelijke teelt, terwijl er wel extra inspanningen van de teler tegenover staan.
"Toch ben ik doorgegaan. Met name omdat ik merkte dat mijn aardbeien met veel minder chemie erg lekker werden gevonden. Het was ook de tijd dat smaak steeds meer op de voorgrond kwam. De foodies gingen zich steeds meer roeren. Ik had inmiddels ook een winkel aan huis en merkte dat mensen terugkomen voor smakelijke zaken."
Maar één soort in supermarkt
Robben ging op zoek naar andere rassen waarbij hij vooral op smaak selecteerde. "Bijna alle aardbeien in de supermarkt zijn van één soort: Elsanta. Maar die is vooral gunstig voor de sector: productief, geschikt qua vorm, goed houdbaar en voor alle teeltwijzen te gebruiken.
Die Elsanta kan na de pluk negen dagen overleven. Dat is de tijd die in het reguliere circuit nodig is om bij de consument te komen en daar nog een dag of twee te liggen. Dat is veel te lang om ook nog lekker te smaken."
Robben ontdekte wel zeshonderd commercieel verhandelbare soorten en ging er een aantal uitproberen. "Toen zag ik echt hoe mensen om smaak geven. Je weet hoe dat gaat. Mensen kopen een doosje aardbeien en proeven er een. De doosjes die hier toen de deur uitgingen werden buiten al leeggegeten. En meteen werd er weer een nieuw doosje gekocht."
Aardbeienacademie
Robben ging verschillende rassen telen, omdat elke toepassing van de vrucht, in jam of in een vlaai bijvoorbeeld, een andere soort vraagt. "Ik ben daar nog wel mee naar de veiling gegaan, maar men zag mij liever gaan dan komen. In 2007 heb ik mijn lidmaatschap opgezegd, want als veilinglid mocht ik mijn aardbeien nergens anders aanbieden. Dat was best een ingrijpende stap, want ik was mijn afzetkanaal kwijt. Met de duurzame winkelketen Marqt vond ik wel weer een nieuw kanaal, maar al met al heb ik twee jaar slecht geboerd."
De teler probeert het ook nog bij initiatieven die regionale producten propageren zoals GIJS en Willem en Drees, maar de financiële crisis noopte Robben tot een ingrijpend besluit. "Ik ben alles anders gaan doen. Ik heb twee derde van mijn grond verkocht en startte een blog waarop ik meldde dat ik ging stoppen met de teelt van aardbeien. Dat was schrikken voor veel klanten.
Ik heb toen vele gesprekken gevoerd, en besloot om een aardbeienacademie op te richten. Dat houdt in dat ik mensen plantjes verkoop die ik voor ze opkweek, waarna ze zelf hun aardbeien gaan telen. Ik help ze daarbij via de aardbeienacademie. Ze krijgen unieke rassen met een unieke smaak."
Dat was april 2011. "Ik begon met zo'n 500 studenten, klanten dus. Op de website plaatste ik tips en via de sociale media hou ik iedereen ook op de hoogte. Ik krijg daarvoor vele foto's terug waarvan het plezier van de zelfteelt af spat. Er is echt een community ontstaan. Klanten kunnen elkaar ook een studiebeurs geven in de vorm van een cadeaubon. Vooral stedelingen vinden het fantastisch, plattelanders vinden het gauw te duur."
Onderdeel van de opkomende voedselbeweging
Robben teelt zelf toch nog wel aardbeien. Ongeveer een kwart van wat hij vroeger deed. "Dat is voor de eigen winkel, maar ook voor bakkerijen. Daarop staat dan wel dat de aardbei van mij is. Soms maak ik jam. Het is en blijft een natuurproduct. Dus soms is er te veel of het is al te rijp. Dan gaat het in de jam.
Verder doe ik aan catering op bruiloften en partijen. Daarvoor heb ik een kunstenaar gevraagd om een strawberrytree te maken, waarop ik mijn aardbeien kan presenteren. Dat is voor mensen die mijn producten waarderen en er ook voor betalen."
Robben voelt zich nu onderdeel van de opkomende voedselbeweging. "Ik doe mee met allerlei voedselevenementen. Ik pas bij de stadslandbouw. Het draagt bij aan vergroening en mensen worden zich bewust van hun eten, van smaakverschillen en soortenrijkdom. Ze ontdekken het zelf doen, ze krijgen meer respect voor mij als teler, en voor mijn inspanningen. Ze worden niet mijn concurrenten, maar mijn ambassadeurs."
www.aardbeienacademie.nl
© 2013 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.