Eric Fokke −
22/07/11, 15:45
Een jonge oehoe. Dit jaar waren er maar zeven nesten op de eilanden. ©Eric Fokke
Duurzame stroom is niet altijd even groen. De Noorse eilandengroep Sleneset verkiest windmolens boven broedende oehoes.
'Oké, als je geen apparatuur met gps meeneemt." Frode Johansen, lid van de 'volksbeweging' tegen windmolens op de eilandengroep Sleneset in Noorwegen, wil niet het risico lopen dat zijn gast die hij naar de nesten van de oehoes vaart, later op eigen gelegenheid terugkomt om eieren of jongen te stelen. Het zou zomaar kunnen, zulke mensen zijn er. Maar er zijn grotere bedreigingen voor de oehoes.
De oehoe is de grootste uil van Europa - tweemaal groter en tien keer zwaarder dan een ransuil. Sleneset telt meer dan één broedpaar per vierkante kilometer: de hoogste dichtheid van Europa. Sleneset is onderdeel van de gemeente Lurøy, net onder de poolcirkel, en bestaat uit zo'n 360 kleine, platte, boomloze eilandjes in zee. Niet direct een biotoop voor oehoes. De uilen broeden normaalgesproken liever op rotswanden of in bomen. Hier broeden ze op de grond, bij voorkeur onder de beschutting van een schuine steen.
De reden waarom de uilen juist voor Sleneset kiezen, is al na één stap op een eilandje zichtbaar: overal tunnels van woelratten. Voedselaanbod gaat bij de oehoes boven een fijne rotswand. "Tot een paar jaar geleden wemelde het hier van de woelratten", herinnert Johansen zich. "Je kon geen voet verzetten of er zat een woelrat onder. Miljoenen. Ik zie ze de laatste jaren zelden. De populatie is in elkaar geklapt. De woelratten gedijen goed onder een dik pak sneeuw. Maar we hebben enkele winters gehad waarin sneeuw werd afgewisseld met regen. Vervolgens sloeg de vorst toe en bevroren de woelratten tot diep in de grond."
Het is niet zo dat de uilen volledig afhankelijk zijn van de woelratten, want ze eten ook zeevogels en pakken zelfs vissen af van meeuwen, vertelt Johansen. Maar effect heeft het zeker. "We hebben hier zo'n 22 tot 25 potentiële broedparen oehoes, maar er zijn er dit jaar maar zes tot zeven aan een nest begonnen."
De oehoes hebben nog meer te verduren op hun eilandjes: grazende schapen die schuilen op de beschutte plekken, waar uilen hun nest maken. Maar ook zeearenden. Zojuist heeft een van hen een uilskuiken verorberd.
De druk wordt mogelijk nog verder opgevoerd. "Daar en daar", gebaart Johansen in het weidse landschap, "zijn twee keer 35 windmolens gepland. De hoogste heuveltop op de eilanden is 62 meter, de torens van de geplande molens zijn zes meter breed en met wieken erbij 124 meter hoog."
Of het windpark er echt komt, is aan de Noorse regering. De provincie en gemeente Lurøy zijn al akkoord. Op een ander eiland, twintig minuten varen verderop, wrijft burgemeester Carl Einar Isachsen jr van Lurøy zich in zijn handen. "Windmolens zijn goed voor schone stroom en onderzoek wijst uit dat Sleneset een van de allerbeste plekken in de provincie is om een windpark te bouwen. Lokaal betekent dat werkgelegenheid: vijf tot tien werkplekken als het park draait en nog méér in de aanlegfase."
Bovendien levert het de gemeente belastinggeld op: tien miljoen kronen per jaar, oftewel 1.250.000 euro. Wat het windpark precies voor de uilen zal betekenen, weet Isachsen niet. "Maar ik verwacht geen problemen. De molens komen maar in een klein deel van het gebied. Een goede muizenstand lijkt mij belangrijker."
