Cokky van Limpt −
31/01/12, 00:01
De 'zandmotor' voor de kust van Zuid-Holland helpt bij de versterking van de kust. ©RIJKSWATERSTAAT
Het klimaat verandert en de zeespiegel stijgt. Voor Robbert Misdorp geen reden tot doemdenken. Er is genoeg kennis om de wereldkusten duurzaam te beschermen, zegt de Nederlandse expert op dit gebied. Wat helpt is intensieve internationale samenwerking.
-
Jaarlijks wordt er 12 miljoen kubieke meter zand toegevoegd aan de Nederlandse kust
'Dit is een optimistisch boek", zegt Robbert Misdorp (70), kloppend op de kaft van de publicatie voor hem op tafel. 'Climate of Coastal Cooperation' (CCC) heet het. De oud-medewerker van Rijkswaterstaat, expert op het gebied van kustbescherming, heeft er als samensteller vier jaar aan gewerkt. In het boek doen Misdorp en 101 collega-deskundigen uit Europa en Azië verslag van tientallen projecten op het gebied van duurzame kustontwikkeling in die twee continenten.
Misdorp is beslist geen klimaatscepticus. Van 1989 tot 1994 was hij technisch secretaris 'kusten' van het IPCC, het Intergovernmental Panel on Climate Change van de Verenigde Naties (VN), dat wel verweten wordt de dreigende gevolgen van klimaatverandering te overdrijven. Die door de mens beïnvloede klimaatverandering is wel degelijk reëel, beaamt hij. Maar inmiddels wordt er in internationale samenwerking zo veel kennis en ervaring op het gebied van mogelijke maatregelen opgedaan dat hij toch optimistisch is over de toekomst.
Hij voelt dan ook niet voor pessimistisch doemdenken en de zaken zo zwart mogelijk voorstellen om mensen wakker te schudden. "Ik zit meer op de lijn van Cees Veerman, voorzitter van de Tweede Deltacommissie. Veerman erkent dat de gevolgen van klimaatverandering serieuze problemen opleveren voor het laaggelegen Nederland. Die problemen vergen wel degelijk een urgente aanpak, maar doen zich niet acuut voor."
Zelfs bij het worst case-scenario, een stijging van de zeespiegel met 1,3 meter in deze eeuw, heeft Nederland kennis en middelen genoeg om de bevolking blijvend te beschermen, zegt Misdorp. "Wij geven nu jaarlijks ongeveer 0,1 procent van het bruto nationaal product uit aan onderhoud van waterkeringen, zoals dijken en duinen. Stijgt de zeespiegel 1 meter, dan gaat dat tussen de 0,2 en 0,3 procent van het bnp kosten. Voor ons is dat weinig en heel betaalbaar. De kans dat Amersfoort aan zee komt te liggen, is te verwaarlozen. Dat is echt een onzinverhaal, maar we moeten nu wel beginnen met het voorbereiden van veerkrachtige maatregelen. Het plannen en uitvoeren daarvan kost nu eenmaal veel tijd, zoals we zagen bij de Deltawerken. Die besloegen ruim vier decennia. Bovendien is nu beginnen met voorbereidingen goedkoper dan uitstellen."
Na jarenlang meegewerkt te hebben aan de Deltawerken - onder andere de stormvloedkering in de Oosterschelde - en aan onderzoek naar de Waddenzee, betrad Misdorp in 1988 het internationale podium. "Er kwam een vraag vanuit de VN: jullie hebben in Nederland veel ervaring met waterbeheer en kustbescherming, kom ons helpen want de zeespiegel gaat stijgen als gevolg van klimaatverandering. Zo kwam ik bij het IPCC terecht, het klimaatpanel van de Verenigde Naties waarin wetenschappers en beleidsmakers uit 190 landen zitten."
Er zijn twee soorten maatregelen denkbaar bij dreigende zeespiegelstijging als gevolg van klimaatverandering, zegt Misdorp. De eerste, mitigatie, is rigoureus: gooi 'de pijp' dicht zodat er minder broeikasgassen in de atmosfeer komen. De tweede, adaptatie, moet in stelling worden gebracht als de eerste onvoldoende wordt toegepast: hoe pas je je aan als de zeespiegel toch versneld stijgt, stormen toenemen en rivierafvoeren sterk wijzigen? Dat kan volgens hem op drie manieren: beschermen, aanpassen of je terugtrekken naar hoger gelegen delen.
Beschermen tegen overstromingen en kusterosie door aanvallen van de zee op het land kan door de dijken te verhogen, maar bijvoorbeeld ook door zand toe te voegen aan de kust. Misdorp: "Nederland past deze strategie van zandsuppletie al toe sinds de jaren zeventig en de laatste twintig jaar is het officieel regeringsbeleid. Jaarlijks wordt er 12 miljoen kubieke meter zand toegevoegd aan de kust. Sinds kort hebben we er ook nog de zogenoemde Zandmotor bij, een enorme komma van in zee opgespoten zand voor de kust van Zuid-Holland. Dat zand beweegt van zuid naar noord en moet voor een extra versteviging van de kust zorgen. 'Building with nature' noemen we dat, niet vechten tegen de natuurkrachten maar meebewegen en samenwerken met de natuur."
Bij de grote rivieren in ons land wordt dat principe ook toegepast. In plaats van almaar dijken verhogen ontstond het idee om meer ruimte te geven aan de rivier. Dat was volgens Misdorp vijftien jaar geleden een echte eyeopener. "En een heel nieuw concept met vele voordelen, zoals een betere afvoer van het water, een mooier en natuurlijker aanzicht van de rivier en zand- en grindwinning. Een duurzame win-winoplossing", noemt hij dat.
