„Wij zijn verbijsterd", zegt Gerda Spooij, leerkracht aan de Abraham El Khalielschool en lid van de medezeggenschapsraad van de drie Siba-scholen. Staatssecretaris Dijksma (onderwijs) wil die scholen sluiten omdat het onderwijs er ver onder de maat is en het geld ontbreekt om daar iets aan te doen.
Maar Spooij begrijpt daar niets van. Haar eigen school staat op de lijst met zeer zwakke scholen van de onderwijsinspectie. Maar door wanbeleid van het interim-bestuur van Siba is die school binnen een jaar tijd gekrompen van 105 tot welgeteld 15 leerlingen. „Dus waar hebben we het over”, vraagt Spooij zich af.
De tweede Siba-school die als ’zeer zwak’ te boek staat, de El Faroeq Omarschool, heeft zich het afgelopen jaar flink verbeterd en staat volgens Spooij niet langer onder curatele van de inspectie. „Dijksma wil niet investeren in zeer zwakke scholen waar geen verbetering te zien is”, zegt Spooij. „Maar onze scholen vallen niet onder die categorie.”
Het ministerie had eerder moeten ingrijpen, voegt Bart Voorzanger daaraan toe. Hij was tot 2005 stagiair en leerkracht op de Siba-scholen en daarna nog enige tijd adviseur van de medezeggenschapsraad. „Het ministerie heeft signalen dat het mis ging niet opgepikt. Daardoor hebben de scholen niet de kansen gekregen waarop ze hadden mogen rekenen.”
Een laatste kans die de scholen wél kregen, was een overname door de openbare Espritgroep. Maar Voorzanger begrijpt wel dat de meeste ouders dat niet willen. „Die willen dat hun school bestuurd wordt door moslims. Hun kinderen zijn vaak de enige moslims op school, want veel leerkrachten zijn dat niet. Voor hen is het extra belangrijk dat het bestuur waakt over de identiteit.”
„De hamvraag is: waarom mogen islamitische scholen niet bestaan?” stelt Mobarak, docent aan de At Taqwaschool. „Er zijn tientallen zeer zwakke scholen in Nederland, en de mogen allemaal voortbestaan. Waarom wij niet?”
Gerda Spooij denkt vooral aan de kinderen. Haar school zag al veel kinderen vertrekken. „Hun hart bloedde. Ze voelden zich bij ons thuis. Als ik ze tegenkom, zeggen ze: ’Juf, ik wil terug’. Dat is kinderleed.” Dat gaat straks zeshonderd andere kinderen ook overkomen, zegt Spooij. „Ik ben er ondersteboven van.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.