De landbouw moet duurzamer en dichter bij de consument staan. Maar boeren moeten ook goede standaardproducten blijven leveren. Boerenvoorman Albert Jan Maat: „De markt blijft dominant”.
Boerenvoorman Albert Jan Maat beseft dat het belangrijk is om te weten waar je eten vandaan komt. In zijn Drentse dorp ziet hij de landbouw om zich heen. „Ik ken de slager, die nog zelf slacht en ik weet waar hij zijn vee koopt. Dat is prettig, dat is de band tussen mij als consument en de landbouw. Maar het is toeval, omdat ik in een dorp woon en met mijn slager praat. Bij De Groene Weg, de keten van slagers met biologisch vlees, staat op een bordje aan de wand aangegeven wie het vlees levert. Dat is een goede ontwikkeling omdat mensen dan zien waar hun voedsel vandaan komt.”
Maat, voorzitter van de land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland, onderschrijft de visie van de Brabantse ontwikkelingsmaatschappij Agro & Co, dat boerenbedrijven de band met burgers moeten versterken. De organisatie bepleitte vorige week in Trouw vernieuwing van de sector. Agro & Co staat voor ogen dat producten kwalitatief hoogwaardig zijn en duurzaam worden vervaardigd. Bovendien moet voor de burger helder zijn wat er op zijn bord ligt.
De Brabanders stellen vast dat dat de landbouw in de verdrukking zit. Megastallen leiden tot een heftige discussie over het landschap, kiloknallers in supermarkten scheppen het beeld van boeren die dieren onder slechte omstandigheden houden en varkens- en kippenhouders gebruiken zoveel antibiotica dat mensen in ziekenhuis last hebben van resistentie. Maar vooral de Q-koorts bij schapen en geiten riep emoties en twijfel op over de beheersbaarheid van de agrarische sector.
„Het is goed dat Agro & Co aangeeft dat vernieuwing nodig is”, zegt Maat. „In Brabant, maar ik zou ook de gebieden boven de grote rivieren en zelfs Vlaanderen daarbij willen betrekken. LTO Nederland is al een tijd bezig met nieuwe initiatieven. Tegelijkertijd zien wij dat het einde van het beschermende Europese landbouwbeleid nadert. Europa staakt de invoerbeperking. Dat betekent dat niet-Europese producenten nog vaker op onze Europese markt verschijnen.”
„Zij kunnen vaak goedkoop leveren en wij hebben geen zicht op dierenwelzijn en milieumaatregelen. Dus zal de Nederlandse landbouw ook sterk op de kostprijs moeten letten want Nederland is een grote exporteur. De meeste afnemers van kaas en zuiveldrank van Friesland Campina of vlees van Vion zitten buiten Nederland.”
„Als wij niet concurrerend blijven, gaan wij dezelfde kant op als de Britten. Engeland was in de jaren zeventig nog een exporterend land. Maar zij veronderstelden – dat is nog een beetje koloniaal denken – dat voedsel altijd te koop is het buitenland. Groot-Brittannië importeert nu verse melk en fruit. Af en toe is er gebrek aan verse producten en de prijzen zijn hoog. Dan krijg je gemor. De Britten hebben hun landbouwproductie verwaarloosd. Als je niet investeert in afzet en verwerking hang je altijd aan de laatste speen.”
„Boeren die een stal bouwen doen dat voor een periode van twintig of dertig jaar. Boeren is een duursport”, zegt de LTO-voorzitter. „Er is ruimte voor verandering als de markt daarom vraagt. Vernieuwing ontstaat bijvoorbeeld door verbreding van de landbouw met natuurbeheer, recreatie, zorg en winkels op het erf. Een ander deel ontstaat doordat er producten op de markt komen zoals vlees of melk van uiteenlopende herkomst, biologisch en niet-biologisch.
„Verder blijft een deel van de landbouw voor de taak staan een standaardproduct – bulk vind ik een rotwoord – te maken van een goede kwaliteit. Dat moet gebeuren zonder de eigenheid van het dier aan te tasten. We moeten voorkomen dat supermarkten vlees, de kiloknaller, verkopen tegen een te lage prijs. Dat kan door als agrarische sector meer marktmacht te ontwikkelen. Dreigende dierziekten zijn beter in te perken door preventief in te enten.”