Aanpassen, de tweede strategie bij een stijgende zeespiegel, is de zee inlaten, terwijl je de mensen handhaaft. "Dat betekent woningen op palen, drijvende huizen en kassen, woonboten, aquacultuur, zoute rijst verbouwen enzovoort." Van de derde strategie, je terugtrekken naar hogere delen, bij ons de Veluwe bijvoorbeeld, zal het volgens hem in Nederland nooit komen. Maar in ontwikkelingslanden misschien wel.
Vooral in Azië gaan, als gevolg van de enorme groei van de bevolking en van de economie, in combinatie met de druk vanuit zee op de veelal kwetsbare kustgebieden, de grootste klappen van de klimaatverandering vallen, voorspelt Misdorp. "De kosten van bescherming tegen de zeespiegelstijging kunnen daar oplopen tot enkele procenten van het bnp. Bovendien hebben de meeste ontwikkelingslanden een enorme achterstand in kennis, technische middelen, infrastructuur en institutionele zaken. Bangladesh bijvoorbeeld, met zijn grote, laag liggende kustvlakte, heeft geen Rijkswaterstaat zoals die bij ons functioneert."
Jaarlijks vallen daar doden door overstromingen en tropische cyclonen. Toch, zegt Misdorp, neemt het aantal slachtoffers er af, omdat veel landen in Bangladesh hebben geïnvesteerd in het bouwen van shelters. Dat zijn gebouwen op palen die normaal in gebruik zijn als scholen, maar tijdens een tyfoon aan 2500 tot 3000 mensen bescherming kunnen bieden.
De aanleg in Bangladesh van shelters voor veiligheid van de bevolking, de heraanplant van mangrovebossen als kustbescherming en de economisch interessante ontwikkeling van op de rivier drijvende groentekweekbedden zijn voorbeelden van de in Misdorps boek beschreven projecten, die tot stand konden komen dankzij internationale samenwerking op het gebied van kustzonebeheer. Bij de meeste projecten is hij zelf betrokken geweest en is ook gebruik gemaakt van Nederlandse expertise, mede dankzij het Netherlands Water Partnership. Daarin werken private bedrijven en de overheid samen om Nederland, met zijn enorme kennis op watergebied, beter op de internationale kaart te zetten.
De beschermingsmaatregelen die genomen kunnen worden, verschillen per land. Zo is niet elke kust geschikt voor zandsuppletie, wat in Nederland zo'n succes is. Je hebt er grote baggerschepen voor nodig en een monitorsysteem dat de beweging van het zand in de gaten houdt. Maar voor alle landen geldt, zegt Misdorp, dat er gezocht moet worden naar 'dynamische, flexibele, veerkrachtige maatregelen, die op meerdere niveaus winst opleveren'. "Maatregelen die én goed zijn voor de economie én voor de ecologie, én voor Europa én - via het delen van kennis - voor landen daarbuiten. Die én in de planning kloppen én in de uitvoering. En het mooie van zulke duurzame oplossingen is dat ze eerst misschien wat extra geld kosten maar uiteindelijk geheid geld opleveren, mits je het goed en slim uitbaat."
De duurzame ontwikkeling van het Rotterdamse Havengebied noemt hij een geslaagd voorbeeld van zo'n meervoudige winstsituatie. "Dit project, uitgevoerd tussen 1993 en 2010, heeft Rotterdam niet alleen schonere lucht, schoner water en een zeereservaat van 30.000 hectare opgeleverd, maar ook 2000 hectare extra havengebied, mooie nieuwe huizen dichtbij de haven, groene recreatiegebieden en veel nieuwe banen. En de overslag van goederen in de haven is in die zeventien jaar met 800 miljoen ton extra toegenomen. Dat vertegenwoordigt een omzetgroei van anderhalf maal zoveel als de investering van ruim 7 miljard euro voor het totale project."
De sleutel voor zo'n succes is volgens Misdorp samenwerking op en door alle niveaus heen en, ook heel belangrijk, een centrale regie. "Aan het Rotterdamse project deden 18 gemeenten mee, 1 provincie, 2 ministeries, het gemeentelijk Rotterdams Havenbedrijf, 600 havenbedrijven en enkele ngo's. De initiële leiding was in handen van de toenmalige minister van milieubeheer. Alle deelnemende partijen staken er geld in. Er kwam één groot plan waar 28 projecten onder hingen, die per sector werden uitgevoerd. Dit integrale kader is buitengewoon succesvol gebleken. Economisch pakt het heel profijtelijk uit en op termijn kan de Rotterdamse haven de groenste ter wereld worden."
Robbert Misdorp hoopt, met de in het door hem samengestelde boek beschreven projecten, ervaringen, lessen en instrumenten voor duurzame kustontwikkeling, een gedragsverandering in gang te zetten. Daarom wil hij zijn boek ook 'vertalen' voor kinderen, liefst in de vorm van een educatief kinderprogramma.
Robbert Misdorp (redactie): 'Climate of Coastal Cooperation'; uitgegeven door Coastal & Marine Union - EUCC, Leiden, 208 pag., ISBN 9789075502091. Er is ook een, gratis te downloaden en met ruim 800 pagina's vele malen uitgebreidere CCC Internetpublicatie. www.coastalcooperation.net.