Karl-Otto Jacobsen van Nina, het Noorse instituut voor natuuronderzoek, ziet dat anders. "We hebben de gevolgen onderzocht van een park met 68 windmolens in de Noorse eiland-gemeente Smøla. Daar huist de grootste populatie zeearenden van Midden-Noorwegen. We zien dat het aantal broedparen is teruggelopen. Per nest worden minder jongen grootgebracht en vele arenden zijn gedood door de wieken." In Duitsland en Spanje zijn dode oehoes onder windmolens gevonden, maar volgens de onderzoeker is de kans op ongelukken bij uilen kleiner dan bij arenden, omdat uilen doorgaans op lagere hoogte vliegen.
Het grootste probleem voor oehoes van Sleneset, meent Jacobsen, is de bouw van wegen, bruggen en een nieuwe kade om het windmolenpark mogelijk te maken. "De omgeving gaat op zijn kop, veertig eilandjes worden met elkaar verbonden, en het hele ecosysteem kan veranderen. Omdat bij alle kunstwerken veel stortstenen gebruikt worden, krijgt de nerts gelegenheid zich op de eilanden te vestigen. Nertsen maken nu geen kans, omdat de enkeling die komt aanzwemmen weinig schuilplaatsen vindt en door een zeearend of oehoe wordt gegrepen. Loopt het aantal arenden of uilen terug tijdens de aanleg van het windpark, dan kan de balans de andere kant opslaan. En meer nertsen betekent een geduchte voedselconcurrent erbij."
De uilen kunnen hun menu in dat geval nog verder uitbreiden richting zee, maar volgens de natuuronderzoeker is dat niet gunstig. "In de mariene voedselketen zitten nu eenmaal meer gifstoffen. In veren van oehoes, die hoog in de voedselpiramide staan, meten we nu al vervuiling."
Johansen: "Het is ook niet uit te sluiten dat de oehoes, die tijdens de jacht sterk afhankelijk zijn van hun gehoor, belemmerd worden door het laagfrequente geluid dat windmolens produceren."
Bjørn Økern zegt dat Noorwegen de groene stroom helemaal niet nodig heeft. Hij is van Motvind, 'Tegenwind', een organisatie die zich verzet tegen grootschalige windmolenparken langs de hele Noorse kust. "Het is allemaal voor de export, ook naar Nederland", zegt hij. "Er valt geld te verdienen, dus willen energiemaatschappijen hier vierduizend molens langs de kust. De overheid moet over de brug komen omdat geen bedrijf de aanlegkosten kan dragen. De belastingbetaler betaalt, iemand gaat er met de winst vandoor en wij blijven achter met een vernietigd landschap."
Dat ziet burgemeester Isachsen anders. "De gemeente kan die belastinginkomsten goed gebruiken. Bovendien zijn er ook genoeg mensen die windmolens mooi vinden. Ze zouden wel eens meer toeristen kunnen trekken." Lokaal is er volgens hem amper discussie: "Tachtig, negentig procent is voor. Alleen wat organisaties en eigenaren van vakantiehuizen zijn tegen."
Johansen bestrijdt dat. "Sommigen denken er beter van te worden of werk te vinden. Maar met dit soort projecten staat een werkloze visser of een lokale aannemer buitenspel - specialisten en materiaal komen van buiten. Slechts een nipte meerderheid van de provincie is akkoord."
Er zijn alternatieven, zegt Økern. "Noorwegen produceert al heel veel energie met waterkracht. Als we van die installaties de oude turbines vervangen door nieuwere, gaat de energieproductie al met 25 procent omhoog. Ook de transportleidingen naar Europa zijn te verbeteren, want daar vindt nu veel verlies plaats. Er valt sowieso veel meer energie te besparen, maar de samenleving is alleen geïnteresseerd in produceren, niet in besparen."
Onderzoeker Jacobsen van Nina: "Ik kan mij niet voorstellen dat dit project doorgaat, hoewel de roep om alternatieve energiebronnen na de ongelukken met kerncentrales in Japan groter lijkt dan ooit. Er zijn gebieden in Noorwegen waar de bouw van een weg of vakantiehuizen is stilgelegd omdat er één paartje oehoes broedde. Sleneset heeft al heel erg lang een dichte, stabiele en productieve populatie oehoes, een soort die ook in Noorwegen al decennia achteruit gaat. Ik geloof nooit dat de regering daaraan haar vingers wil branden. Hier is geen sprake van groene stroom, maar van donkerrode."