Janne Chaudron −
01/03/11, 09:07
Een markt in Jakarta, gebouwd op een vuilnisbelt. Foto: Martin Roemers, HH
Mensen die migreren vanwege overstromingen, stormen of grote droogte worden niet meer aan hun lot overgelaten. De Asian Development Bank wil de klimaatmigranten helpen. "Azië weet niet wat het te wachten staat."
Minimaal één keer in het jaar is het raak in Ho Tsji Minhstad. Dan wordt de grootste stad van Vietnam, die grenst aan de Mekong-delta, overvallen door hevige stormen en regenval waardoor zij voor een groot deel onder water loopt. De meeste Vietnamezen zijn er inmiddels op voorbereid en vinden hun onderkomen (tijdelijk) bij familie of vrienden. De armere inwoners van Ho Tsji Minhstad kunnen slechts duimen dat hun huis niet vernield zal worden. Zij blijven noodgedwongen achter.
Jakarta, de hoofdstad van Indonesië, ligt net als Ho Tsji Minhstad onder zeeniveau en kent soortgelijke problemen. De kans op overstromingen neemt, dankzij klimaatverandering, ieder jaar toe. En de inwoners zijn kwetsbaar. Hun huizen zijn niet bestand tegen dit natuurgeweld. "De Indonesische regering overweegt om Jakarta te verplaatsen naar een hoger gelegen gebied waar de inwoners minder kans maken getroffen te worden door stormen en cyclonen", zegt Bart Édes door de telefoon vanuit Manilla.
Édes is medewerker bij de Asian Development Bank (ADB, de wereldbank van Azië) en betrokken bij een groot project om klimaatmigratie in de regio onder de aandacht te brengen van politici en het bedrijfsleven. De ADB hoopt vervolgens dat regeringen zelf maatregelen nemen om klimaatmigratie te voorkomen. Die kunnen variëren van het verplaatsen van een complete miljoenenstad of eenvoudiger: huizen bouwen die bestand zijn tegen overstromingen.
Azië is gevoelig voor klimaatmigratie. En dat heeft verschillende oorzaken. Édes somt op: "Veel Aziatische landen liggen onder zeeniveau. Denk aan Bangladesh, delen van Pakistan, Indonesië, Vietnam, China en de kleine eilanden in de Pacific zoals Tuvalu, dat volgens wetenschappers over een aantal jaar compleet verdwenen is vanwege het stijgende zeewater. Daarnaast is het continent extreem dichtbevolkt en de migratie van het platteland naar de stad voltrekt zich er nu al in snel tempo. Natuurlijk, zijn dat niet allemaal klimaatvluchtelingen. Het zijn vaak migranten die op zoek zijn naar een beter leven."
Maar volgens Édes is het één niet los te zien van het ander. "De meeste miljoenensteden waar de gelukzoekers naar toe trekken, bevinden zich in kwetsbare gebieden, zoals aan zee - denk aan Shanghai in China. Of ze liggen in een delta -- denk aan Bangkok in Thailand en Ho Tsji Minhstad in Vietnam." De steden groeien in rap tempo. In Shanghai bijvoorbeeld woonden in 2005 14,5 miljoen mensen, in 2025 zullen dat er 19,4 miljoen zijn. Delhi (India) groeit van 15,1 naar 22,5 en Jakarta telde in 2005 nog minder dan 10 miljoen inwoners, in 2025 zijn dat er 12,4. "Het groeiende aantal inwoners en de vergrote kans op overstromingen, cyclonen en stormen maakt de mensen in deze steden kwetsbaar."
Daarom verwacht Édes van de ADB dat de stroom klimaatvluchtelingen die over enkele jaren pas goed op gang komt, groot zal zijn. "Regeringen onderschatten de sociale impact die dat zal hebben. Ze zijn er niet op voorbereid. Wij proberen dat voor te zijn door overheden en bedrijfsleven te mobiliseren. Ze moeten geld beschikbaar stellen om hun land zo goed mogelijk te beschermen tegen klimaatverandering, om de stroom vluchtelingen tot het minimum te beperken. In sommige gevallen gebeurt dat overigens al. In Japan, gevoelig voor aardbevingen, werken de waarschuwingssystemen voorafgaand aan de beving goed. En in Sri Lanka wordt er na de tsunami van 2004, niet meer vlak aan zee gebouwd. Maar de klimaatverandering vereist meer aanpassingen, zeker in miljoenensteden."
