Antoine Verbij −
05/07/11, 09:00
Cem Özdemir (l) en Claudia Roth, voorzitters van de Groenen vieren het besluit van de regering-Merkel om alle kerncentrales te sluiten. ©AFP
De Duitse Groenen doen het goed. Heel goed. Volgens peilingen kunnen ze rekenen op meer dan twintig procent van de stemmen, en daarmee zijn ze een serieuze dreiging voor de twee grote volkspartijen CDU en SPD. Zijn de Groenen nu zelf een partij van het midden geworden?
Het gaat er zo geciviliseerd aan toe, merken de twee medewerkers van het wetenschapelijk bureau van GroenLinks op. De spreekbeurten zijn kort en precies, de vragen uit de zaal vakkundig en de deelnemers allemaal actief in maatschappelijk relevante sectoren. Het niveau, vinden de beide GroenLinksers, is duidelijk hoger dan in Nederland op soortgelijke bijeenkomsten. "Maar ja, de Groenen hebben ook veel meer geld."
Nu moet gezegd, de Toekomstconferentie van de Duitse Groenen afgelopen zaterdag in Berlijn trok vooral de intellectuele partijleden aan, in minder mate de actievoerende basis. De partijtop was vertegenwoordigd, de fractie in het Europarlement, de Heinrich Böll-Stichting, die voor de Groenen wetenschappelijk onderzoek doet. En uiteraard was ook hun nieuwste held aanwezig, de eerste Groenen-premier van een deelstaat, Winfried Kretschmann uit Baden-Württemberg.
Voor Annie van de Pas van het Wetenschappelijke Bureau GroenLinks staat Kretschmann symbool voor het enorme succes van de Duitse Groenen de laatste tijd. "Die man is al dertig jaar bezig, vanaf de oprichting van de partij. Hij hield consequent vast aan dezelfde thema's. Hij liet zich niet als gekke Henkie in de hoek zetten, maar bleef consequent aan zijn netwerk bouwen. En dit is het resultaat. Geloofwaardigheid, dat is de sleutel van zijn succes."
Van de Pas doet onderzoek naar opkomst en neergang van groene partijen in Europa. Met velen is zij verwonderd over de enorme groei van de Groenen-aanhang sinds vorige zomer. Bij de vijf deelstaatverkiezingen dit jaar stapelden de Groenen succes op succes, in de peilingen staan ze voortdurend boven de twintig procent. Ze zijn de op twee na grootste partij van Duitsland, op riante afstand van de liberale FDP en vlak achter de kwakkelende SPD.
In steeds meer deelstaten nemen ze deel aan de regering, in steden als Freiburg en Tübingen leveren ze de burgemeester, in Baden-Württemberg overvleugelen ze zelfs de SPD, die nu een minister-president van de Groenen boven zich moet dulden. Wie dacht dat na de periode van Groenen-leider Joschka Fischer de partij in de marge terecht zou komen, heeft zich deerlijk vergist. Sinds het einde van diens heerschappij heeft de aanhang zich ruimschoots verdubbeld.
Hoe valt dat succes te verklaren? Annie van de Pas ziet een tweetal externe factoren. Het Duitse electoraat ontwikkelt zich verrassend anders dan elders in Europa, zegt ze, het toont zich steeds gevoeliger voor progressieve thema's zoals milieu en sociale gerechtigheid. En in de tweede plaats zie je een soort retro-trend in de Duitse samenleving. Mensen verlangen terug naar de vroege jaren tachtig, naar de tijd van het activisme. Demonstreren is weer hip.
Feit is dat de afgelopen tijd Duitsland een aantal grote demonstraties heeft gekend. Door de jaren heen zijn traditiegetrouwe Duitsers altijd wel tegen kernenergie blijven demonstreren, maar vorig jaar in de herfst deden er meer mensen aan mee dan ooit, onder wie velen die nooit eerder de straat op waren gegaan. En in Stuttgart, de hoofdstad van Baden-Württemberg, liepen jong en oud, arm en rijk te hoop tegen de bouw van een peperduur, ondergronds treinstation.
De demonstraties tegen kernenergie boekten een onverwacht succes. Officieel omdat de kernramp in Fukushima tot nieuwe inzichten noopte, onofficieel omdat peilingen uitwezen dat de meeste Duitsers van de kerncentrales af wilden, besloot de regering-Merkel tot een radicale koerswijziging en stelde ze een plan op om alle kerncentrales te sluiten. In de ogen van de kiezer is dat besluit echter geen verdienste van de liberaal-conservatieve regering maar van de Groenen.
Het is echter de vraag of je daaruit mag concluderen dat het Duitse electoraat progressiever is gaan denken, zoals Van de Pas meent. In de afkeer van kernenergie, in het protest tegen de modernisering van het Stuttgartse station, in de hang naar het behoud van het milieu spelen juist conservatieve sentimenten een sterke rol. In Duitsland zelf zoeken politieke analisten de reden voor het succes van de Groenen daarom in een andere richting.
