Redactie −
02/12/11, 10:46
©THINKSTOCK
De temperatuur op de noordpool was in 2011 gemiddeld 1,5 graad hoger dan in de afgelopen jaren. Dieren die op het ijs leven, zoals walrussen en ijsberen lijden daaronder. Walvissen zijn er juist bij gebaat.
Dat blijkt uit een
jaarlijks onderzoek van een internationaal team van wetenschappers. Zij spreken van een nieuwe warmere en groenere fase op de noordpool, met minder plaats voor ijsberen maar meer ruimte voor ontwikkeling voor bijvoorbeeld energiemaatschappijen en toerisme. De veranderingen zullen volgens hen versnellen, doordat er minder ijs is om zonlicht te reflecteren en meer donker water om het te absorberen.
Nieuwe normale situatie'Of er nog een weg terug is en of de situatie zich nog kan herstellen, wie zal het zeggen?', zegt Don Perovich' een expert op het gebied van zee-ijs van het United States Army Corps of Engineers. 'Maar dit is nu de nieuwe normale situatie. Dat heeft gevolgen, niet alleen voor het ijs maar voor het hele ecosysteem van de noordpool.'
De onderzoekers omschrijven de noordpool als de 'airconditioner' van de wereld. Ingrijpende veranderingen daar, hebben grote invloed op het leven op aarde. Uit het onderzoek blijkt dat windpatronen zijn veranderd. Hierdoor worden de Verenigde Staten en Noord-Europa van tijd tot tijd geteisterd door koude luchtstromen uit de noordpool.
Langer open voor walvissenHet verlies van zee-ijs betekent minder ruimte voor dieren die het ijs gebruiken, zoals ijsberen en walrussen. Maar walvissen die migreren naar warmere gebieden, zijn er juist bij gebaat. Als het het ijs langer open is, kunnen ze langer in het noordpoolgebied blijven, waar veel voedsel te vinden is. Wetenschappers hebben een populatie Groenlandse walvissen gevolgd die de Noordwestelijke Doorvaart, dat tot enkele jaren geleden nog dicht was, hadden ontdekt als nieuws leefgebied.
Met minder ijs rond de noordpool wordt het gebied beter toegankelijk voor schepen. Energiemaatschappijen en toeristen kunnen er in de toekomst veel eenvoudiger komen. Monica Medina, van de Amerikaanse Nationale Oceanische en Atmosferische Dienst (NOAA), zegt dat het onderzoek kan helpen bij de 'voorbereiding voor een groeiende vraag naar het exploiteren van de noordpool'.