Overstromingen vormen niet de enige bedreiging voor Azië. Grote delen van centraal Azië, zoals Kazachstan en Oezbekistan, kampen juist met extreme droogte. Deels heeft dat te maken met de ramp bij de Aralzee. Die droogde begin jaren zeventig grotendeels op, omdat de Sovjets de rivieren die uitmondden in de zee gebruikten voor de irrigatie van katoenvelden in de omgeving. Als gevolg hiervan nam de visstand af, net als het aantal gewassen rondom de zee.
Honderdduizend mensen vluchtten. Hoewel de visstand in de Aralzee weer langzaam herstelt, wijst de ADB erop dat er in de komende jaren minder graan verbouwd zal worden als gevolg van extreme droogte. Na de ecologische ramp bij de Aralzee zullen nog meer mensen het gebied verlaten, voorspelt Édes.
Precieze cijfers over klimaatmigratie in Azië ontbreken. Dat komt omdat het begrip complex is. Mensen migreren vaak om meerdere redenen: ze zijn op zoek naar een beter leven of ze vluchten omdat er een tekort aan voedsel is. Vorige week voorspelden experts op een wetenschappelijk conferentie in Washington dat er rond 2020 vijftig miljoen mensen naar het noordelijk deel van de aarde zijn getrokken op de vlucht voor voedselschaarste als gevolg van klimaatverandering. Andere wetenschappers meldden eerder al dat er in 2050 zo'n 200 miljoen mensen op de vlucht zijn door de zeespiegelstijging.
"Het blijft echter lastig om dit soort voorspellingen te doen, want het aantal mensen dat daadwerkelijk zal vluchten vanwege het klimaat, hangt van meer af dan alleen de zeespiegelstijging", zegt Ingrid Boas. Zij is promovendus op het gebied van klimaatmigratie aan de universiteit van Kent en tevens gastonderzoeker aan het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM), onderdeel van de Vrije Universiteit. "Het heeft bijvoorbeeld ook te maken met de mate waarin een regering maatregelen treft om het land te beschermen tegen stormen, overstromingen en droogte."
Maar dat klimaatmigratie op gang komt, staat volgens Boas buiten kijf. "Een paar jaar geleden was er amper aandacht voor het onderwerp. Maar zelfs de vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR), die over het algemeen enkel politieke vluchtelingen in bescherming neemt, erkent dat er meer aandacht moet komen voor klimaatmigratie."
Ook is er voor het eerst een passage voor klimaatvluchtelingen opgenomen in de Cancún-overeenkomst. Het klimaatverdrag dat afgelopen december in de Mexicaanse stad werd gesloten. Boas: "Maar het blijft een gevoelig thema. Dat merkte ik toen ik samen met professor Biermann van het IVM voorstelde om een aantal richtlijnen binnen het klimaatverdrag van de VN op te nemen ter bescherming van klimaatvluchtelingen. Veel landen zien daar niets in, want ze houden liever zelf de regie. Hun angst is echter onterecht omdat migratie meestal binnen landen zelf plaats heeft. Ons voorstel biedt daar oplossingen voor."
Het opnemen van de vluchtelingen ligt gevoelig. In de meeste landen maken migranten die vluchten vanwege politieke onrust in eigen land, de meeste kans op een verblijfsvergunning. Op een paar uitzonderingen na. Finland en Zweden bieden onderdak aan mensen die een ecologische ramp zijn ontvlucht, en Denemarken neemt zelfs vluchtelingen op die het eigen land hebben verlaten vanwege extreme droogte. Boas: "Het is belangrijk dat alle landen erkennen dat klimaatmigratie plaats heeft, want anders blijven de migranten tussen wal en schip vallen."