De Groenen vertegenwoordigen een nieuw soort burgerlijkheid. Het nieuwe Groenen-electoraat bestaat uit hoog opgeleide, goed verdienende, comfortabel behuisde en niet zelden als zelfstandige werkzame veertigers en vijftigers. Nog niet zo lang geleden stemden zulke mensen op de FDP, maar die is voor de nieuwe middenklasse te materialistisch. Voor de nieuwe Groenen-kiezers is de burgerlijke samenleving een waardengemeenschap.
De nieuwe Groenen-kiezer is het gezapige gedoe van het politieke establishment zat. Goede kans dat hij de laatste keren niet eens naar de stembus is gegaan. Nieuwe Groenen zeggen vaak dat ze zich liever persoonlijk voor de samenleving inzetten. Voor hen betekent de burgerlijke samenleving ook de civil society: vrijwilligerswerk is voor hen een vanzelfsprekendheid. Het programma van de Groenen legt veel nadruk op die dienstbaarheid.
Tekenend voor dat kiezersprofiel is het succes van de Groenen in wat doorgaat voor de kleinburgerlijkste deelstaat van Duitsland: Baden-Württemberg. Het is de meest welvarende deelstaat en de sterkste economische regio in Europa, met als fundament de auto-industrie, en wel van auto's die tot de luxecategorie behoren: Mercedes, Porsche, Audi. Dat klinkt allemaal erg niet-groen.
Op de Toekomstconferentie ging Kretschmann in debat met Matthias Wissmann, de eloquente vertegenwoordiger van de Duitse auto-industrie. Beiden pleitten, ieder vanuit zijn eigen belang, voor modernisering van de mobiliteit: meer openbaar vervoer, elektro-auto's, car sharing enzovoort. Na afloop vertrok Kretschmann in een luxe dienstauto met televisie (om het WK vrouwenvoetbal te zien, zei hij) en reed Wissmann op de fiets naar huis.
De Groenen hebben een nieuwe basis gevonden in het nieuwe midden van de Duitse samenleving. De thema's die de Groenen juist ook op deze conferentie aansnijden, zegt Ulrike Herrmann, redactrice van de links-alternatieve krant die Tageszeitung, wortelen niet meer in sociale bewegingen zoals vroeger. Het huidige succes van de Groenen danken ze aan sterke standpunten over bijvoorbeeld de financiële crisis en sociale gerechtigheid.
Dat constateert ook Annie van de Pas op de conferentie. De Duitse Groenen, lange tijd schijnbaar een one issue-partij, ontwikkelen allemaal heldere standpunten over uiteenlopende kwesties, zowel over hun oude kernthema's zoals milieu en kernenergie, als over nieuwe thema's zoals democratie, het verdelingsvraagstuk, maatschappelijke uitsluiting en Europa.
De Groenen zijn een partij geworden die in steeds meer lagen van de bevolking aanhang vindt. Ontwikkelen de Groenen zich daarmee tot een volkspartij, die met CDU en SPD kan concurreren om het burgerlijke midden? Zo ver is het nog niet, zeggen de politieke analisten. Kern van de aanhang is het weldenkende deel van de burgerij, dat zich de luxe van een op waarden georiënteerd leven kan veroorloven. Sommigen noemen dat spottend 'bionade-biedermeier', naar de modieuze eco-limonade.
De kracht van de Groenen, meent Van de Pas, is de volharding waarmee ze aan hun waarden blijven vasthouden. Van de Pas, die met veel kaderleden van de Groenen sprak, roemt de partij voor de zorgvuldigheid waarmee ze onderzoekt wat haar kiezers bezighoudt en daar vervolgens heldere standpunten over formuleert. "Ze doen hun werk gewoon heel erg goed", zegt Van de Pas met lichte jaloezie.
De vraag is echter of de partij net zo goed kan besturen als kiezers vangen. Tot nu toe opereerden de Groenen vooral vanuit de oppositie. Dat verleidde tot het koesteren van ideeën die in de praktijk luchtkastelen blijken. Het idee van een basisinkomen bijvoorbeeld is in de partij nog altijd populair. De Groenen moeten nog leren om in het politieke bedrijf compromissen te sluiten zonder daarbij hun geloofwaardigheid te verliezen.
Wat dat betreft moet de partij zo snel mogelijk haar eigen verleden kritisch bekijken, meent Ulrike Herrmann. Vooral de periode van 1998 tot 2005, toen ze samen met de SPD de Bondsrepubliek regeerde. Er zijn toen grote fouten gemaakt, bijvoorbeeld op het gebied van sociale zekerheid, loonpolitiek en belastingen. "Dat mag de Groenen niet weer overkomen. Vóór de bondsdagverkiezingen van 2013 moeten de lessen uit het verleden zijn geleerd."