De LTO-voorzitter vindt dat er in de agrarische sector veel nieuwe ontwikkelingen al gaande zijn. Maar hij denkt dat er meer moet gebeuren om de relatie tussen burgers en boer te herstellen. „CONO Kaasmakers, een boerencoöperatie in de Beemster, is een goed voorbeeld van vernieuwing in de landbouw. Boeren die duurzaam werken en onder meer koeien in de wei laten lopen, krijgen een hogere melkprijs. Ben & Jerry’s koopt daar zijn melk om ijs te maken.”
„Een voorbeeld is ook de nieuwe zogenoemde comfortclass-stal waar varkens de beschikking hebben over een strobak, meer vreetplaatsen, grotere hokken, schuurborstels en een veilige plek om te mesten. Wij hebben afspraken gemaakt met de Dierenbescherming over een sterrensysteem: hoe meer sterren, hoe diervriendelijker het vlees is geproduceerd. Dit willen wij verder ontwikkelen want ook dit versterkt de band tussen de consument en de boer.”
„Verder is er nu in Barneveld de zogeheten rondeelstal voor kippen, een gebouw waarin kippen kunnen scharrelen en gezond blijven. Eieren daaruit liggen al bij de supermarkt in het schap, maar als heel Nederland dergelijke stallen gaat bouwen gaat het hartstikke fout. De kostprijs is hoog en dus zijn de eieren duur. Als eieren in het buitenland goedkoper zijn, raken al die boeren met rondeelstallen hun product niet meer kwijt en keldert de prijs van eieren. Maar eieren die op verschillende manieren worden geproduceerd, kunnen wel naast elkaar bestaan. We moeten denken in marktsegmenten.”
„Eerder hebben wij ervoor gepleit om onze sector ’groene’ en ’blauwe’ diensten te laten uitvoeren en natuurbeheer niet af te scheiden van de landbouw. In het westen van Nederland doen twee op de drie boeren er al iets bij en dat is meestal de verkoop van producten aan huis. Er liggen nog veel meer marktmogelijkheden. Boeren kunnen slootkanten beheren, boottochten organiseren, noem maar op.
„Een vernieuwing is ook dat akkerbouwers met hulp van satellietfoto’s aan precisie-landbouw doen en zo het gebruik van mest en gewasbeschermingsmiddelen fors verlagen. De analyse van Agro & Co in Trouw is een vertaling van al deze vernieuwingen die zich nog verder ontwikkelen. De komende jaren zullen bepalend zijn.”
Maat vindt dat het gebruik van antibiotica drastisch teruggedrongen moet worden. „Een kleine groep boeren gebruikt antibiotica preventief en dat kan niet meer. Die groep verziekt het voor de rest. Je moet nu afspraken maken over een drastische vermindering.”
Energieopwekking kan een nieuwe markt worden, meent Maat. „Wie in Duitsland energie levert aan het net krijgt daar een vaste prijs voor. Dat kost een huishouden 90 euro per jaar, minder dan wat wij als energieheffing betalen. Wat is er mooier dan een dorp waar de inwoners samen een regionale coöperatie oprichten om met boeren via biovergassing of zonnepanelen energie op te wekken. Als boeren en burgers daarvoor net als in Duitsland een vaste prijs krijgen is het rendabel. Wat mij betreft wordt er in Nederland geen vergunning meer afgegeven voor de bouw van een stal en of een huis zonder duurzame energievoorziening. Dat geeft duurzame energie een enorme stimulans, het brengt mensen samen en het helpt bij vernieuwing van de agrarische sector.”
Maat rekent het ook zichzelf aan dat de landbouw veel kritiek krijgt. „Als organisatie zijn wij te vaak defensief geweest. Er is maatschappelijke onrust over de sector omdat wij onvoldoende hebben uitgelegd dat wij wat dierenwelzijn betreft wel tot de top drie in de wereld behoren. In Zweden zijn ze een stap verder, maar dat is geen exporterend land. Wij strijden op plek twee met de Denen. Twintig jaar geleden werd het werk van de boer gezien als zwaar en ongezond. Door samenwerking met vakbonden is er nu een laag ziekteverzuim en zijn er weinig illegale werknemers. Samenwerking met anderen loont en zo willen wij dat ook met groepen zoals de Dierenbescherming en Natuurmonumenten. Voor het eerst is er voor de landbouw niet één weg maar zijn er op verschillende manieren om boer of tuinder te blijven. Daarbij is de markt altijd dominant.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.