*

 

Het gevallen potje champignonsaus ruikt uitstekend

Joost van Velzen − 24/09/07, 15:43

Ik hou wel van een beetje bitter. Mijn oma heeft het wel eens gezegd: als jij ergens aankomt gaat het stuk.

Lang geleden is dat al, maar zoiets laat diepe sporen na in een puber. Dus wanneer, onder mijn zoekende handen, in de Xenos een potje van de plank schuift en omgekeerd in plakkerige scherven valt, dan hoor ik oma weer spreken.

Gelukkig is de man van de winkel niet boos. ,,De meeste mensen lopen door’’, zegt hij. Dat zou ik ook wel willen, maar zo zijn wij niet opgevoed. Generaties schuldlijders verblijven in mijn genen; wij lopen niet weg. En bovendien, dat gevallen potje, dat verspreidt een uitstekende geur. ’Champignonsaus,’ staat er op het etiket.

Jaren geleden was ik hier al eens, toen Xenos één schapje met Italiaanse en twee met oosterse waren had. Nu pas valt het me op, hoezeer de winkel inmiddels in het teken van eten staat. Niet alleen in goedkope schaaltjes, borden en glazen, die toch heel aardig kleuren, nee, de ganse winkel heeft geheime plekjes tussen de stellingen waar onverwacht eten staat uitgestald. De champignonsaus komt uit een kastje waar nog veel meer potjes staan, met bruschetta, pastasoorten en een hele zwik olies op fles. Spaanse olijfolie, bijvoorbeeld, en die is interessant. Spanje is de grootste producent van olijfolie ter wereld, en Nederlanders blieven alleen Italiaanse, die vaak ook uit Spanje komt, maar dat weten ze dan niet. De fles verbergt zijn herkomst niet en hij is, voor vier euro per halve liter, ook niet schreeuwend duur. Kijken of hij zijn prijs waard is.

Daarnaast staan, het is niet te geloven, groene limoenolie en truffelolie, ieder € 2,50 per halve liter. Daar betaalt een mens in een speciaalzaak toch ruim boven het tientje voor. Geestdriftig speur ik verder. Ergens naast plastic poncho’s en nordic walking sticks liggen zakken van anderhalve kilo vol zwarte mungbonen, uit India, voor vijfentwintig cent. Vijfentwintig cent! Dat zijn haast twintigste-eeuwse prijzen. Een halve meter verder staan potjes peppadew, voor drie euro. Dat lijkt een gewone prijs, maar nu ik toch bezig ben gaat er maar eentje mee. De oosterse wand, rond de kassa, heeft een broertje vol Mexicaanse spullen, waar tortilla’s, taco’s en andere tex-mex etenswaren voor hele schappelijke prijzen in de schappen liggen. En eventjes rechts staat, tussen de flesjes en pakjes, lycheesap. Dat is iets voor de kinderen!

En zo zijn, bij thuiskomst, de tassen toch weer volgeladen en kan het proeven beginnen. Eerst de paddestoelensaus, want daarmee is het begonnen. Ook op de keukenproeftafel geurt hij heerlijk, maar als smaakje op brood zo is hij iets té. Pasta daarentegen haalt het beste naar boven: licht zuur, veel paddestoelen en tijm, en niet zout. Het lycheesap valt een beetje tegen, het is waterig. De Spaanse olijfolie is zalvig en fruitig, maar ook wat bitter; ik hou daar wel van. De limoenolie is fris en geurig, prima voor zijn prijs, maar de truffelolie slaat alles. Na het openen van de fles truffel ruikt de hele keuken naar een bos in de herfst. Het raadsel van de prijs is snel duidelijk: deze truffel zit in zonnebloemolie, niet in dure olijfolie. Maar de geur is er niet minder om. Een eetlepel in de dressing, met drie van de gewone olijfolie, en de sla ruikt naar een heel duur gerecht.

mailIcon print |