*

 

Asbest-overtreders niet aangepakt

Hans Marijnissen − 19/01/12, 07:33
©Thinkstock

De Arbeidsinspectie heeft de afgelopen jaren geweigerd belastende informatie over asbestsaneerders te delen met controleurs. De dienst had als enige een landelijke overzicht van zware overtredingen, maar wenste die informatie niet met lokale instanties te delen omdat er geen vertrouwen meer bestond in de afhandeling.

Het achterhouden van informatie blijkt uit onderzoek van Trouw in de database InspectieView, waarin de Arbeidsinspectie alle lokale controles verzamelt. Toenmalig minister Donner van sociale zaken beloofde een bezorgde Tweede Kamer in 2008 dat bedrijven die één keer op een zware overtreding worden betrapt, hun vergunning kwijtraken. In InspectieView komen echter meerdere bedrijven voor waarbij een groot aantal zware overtredingen is vastgesteld, maar zij hebben allemaal hun certificaat nog. Daaronder zijn ook bedrijven van bestuursleden van de VVTB en Veras, de brancheorganisaties van onder meer asbestsaneerders.

Het gebruik van asbest is sinds 1993 in Nederland verboden, omdat de vezels op den duur kanker kunnen veroorzaken. Jaarlijks overlijden meer dan 700 mensen als gevolg van het inademen van asbestvezels in het verleden. Dat is meer dan het jaarlijkse aantal verkeersslachtoffers. De 'incubatietijd' van asbest is ongeveer 20 tot 30 jaar.

Vanwege het besmettingsgevaar is de verwijdering van asbest aan strenge regels gebonden. De werkwijze is kostbaar, waardoor er juist met de ontduiking van regelgeving veel geld kan worden verdiend.

Arbeidsinspectie hield informatie weg bij controleurs
Eerst moet de aard van de vervuiling worden vastgesteld, waarna een erkend verwijderingsbedrijf het asbest mag afvoeren. Die bedrijven worden gecontroleerd door zogeheten certificerende instellingen (CI's) die toezien op de kwaliteit van het werk en personeel. Begaat een verwijderaar te veel of te zware overtredingen, dan wordt het certificaat afgenomen en mag het bedrijf het vak niet langer uitoefenen.

Ook gemeenten controleren de asbestverwijdering, en kunnen bij misstanden het werk tijdelijk 'stilleggen'. De Arbeidsinspectie op haar beurt bemoeit zich als enige landelijke organisatie met asbest: in het kader van de Arbo-wet onderzoekt zij of het personeel niet aan gevaren wordt blootgesteld.

Veel asbestverwijderaars opereren landelijk, waardoor regionale certificerende instellingen en gemeenten geen zicht hebben op het werk dat buiten hun regio wordt uitgevoerd. Zij melden hun inspecties en geconstateerde overtredingen daarom aan bij de landelijke Arbeidsinspectie, die deze gegevens opslaat in InspectieView.

Gemeenten klagen over het gebrek aan medewerking door de Arbeidsinspectie. Te vaak krijgen zij te horen dat de door hen aangedragen zaken 'geen prioriteit' hebben. Ook de certificerende instellingen stellen dat de Arbeidsinspectie 'niet altijd even open is'. Zo heeft de Arbeidsinspectie een zwarte lijst waarop 49 malafide bedrijven staan, maar zij wil deze niet met andere diensten delen.

Achter de moeilijke samenwerking gaat een conflict schuil over de manier van optreden, erkent een woordvoerder van de Arbeidsinspectie. Deze dienst vindt dat juist de certificerende instellingen te laks zijn met het intrekken van certificaten. Door dit wantrouwen geeft de Arbeidsinspectie nu minder informatie door. De certificerende instellingen vinden op hun beurt dat de Arbeidsinspectie meer oog moet hebben voor kwetsbare controleurs in 'de aan criminaliteit grenzende asbestpraktijk'. We zijn namelijk geen politie-agenten, aldus branche-organisatie voor certificatie-instellingen VOC.
mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />