Janne Chaudron | Durban −
09/12/11, 11:57
Xie Zhenhua, hoofd van de Chinese delegatie in Durban.
© afp
Voor het eerst heeft de Chinese delegatie een eigen paviljoen op de klimaattop in Durban, die vanavond wordt afgesloten. Daar organiseren ze bijeenkomsten over de groene intenties van China. Denk aan de zonnepanelenindustrie die inmiddels is uitgegroeid tot de grootste ter wereld. Zo'n paviljoen is op zich niets bijzonders. Ieder continent wil graag laten zien hoe duurzaam het bezig is, zeker op een klimaattop.
Maar voor China is dit wel een doorbraak. De Chinese delegatie hield zich in het verleden afzijdig tijdens internationale klimaatonderhandelingen. De Chinese onderhandelaar gaf bijna nooit een persconferentie, en in de plenaire zaal voerden de Chinezen niet graag het woord. Peking hield de klimaatpolitiek liever binnen de landsgrenzen en was niet gewend te wachten op de uitkomst van onderhandelingen.
Eventueel bindende afsprakenDie houding lijkt in Durban langzaam te veranderen. Dat China voor het eerst een paviljoen heeft, is daar een voorbeeld van: ze willen de buitenwereld graag laten zien hoe goed ze bezig zijn. Daar komt bij dat de Chinese onderhandelaar zondag een belangrijke uitspraak deed. Hij zei, in het openbaar, dat China bereid is eventueel bindende afspraken te maken over de reductie van broeikasgassen. In het verleden wilde China zich alleen vrijwillig committeren. Waarom maakt de meest vervuilende economie ter wereld ineens een draai?
Het heeft alles te maken met geopolitieke belangen. Afrika is de belangrijkste handelspartner van China. De handel met Afrika bedroeg in 2010 126,9 miljard dollar, in 2000 was dat nog 10 miljard. De Chinezen hebben grote belangen in de grondstoffensector. In ruil voor grondstoffen bouwen ze scholen, leggen ze wegen aan en voorzien ze de Afrikanen van elektriciteit. Ook hebben de Chinezen verschillende grote stukken landbouwgrond opgekocht in Afrika om voedsel voor de eigen bevolking te verbouwen.
Aanpassen aan klimaatveranderingDe ontwikkelingslanden, waaronder Afrika en Latijns-Amerika, hechten erg aan het Kyoto-protocol dat eind 2012 afloopt. In dat klimaatverdrag hebben de ontwikkelde landen, waaronder Europa, Japan en Rusland, bindende afspraken gemaakt om hun CO2-uitstoot terug te dringen. De ontwikkelingslanden hebben geen verplichtingen, omdat ze niet verantwoordelijk worden gehouden voor de opwarming van de aarde. Ze krijgen wel geld van rijke landen om zich aan te passen aan klimaatverandering.
Voor hen staat er dus veel op het spel in Durban, want zonder bindend verdrag geen toezeggingen meer van rijke landen. De EU tekent alleen een nieuw verdrag als alle landen, inclusief China én de ontwikkelingslanden meedoen. Afrika heeft die toezegging gisteren gedaan. China kan twee dingen doen: het trekt zich niets aan van internationale klimaatonderhandelingen en gaat terug naar huis, of het sluit zich aan bij de ontwikkelingslanden om de belangen in Afrika en Latijns-Amerika veilig te stellen. Dat laatste lijkt voor China nu belangrijk.
Of de houding van China uiteindelijk een klimaatakkoord tot stand brengt, is zeer de vraag. De VS, Rusland, Canada en Japan doen sowieso niet mee aan een tweede periode van het Kyoto-protocol. De Europese commissaris Connie Hedegaard hield twee dagen geleden een zeer bevlogen speech waarin ze zei niet meer te willen wachten op landen die niet meedoen. Maar de Polen, die voorzitter zijn van de EU en een belangrijke rol spelen in Durban, handelen met minder passie. Klimaat heeft in Polen niet de hoogste prioriteit. Zolang de onderlinge verhoudingen in de EU zwaarder wegen dan de Chinese toespeling, lijkt een klimaatakkoord nog ver weg.