*

 

Overtollige defensieterreinen hebben een hoge natuurwaarde

door Maaike Bezemer − 18/01/07, 11:19

Defensie is tegenwoordig vooral over de grenzen actief, vandaar dat veel van haar terreinen overbodig zijn. Tientallen krijgen nu een ’groene’ bestemming.

In plaats van dienstplichtigen voorbereiden op de oorlog, doet de huidige krijgsmacht vooral aan crisisbeheersing ver weg. Daarom is Defensie al jaren aan het krimpen. Oefenterreinen, munitiedepots en vliegvelden worden afgestoten.

Twee jaar geleden is een afspraak gemaakt tussen de ministeries van landbouw, natuur en voedselkwaliteit (LNV) en defensie over de overname van 53 ’groene’ defensieterreinen , voor een bedrag van 15 miljoen euro. Een paar zijn er inmiddels doorverkocht, zoals het uitgestrekte Drentse BalloĆ«rveld aan Staatsbosbeheer. In 2011 moeten alle terreinen en objecten een nieuwe bestemming hebben.

De meeste terreinen liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur, het aaneengesloten netwerk waar planten en dieren beschermd zijn. Het ligt dus voor de hand dat het militaire gebied ’groene functies’ krijgt. Probleem is wel dat de totale operatie niets mag kosten. Om de vijftien miljoen terug te verdienen moeten de bestaande gebouwen, of nieuwbouw, geld opleveren. En mocht het saneren van oude bunkers of kazernes geld kosten, dan moeten ook daar opbrengsten tegenover staan.

Volgens Arjen Roek, projectleider van de Dienst landelijk gebied, staat ruimtelijke kwaliteit voorop. „Als het ons om winst te doen was, dan zou er wellicht minder groen worden gerealiseerd. Maar per terrein zoeken we met provincies, gemeenten en andere betrokkenen naar een bestemming die het beste bij het gebied past. LNV heeft een kwaliteitsverplichting en bovendien moet ze de ecologische hoofdstructuur voor 2018 realiseren.”

In feite bestaan veel terreinen al uit natuur. Aart van den Assem, die bij Defensie gaat over ruimtelijke ordening, milieu en vastgoed, durft zelfs de stelling aan dat de flora en fauna er bij Defensie beter voorstaan dan in veel officiĆ«le natuurgebieden. „Veel oefenterreinen zijn open voor recreanten, maar er zijn weinig wandelpaden of fietsroutes, dus grote groepen mensen blijven weg. En als er ergens bijzondere soorten zitten, dan bestempelen we een stuk als no-go-area. Dan kan de natuur haar gang gaan.” Schietterreinen – verboden voor publiek – noemt Van den Assem zelfs ware rustoorden: „Dieren trekken zich meer aan van mensen dan van het geluid van schoten.”

Volgens Van den Assem is Defensie een zegen voor de natuur. „Op onze terreinen kom je dingen tegen die je nergens anders aantreft. De kleine wrattenbijter bijvoorbeeld, een sprinkhaan waarvan lang gedacht werd dat die in Nederland was uitgestorven, is in 1999 teruggevonden op het artillerieschietkamp. En veel defensieterreinen herbergen dassenburchten.”

Speciaal beheer heeft de natuur verder geholpen. Om te voorkomen dat door schietoefeningen spontane branden ontstaan, wordt op het schietkamp uit voorzorg heide afgebrand. Branden is namelijk een oude methode om heide gezond te houden en daarvan profiteren weer insecten en reptielen. Bij zijn vliegvelden past Defensie speciaal maaibeheer toe, om ganzen en kraaien te weren. Van den Assem: „Schraal grasland is niks voor grote vogels, maar kruiden, bloemen en vlinders gedijen goed. Vliegbasis Twenthe heeft de op een na rijkste vlinderpopulatie van het land.”

mailIcon print |