De milieubeweging en mosselvissers sloten vorige week vrede. Deze week volgt de lakmoesproef: minister Verburg moet een nieuwe vergunning verstrekken.
Zielsgelukkig. Dat was visserijminister Gerda Verburg vorige week toen mosselsector en milieubeweging op haar ministerie hun handtekeningen zetten onder een convenant. Wat op tafel lag, is welbeschouwd een staaltje klassiek polderwerk, met een leidende rol voor Sicko Heldoorn, de burgemeester van Assen. Hij sprak bijna anderhalf jaar achter gesloten deuren met beide partijen over de toekomst van de Waddenzee.
Een moeizaam proces, is in zijn verslag te lezen. Vooral afgelopen voorjaar, toen de Raad van State op verzoek van de milieubeweging de zogeheten ’Voorjaarsvergunning 2006’ voor de mosselzaadvisserij in de Waddenzee vernietigde. In Yerseke sloeg toen de vlam in de pan. De milieuactivisten willen ons om zeep helpen, was het verwijt.
Nu is afgesproken dat de mosselsector en milieubeweging elkaars belangen erkennen én respecteren. En, zo is overeengekomen, in het vervolg treffen ze elkaar niet meer voor de rechtzaal, maar in de vergaderzaal.
Yerseke kan daarmee opgelucht adem halen. Vreesden de vissers tot voor kort nog het lot van de kokkelvissers te moeten delen, nu krijgen ze tot 2020 de tijd om hun activiteiten in de Waddenzee af te bouwen en over te schakelen op duurzame productiemethoden van mosselzaad. „Het grote pluspunt voor ons is dat er nu meerjaren-afspraken zijn”, zegt Hidde van Kersen, algemeen directeur van de Waddenvereniging. „Verburg heeft weliswaar in het Besluit Schelpdiervisserij bepaald dat de mosselproductie in 2020 duurzaam moet zijn, maar hoe dat moest, stond er niet.” Nu is afgesproken dat de vissers gaan investeren in methoden die de zeebodem niet meer zullen belasten. „De mosselbanken wordt daarmee het broodnodige herstel gegund”, zegt Van Kersen. Zo moet worden onderzocht of mosselzaad aan wal gekweekt kan worden. Of in een mosselzaad-invanginstallatie, waarbij mosselzaad zich niet hecht aan de grond, maar aan netten. „We moeten een nieuw evenwicht met elkaar vinden”, zegt ook Hans van Geesbergen, de secretaris van de organisatie van mosselvissers.
Hoe dat evenwicht er in de praktijk precies zal uitzien, moet deze week blijken. Minister Verburg zal dan naar verwachting een besluit nemen over de nieuwe najaarsvergunning voor de mosselzaadvisserij. De vissers willen graag 11.8 miljoen kilo uit de Waddenzee halen. „Maar wij gaan ervan uit dat slechts de helft wordt gegund”, zegt Wadbeschermer Van Kersen. „We hebben er vertrouwen in dat de minister dat mee weegt: anders zouden we dat convenant natuurlijk niet getekend hebben.”
Maar Van Geesbergen benadrukt dat de komende najaarsvisserij helemaal geen kwaad kan voor de natuur en dat zijn sector het niet zal begrijpen als de vergunning wordt gekortwiekt. „De najaarsvisserij gebeurt in gebieden waar de mosselen er zo kwetsbaar bij liggen dat ze de winter niet overleven. Die worden dan opgegeten door zeesterren of verstikken. Vogels hebben er in ieder geval niets aan.” Welk besluit Verburg ook neemt, het is een lakmoesproef voor het convenant, beaamt Van Geesbergen. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor het oordeel van de Raad van State over de najaarsvergunning 2006. Verburg heeft deze verleend, de natuurbeweging heeft deze aangevochten. Want toen was er van polderen in de Waddenzee geen sprake.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.