Als de Groenen hun groei tot dat tijdstip weten vast te houden - de spectaculaire toestroom van nieuwe leden is maar een van de indicaties dat dat kan lukken -, komt de partij in een luxepositie terecht. Ze heeft dan de coalitiepartner voor het uitkiezen. Merkels CDU begint al opvallend te lonken. Maar de SPD ligt altijd nog meer voor de hand, al is het de vraag of die een eventuele bondskanselier van de Groenen zullen accepteren.
Want het kan zomaar gebeuren dat de Groenen de sociaal-democraten in de bondsdag voorbijstreven. De partij moet daarom serieus uitzien naar een kandidaat-bondskanselier. Van de huidige vierkoppige leiding komt er eigenlijk maar een in aanmerking. Claudia Roth is te wild, te emotioneel. Cem Özdemir te vers, te onervaren. Renate Künast is geschikt, maar wil burgemeester in Berlijn worden. Blijft over: Jürgen Trittin, geslepen en ervaren, een uitmuntend debater, straalt veel autoriteit uit, volgens sommigen iets te veel.
De enigen die de opmars van de Groenen nog kunnen stuiten, lijken de Groenen zelf te zijn. Daar waar de Groenen al regeren, in kleinere gemeenten, in enkele studentensteden en in een aantal deelstaten, komt de krachtigste oppositie vaak uit de eigen partij. Kretschmann is nog maar een paar maanden premier van Baden-Württemberg, maar nu al lopen zijn partijgenoten voorop in demonstraties tegen de stationsbouw, die onder zijn bewind toch door lijkt te gaan.
De strijd tégen kerncentrales is gewonnen, maar de strijd vóór alternatieve energie bergt enkele gemene valkuilen voor de Groenen. Wind en zon zijn kwetsbare energiebronnen. Om die efficiënt te kunnen gebruiken moet het hoogspanningsnet drastisch worden uitgebreid en moeten er grote installaties komen om energie op te slaan. Dat brengt landschapsbederf met zich mee. En wie lopen er voorop in de protesten daartegen? De Groenen.
Ook in Berlijn lijken de Groenen zichzelf in de wielen te rijden. In september gaan SPD en Groenen in een nek-aan-nekrace bepalen wie de burgemeester mag leveren. Renate Künast, nu nog fractieleider in de bondsdag, voert campagne met haar programma 'Een stad voor iedereen'. Iedereen? In het programma staat onder meer dat ze yuppificering willen bestrijden. Letterlijk: "geen parketvloeren en rondom betegelde badkamers".
Dat is niet handig wanneer juist onder de bionade-burgers, met hun hoge inkomens en hun luxe maar verantwoorde levensstijl, het grootste kiezerspotentieel zit. De nieuwe Groenen-kiezers komen uit het burgerlijke midden, maar bij het kader heerst nog altijd een beetje angst voor dat midden. Als het erop aankomt staan ze liever achter de excentrieke voorzitter Claudia Roth, met haar geverfde haren en felle sjaals, dan achter haar co-voorzitter, de gematigde, in dure pakken gehulde Cem Özdemir.
De laatste Groenen-loze deelstaat wordt waarschijnlijk veroverd en in Berlijn lonkt regeringsmacht
Bij de laatste bondsdagverkiezingen in september 2009 haalden de Groenen 10,7 procent van de stemmen. Volgens de verschillende onderzoeksbureaus zouden de Groenen nu 21 tot 24 procent van de stemmen halen. In de deelstaten zijn er uitschieters naar boven (Baden-Württemberg 30 en Berlijn 29 procent) en naar beneden (in de meeste oostelijke deelstaten beweegt het percentage zich rond de 8 procent, nog altijd ruim boven de kiesdrempel).
Het Duitse Bureau voor de Statistiek berekende dat het kiezerspotentieel van de Groenen (kiezers voor wie een stem op de Groenen een optie is) op 30 procent ligt. Met name veel mensen die de laatste keer niet zijn gaan stemmen, blijken nu een stem op de Groenen te overwegen. Ook het ledenaantal kent een opmerkelijke groei. Dit jaar meldden zich ruim 5000 nieuwe leden aan. Het ledental komt daarmee op ruim 57.000.
De Groenen zijn inmiddels in 15 van de 16 deelstaatparlementen vertegenwoordigd. In september verwacht de partij ook het laatste Groenenloze parlement, dat van Mecklenburg-Vorpommern, te veroveren. In zes deelstaten maakt ze deel uit van de regering. In september kan daar Berlijn bij komen. In 2013 zijn er weer bondsdagverkiezingen. Zoals het er nu naar uitziet is er een gerede kans dat de Groenen in de regering komen.