*

 

Vrije Koe, blije koe

Nienke Schipper − 03/05/11, 12:26

Vlees eten mag weer! Of tenminste, het kan weer zonder daar een schuldgevoel aan over te houden. Het vlees van De Vrije Koe komt van een koe die een echt leven heeft gehad. Een koe die de frisse lucht van de Brabantse Biesbosch heeft mogen opsnuiven en weet hoe de uiterwaarden van de Merwede er uit zien. Een koe die weet hoe vers gras voelt aan zijn poten. En die werkelijk tijd heeft doorgebracht met de stier en de kalveren die ze ter wereld brengt.

  • De Vrije Koe op Twitter
Maar die koeien zijn dun gezaaid in Nederland. De meeste vleeskoeien groeien op in de stal waar ze geboren zijn en mogen luttele seconden genieten van de buitenlucht alvorens ze in de veewagen worden afgevoerd naar de slacht. Dit zijn doorgaans de bekende ¿Dikbil koeien¿, een soort dat zover is doorgefokt voor het vlees dat het niet eens meer in staat is om natuurlijk te bevallen.

Cynthia Bruining is samen met boer Arnoud Speksneijder bedenker van het initiatief 'De Vrije Koe'. Ze willen dat de dieren die wij eten tenminste een fatsoenlijk leven hebben gehad. Daarom beheert Speksneijder naast zijn hoveniersbedrijf een kleinschalig boerenbedrijf met 70 tot 80 koeien. Al deze koeien staan op de dijken van de Biesbosch met de hele familie bij elkaar. "Pas als je zo'n hele kudde bij elkaar ziet staan besef je hoe zeldzaam dat is in het Nederlandse landschap" zegt Bruining terwijl ze de wei in stapt. Op de schuine helling staan drie rassen: de oud Hollandse Blaarkop, die bijna uit het landschap is verdwenen, de Lakenvelder en de blonde Acquitane koe uit Frankrijk. Alle drie prima geschikt voor consumptie.

Speksnijder kent zijn dieren goed. Hij bepaalt welk dier wordt geslacht. "Zolang een dier een functie in de kudde heeft houden we hem". Hij heeft een ouderwetse potstal waar 's winters de dieren binnen kunnen staan. De koeien staan op een betonnen vloer met daarop een dikke laag stro. Voorin, waar de dieren bij het voer kunnen, ligt een behoorlijke laag mest. "De stal wordt in de winter maar twee maal uitgemest" vertelt Speksnijder. "Dat is goed voor de isolatie. De mest gaat lekker broeien en zorgt voor warmte in de stal." Nu staan er alleen nog de dieren die op het punt staan een kalf te krijgen. En één koe die wezenloos rondjes loopt door haar stal. "Die is een beetje in de war. Ik denk dat zij de volgende is die we gaan slachten".

'Puur en natuurlijk boeren' is wat Speksnijder wil. Volgens hem is het helemaal niet nodig om preventief antibiotica toe te dienen. Hij belt de veearts alleen als het echt nodig is. De koeien krijgen ook alleen zorgvuldig geselecteerd plantaardig voer. Van een conservenfabriek in buurt krijgt hij de overblijfselen van seizoensgroenten zoals wortel- en bietenpulp. Toch heeft hij niet het 'biologisch keurmerk'. "Daarmee zit ik klem in een stramien en kan ik niet meer mijn eigen filosofie nastreven."

Bruining heeft nog een baan als ontwerper van gietvloeren, maar vond de manier waarop Speksnijder zijn koeien hield zo bijzonder dat ze hem graag wilde helpen. Vorig jaar bedacht ze een plan hoe ze de distributie en verkoop kon regelen en nog diezelfde avond belde ze hem met de boodschap "We gaan het doen".  Haar doel is om het vlees en de consument dichter bij elkaar te brengen. "De keten moet korter," zegt Bruining. Door de groothandel ertussen uit te halen en het vlees direct van de slager naar de consumenten te brengen wil ze CO2 en kosten besparen. Ze had zelfs een plan om het leven van de koe inzichtelijk te maken via de website, maar daar bleek nog geen behoefte aan te zijn. "Mensen vonden het zelfs een beetje griezelig."  

Ongeveer eens per maand wordt er een koe geslacht, maar altijd pas als al het vlees is verkocht. Dat is als pakket te bestellen via internet. Voor 14 euro per kilo, met een minimale afname van 5 kilo. Het pakket is een samenstelling van al het vlees van de koe. Van biefstuk tot rundervinken, van stoofvlees tot verse worst.
De koe wordt geslacht bij ambachtelijke slager Gerard van den Heuvel in het dorp vlakbij. Het dier hoeft dus niet ver op transport en dat scheelt weer CO2. Het fietsenhok achter de slagerij wordt eens per week omgebouwd tot abattoir en daar slacht hij dan gemiddeld drie runderen en vijftien varkens, waaronder eens per maand een Vrije Koe.

Van den Heuvel verzorgt ook de verwerking van het vlees. Volgens hem is een groot verschil tussen vlees van de slager en vlees uit de supermarkt, maar smaakt het vlees van de Vrije Koeien minimaal even goed als het kwaliteitsvlees van goeie slager. Wel is er verschil tussen het vlees van koeien en stieren. "De dames zijn wat fijner van bot en draad. De stieren hebben wat meer tijd nodig om te rijpen." Slager Van den Heuvel begrijpt niet zoveel van onze huidige vleesconsumptie. "Vroeger aten we maximaal twee maal per week vlees. Volgens mij kan het best wat minder."

Op dit moment is de handel en distributie nog vooral gericht op de omgeving van Haarlem, maar Bruining heeft plannen om het concept uit te breiden naar heel Nederland. Volgens haar is er best markt voor en zijn er in Nederland veel meer boeren die graag op deze manier zouden willen werken. "Het zou geweldig zijn als er in heel Nederland boeren met Vrije Koeien zouden zijn die op deze manier de mensen in de eigen regio kunnen voorzien van echt vlees".


mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />