Jan Rotmans, hoogleraar duurzaamheid en transities, Erasmus Universiteit Rotterdam, en voorzitter van Urgenda −
27/05/11, 09:36
© anp
opinie
Duurzame economie is een banenmotor. Maar in Den Haag lijkt duurzaamheid dood verklaard, terwijl de burgers wel willen.
Duurzame innovatie is de snelst groeiende sector ter wereld. Er ontstaat een nieuwe economie rondom duurzaamheid, in het bijzonder rond schone technologie. Deze sector maakt een stormachtige ontwikkeling door en groeit met zo'n 30 procent per jaar. Landen als China en de VS, maar ook Duitsland, Italiƫ en Denemarken investeren tientallen miljarden dollars per jaar in schone technologie. Nederland blijft hierbij sterk achter met een onderinvestering van circa 1 miljard euro.
Schone energie bepaalt mede de nieuwe economische orde die aan het ontstaan is. Zoals de Amerikaanse president Obama zegt: "Het land dat de schone energie-economie domineert, zal het land zijn dat de wereldeconomie domineert en Amerika moet dat land zijn." Schone energie is ook een banenmotor en levert de komende tien jaar zo'n 100 miljoen groene banen op. Er ontstaan nieuwe economische sectoren, zoals elektrisch vervoer, duurzaam bouwen, klimaatadaptief ontwikkelen en biochemie. Dat zijn nu nog niche-sectoren, maar zij kunnen uitgroeien tot de pijlers van een nieuwe, schone economie. En we gaan dingen anders maken, schoon, milieuvriendelijk en gericht op de natuur.
Naast deze duurzame globalisering is er ook sprake van glocalisering, de hang naar lokale worteling. Steeds meer mensen willen voeding, energie en zorg ter hand nemen en niet afhankelijk zijn van globale krachten en bedrijven. In Nederland exploderen lokale en regionale energiebedrijven. Er zijn al ruim 300 initiatieven voor decentrale duurzame energieopwekking.
Ook in het bedrijfsleven is duurzaamheid gemeengoed aan het worden. "Wie niet aan duurzaamheid werkt, heeft als bedrijf over vijftien jaar geen bestaansrecht meer", zei bestuursvoorzitter Paul Polman van Unilever onlangs. Naast zzp'ers en start-ups verduurzamen ook steeds meer grote bedrijven. Dit uit zich niet alleen in hun visie, missie en strategie, maar vooral in hun bedrijfsvoering en businessmodel. De oprichting dit jaar van de Groene Zaak, een soort groen VNO/NCW, met tachtig grote en middelgrote ondernemingen in duurzaam ondernemen, onderstreept dit.
De markt verduurzaamt ook in snel tempo: de omzet van duurzame producten en diensten groeit twee keer zo snel als van normale producten en diensten. Voorbeelden zijn biologische voeding, groene stroom, hybride auto's, energiezuinige wasmachines, zonneboilers, maar ook duurzame aandelen die een aanzienlijk hoger rendement opleveren dan gewone aandelen. Een groep van zo'n 1,7 miljoen mensen ('cultural creatives') propageert een duurzame leefstijl, maar mist een concreet handelingsperspectief: ze willen wel, maar weten niet zo goed hoe en worden ook niet adequaat bediend.
Opvallend is dat deze duurzame grondtoon niet resoneert in Den Haag. Duurzaamheid lijkt daar dood verklaart. Er is een aantal oorzaken: de compromissencultuur in de Nederlandse politiek; de grote invloed van gevestigde belangen; de afhankelijkheid van de overheidsinkomsten van gasgebruik; het ontbreken van innovatieve financiƫle arrangementen om duurzaamheid te stimuleren
Den Haag is vooral bezig met incrementele verandering, in plaats van met radicale, fundamentele verandering. Zo kan het gebeuren dat na al die jaren nog steeds geen 'feed-in' tarief is ingevoerd in Nederland en dat het prachtige burgerinitiatief 'Nederland krijgt schone energie' op formele gronden door de Tweede Kamer om zeep wordt geholpen. En zo wordt er wellicht straks toch weer een kerncentrale gebouwd in Zeeland.