Ranchers in de Verenigde Staten juichen: ze mogen binnenkort weer op wolven jagen. Natuurbeschermers vrezen een slachting.
Elk jaar – van juni tot midden oktober – past Mason Tibbs helemaal alleen op een paar duizend runderen, hoog op de zomerweiden in het gebergte van Wyoming, in het noordwesten van de Verenigde Staten. Vaak hoort hij wolven huilen. „Om de dag zie ik er wel een paar.”
„Ik ben zelf nog nooit aangevallen. Zolang je op je paard zit, durven ze dat niet”, weet Tibbs, die zich een ranchrider noemt. „Ik heb er wel ooit recht tegenover een gestaan die een waakhond aanviel.”
De 53-jarige Tibbs, die in de rest van het jaar gedichten schrijft en een radioshow heeft, weet dat enkele ranchers de wolf het liefst zouden uitroeien, zoals begin vorige eeuw gebeurde. Hij vindt dat het roofdier thuishoort in de natuur van Wyoming. „Ze helpen de natuur wild houden.”
Toch zijn er nu te veel, vindt hij. In 1995 en 1996 werden er 66 uitgezet in nationaal park Yellowstone dat zowel in Wyoming als Idaho ligt. Inmiddels leven er 1500 in beide staten en in het aangrenzende Montana. „De ranchers draaien op voor de schade die de wolven veroorzaken.”
Wolven kunnen aardig huishouden in een kudde, stelt hij. Als hij om zes uur ’s ochtends de kudde inspecteert, stuit hij van tijd tot tijd op karkassen. Hij kan daarvoor compensatie vragen bij een particulier natuurfonds, dat zo de boerenonvrede over de wolf wil beperken. „Maar nogal wat kalveren verdwijnen spoorloos en daar krijgt je niets voor. Die vormen een flinke strop voor ranchers die aan het einde van het jaar amper iets over hebben”, zegt de cowboy over de telefoon.
„En je bent drie dagen kwijt aan alle formulieren en inspectie”, klaagt directeur Jeremy Steidlitz van de Vereniging voor Veehouders in Montana.
Als Tibbs nu een wolf ziet, vertelt hij, ’rijd ik hard op hem af en jaag ik hem weg’. „Maar ze zijn niet bang. De volgende dag komen ze terug.” Een rancher mag alleen in bijzondere gevallen schieten. Als het even kan moet hij rangers van de Federale Dienst voor Natuurbeheer om hulp vragen. De wolf staat namelijk op de lijst van beschermde diersoorten.
Maar dat gaat veranderen. Natuurbeheer besloot anderhalve week geleden de wolf daar af te halen, omdat het dier ’het goed doet’. Tot woede van natuurorganisaties; elf stapten er direct naar de rechter om de maatregel te blokkeren.
De natuurorganisaties vrezen een slachting. De staten Wyoming, Idaho en Montana willen namelijk op verzoek van de boerenlobby de wolvenjacht openen voor mensen met vergunningen. Wyoming wil het dier in een deel van zijn grondgebied compleet vogelvrij verklaren. Idaho liet in het verleden weten honderd wolven – dit zijn er nu achthonderd – te willen houden.
Boerenvoorman Seidlitz vindt honderd een mooi getal voor Montana, dat nu 450 wolven telt. Meer gaat ten koste van zijn ranchers. „Wolven doden geen vee om te overleven, maar voor de kick.” Hij vindt het ’geweldig nieuws’ dat boeren sneller hun geweer mogen pakken. Natuurorganisaties stellen dat hij de schade door wolven overdrijft.
Tibbs voorziet geen slachting. De wolven hebben volgens hem juist baat bij de jacht. „Zodra ze mensen met geweren associëren, zullen ze de mens en zijn bezit gaan mijden. Daardoor krijg je minder conflicten. De jacht zal de wolf wild houden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.