Vogelbescherming wil dat de nieuwe plannen voor de kust ook leiden tot verbeteringen voor de natuur. Meer stuifduinen, kwelders en rustgebieden voor vogels, waar de badgast niet mag komen.
Als ergens natuur en recreatie dicht bij elkaar komen, is het wel op het Zuid-Hollandse eiland Voorne, pal onder Rotterdam. Het autostrand bestaat niet meer, maar kitesurfers glijden af en aan, zelfs op een doordeweekse dag. En de meeste wind en golven vinden ze kennelijk pal naast de Westplaat. Die ondiepe inham valt droog bij eb en lokt plevieren, strandlopers en lepelaars.
De punt van het schiereiland behoort tot de zwakke schakels van de Nederlandse kust, die versterkt moeten worden tegen superstormen. Rijkswaterstaat houdt rekening met waterhoogtes die gemiddeld eens in de vierduizend jaar voorkomen. Dit najaar wordt er 2,5 miljoen kubieke meter zand gestort. Er komt een extra duinenrij van 130 meter breed en het strand wordt opgehoogd.
Hoe omvangrijk ook, de versterking gaat aardig naar de wens van Natuurmonumenten, die Voornes Duin beheert. Werd er bij ophogingen in de jaren tachtig nog slibrijk zand aangebracht, straks worden ’gebiedseigen’ korrels uit zee gehaald, die begroeien minder snel en blijven stuiven. Tegelijk met de versterking maken de beheerders de Groene Punt weer open. Ze verwijderen er de massale hoeveelheid duindoornstruiken en schrapen al te ruige grassen weg.
Dergelijk herstel is vorig jaar al uitgevoerd bij de Schapenwei en het Breede Water. Je ziet er weer blanke duintoppen. En helaas ook weer de petrochemische industrie en windmolens erachter. In de natte valleien hebben struiken en berken plaatsgemaakt voor bijzondere bloempjes met namen als teer guichelheil en de groenknolorchis. Zandhagedissen zonnen graag op de kale hellingen, zegt boswachter Han Meerman, maar die zijn al weggedoken voor hij ze kan aanwijzen. De konijnenkeutels zijn een goed teken. Meerman: „Door ziektes en al die duindoornstruiken kwamen die beestjes hier nauwelijks nog voor.” Hij heeft al boomleeuweriken gesignaleerd en hoopt op de tapuit. „Die houdt van rust en openheid.
Vroeger bleef Voornes Duin vanzelf open. De Schapenwei stond in verbinding met zee; zout water stroomde in en uit. Meerman: „Als je in mijn hart kijkt, zou ik het geweldig vinden als dit weer echt dynamisch zou worden, met invloeden van wind en zout water. Vroeger broedden hier watersnippen. Kom daar nog maar eens om in Nederland.”
Echt een natuurlijke delta zal het niet meer worden, maar in wezen past Voorne al goed in de kustvisie van de Vogelbescherming. Op het strand heeft de natuur meer ruimte gekregen. Zones, waar vogelbescherming voor pleit, zijn hier al. De Westplaat, met zijn droogvallende slikken is voor de vogels en hooguit een paar natuurminnende wandelaars. Hoe meer je afzakt naar de punt, hoe meer er mag. Bij paal zeven is een driehoekige wegsurfzone, waar surfers mogen opstappen. Nog zuidelijker zijn meerlijnsvliegers, paarden en supersnelle strandbuggy’s toegestaan. De punt zelf is weer zo afgelegen dat er pleviertjes scharrelen.
Veel strandverkeer regelt zichzelf, zegt Han Meerman: „Om die kitesurfers in hun zone te houden, moet Zuid-Hollands Landschap surveilleren en wij treffen nog wel eens mountainbikers en honden in de open duinen. Maar recreanten lopen liever een korte afstand over brede schelpenpaden, vanaf de grotere parkeerplaatsen.” De Groene Punt, of het Breede Water met zijn lepelaars en aalscholvers, bereik je alleen met een behoorlijke wandeling, over smalle paadjes. „Dat trekt alleen echte natuurliefhebbers.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.