Eric le Gras −
13/09/11, 17:21
Naaldbossen hebben geen best imago bij natuurbeheerders, die ze vaak willen kappen om plaats te maken voor loofbos. Dat is zonde van de paddestoelen die juist onder sparren en dennen goed gedijen, zegt paddestoelenkenner Rob Chrispijn.
Naaldbossen hebben een slechte naam. Ze zouden saai en soortenarm zijn en niet thuishoren in Nederland. Natuurbeheerders spreken soms geringschattend over 'kerstbomenbos'.
Mycoloog, zeg maar paddestoelenkenner, Rob Chrispijn ziet dat anders. Hij noemt naaldbos een plek waar zeldzame paddestoelen kunnen overleven, een toevluchtsoord voor bedreigde soorten.
Chrispijn neemt een paar naaldbossen bij Diever als voorbeeld. "Je vindt er fijnspar en sitkaspar op voedselarme zandgrond. De zwarte bekerzwam is er onlangs gevonden en dat is een soort die bijna uit Nederland is verdwenen." Andere paddestoelen die bij dit type naaldbos horen zijn de slijmige spijkerzwam, de pagemantel en de scherpe gele ridderzwam: "Heel zeldzaam, ze staan allemaal op de rode lijst." Die lijst geeft aan welke soorten met uitsterven worden bedreigd of kwetsbaar zijn."
Toch wil Staatsbosbeheer dit bos uitdunnen om ruimte te maken voor andere natuurtypen: "Het is winter en het kapseizoen begint. Dat kappen leidt tot een aantasting van het karakter van het naaldbos zoals het nu is. Het gaat om een combinatie van schaduw en vochtigheid en die krijg je alleen als het oppervlak naaldbomen groot genoeg is. Hetzelfde gaat op andere plaatsen in Nederland gebeuren. In Noord-Brabant moeten tienduizenden hectares naaldbos verdwijnen en ook in de duinen begint het kappen weer."
Natuurbeheerders voeren twee argumenten aan voor het radicale rooibeleid. Het eerste is dat alleen de jeneverbes, de taxus en mogelijk de grove den van nature in Nederland voorkomen. Chrispijn: "De andere naaldbomen zijn exoten, ingevoerde soorten. Alleen, wat is natuurlijk in Nederland? Wat wij natuur noemen is mensenwerk. Ieder stukje Nederland is op de schop geweest. En wat komt ervoor in de plaats? Vooral loofbos en heide. Maar het duurt tientallen jaren voor je een loofbos hebt dat iets voorstelt. "
De paddestoelen van het naaldbos zijn bovendien geen exoten: "Sporen van zwammen kunnen zich over duizenden kilometers verspreiden. Het zijn wereldburgers, Nederlandse soorten bestaan niet. De biologen spreken daarom van meer of minder kenmerkende soorten. Daar kan ik inkomen, maar we moeten onder ogen zien dat natuurbeheer vooral een vorm van tuinieren is. Natuurlijk of kenmerkend, het blijft mensenwerk."
Het tweede argument komt van de Europese beleidsmakers. Die meten de waarde van een natuurgebied af aan de variatie van planten. Hoe meer variatie en hoe meer zeldzaamheden, hoe hoger de natuurwaarde. En omdat je, afgezien van het zeer zeldzame Linnaeusklokje, in naaldbos nauwelijks bijzondere planten vindt, is het rijp voor de kap.
Een eenzijdige redenering, zegt Rob Chrispijn: "De peenrode melkzwam groeit net als de fraaie gifgordijnzwam en de purperrode russula bij fijnsparren. De appelrussula en de holsteelboleet zijn gebonden aan lariks en zo kan ik doorgaan. In Nederland zijn ongeveer 475 paddestoelen uitsluitend of voornamelijk in naaldbossen te vinden. Van de 328 waarvan de verspreiding goed bekend is, staan er 231 op de rode lijst."
Voor mossen geldt iets dergelijks: "Een larixbos bij Appelscha is vijfentwintig jaar geleden op mossen geïnventariseerd. Dat leverde een flink aantal rode lijstsoorten op. Daarna is het gedund. We zijn er twee jaar geleden gaan kijken met een bosecoloog van Staatsbosbeheer en vonden overal gras en brandnetel. Die ecoloog schrok ervan en gelukkig zijn er tussen Appelscha en Diever een paar kleine naaldbosreservaten aangewezen."
Blijft de vraag of die zeldzame paddestoelen ook in Nederland groeiden voor hier naaldbos werd geplant. Chrispijn: "Ons loofbos herbergde ooit veel paddenstoelen. Maar de bodemvegetatie in loofbos heeft ernstig te lijden gehad van de zure regen. De ondergrond van een loofbos is eigenlijk een uitgeklede versie, je vindt er alleen nog maar gras. Naaldbos is schaduwrijker en schaduw dempt de invloed van zure regen. Veel paddestoelen hebben daar onderdak gevonden."
Laten we accepteren dat echte, wilde natuur in Nederland een fictie is, zegt Chrispijn: "Er moet ook plaats zijn voor naaldbos en voor de soorten die daarin onderdak vinden. Ik was laatst op stap met een paar natuurbeheerders. Ze wezen een Douglasspar aan met een stam met een doorsnee van zo'n zestig centimeter. Een boom die een jaar of zeventig oud is en gekapt ging worden om ruimte te maken voor een jonge eik die ernaast stond. Over twintig jaar zijn we blij als er nog een paar van die prachtige Douglassparren over zijn."
Dit najaar is een brochure verschenen over naaldbossen in Nederland. Deze is voor 4 euro te bestellen bij de Nederlandse Mycologische Vereniging: www.mycologen.nl