Van onze redactie groen −
12/01/12, 17:24
De appelrussula.
Paddestoelen houden van naaldbossen, maar natuurbeheerders hebben nogal eens de neiging lariks en fijnspar te kappen, omdat het geen inheemse bomen zijn. Nu de paddestoelenwerkgroep Drenthe heeft aangetoond dat het Drents-Friese Wold een waar zwammenparadijs is, wil Staatsbosbeheer zijn beleid wel aanpassen.
In totaal komen er ruim 800 paddestoelensoorten voor in het natuurgebied tussen Appelscha en Diever. Paddestoelen die speciaal thuishoren in naaldbos zijn goed vertegenwoordigd, op maar liefst 432 zogenoemde vindplaatsen. Bij 50 van die naaldbossoorten gaat het bovendien om paddestoelen op de Rode Lijst: ze zijn zeldzaam of staan op het punt te verdwijnen. Ter vergelijking: van de Rode Lijst-soorten in het Drents-Friese Wold zijn er slechts 29 gebonden aan loofbomen.
De meest bedreigde soorten worden gevonden in bossen met grove den, en dan vooral op de plekken waar veel korstmossen groeien. Daarnaast zijn sommige oude bossen van fijnspar en lariks van bijzondere betekenis voor schimmels. Bedreigde soorten als appelrussula en kamfergordijnzwam komen nergens zo veel voor als in dit gebied.
Nu nog wordt het Drents-Friese Wold gedomineerd door naaldbomen, maar Staatsbosbeheer wil met kappen en uitdunnen meer variatie aanbrengen. Kap brengt meer licht op de bodem en geeft jonge bomen de kans om te groeien. Uit het onderzoek van de paddestoelenwerkgroep blijkt dat dit omvormingsbeleid negatief is voor de paddestoelengroei. In het rapport worden 31 gebieden in het Drents-Friese Wold aangeduid als zeer waardevol, waaronder 22 naaldboomgebieden.
Volgens Boswachter Corné Joziasse is het logisch dat een ander beheer, andere planten en dieren oplevert, en dat er ook wel eens soorten sneuvelen. "Maar zo'n paddestoelenparadijs moeten we waarderen en beschermen."