*

 

Twijfel over nut uitzetten paling

Jeroen den Blijker − 04/07/09, 00:00

De palingen die de vissers in zee gaan uitzetten, zijn mogelijk vervuild. De vervuiling maakt waarschijnlijk de beoogde voortplanting moeizaam.

De palingvissers willen dit jaar in totaal 107 ton schieraal uitzetten in zee om de dramatisch lage palingstand te herstellen. De aal, gevangen in de binnenwateren, kan dan gemakkelijker de paaigebieden bereiken. De palingsector denkt zo te kunnen voldoen aan de eisen die Brussel stelt voor bestandsherstel, om uitsterven van de paling te voorkomen.

Op vragen van Groen Links antwoordt visserijminister Verburg deze week dat 107 van de in totaal 157 ton uit te zetten schieraal afkomstig is uit ’een groot aantal wateren waarvan de bodem op sommige locaties verontreinigd is met dioxiden, pcb’s en zware metalen’. De rest is zogenoemde ’schone’ aal, uit niet-verontreinigde wateren. Verburg wil onderzoek laten verrichten naar de mate waarin de vis is verontreinigd. Vooral paling uit de grote rivieren blijkt volgens Europese normen nogal eens te veel dioxinen en de in uitwerking verwante pcb’s (polychloorbifenylen) te bevatten.

De normen zijn gesteld om de voedselveiligheid te garanderen, aldus Verburg. De verontreiniging is evenwel ook een belemmering voor de voortplanting van de aal, denken steeds meer wetenschappers. Zo legt een onderzoek van de Leidse universiteit uit 2005 een link met het achteruithollen van de palingstand en dioxines en pcb’s in ons milieu. Palingen blijken daar uiterst gevoelig voor. De stoffen leiden tot geboorte- en embryonale afwijkingen, werd in Leiden vastgesteld. Palingen leggen dioxines vast in hun eieren en vet en het gehalte stijgt bovendien tot grote hoogte als de paling zijn trektocht maakt naar de paaigebieden in de Sargasso-zee. Tijdens deze maandenlange tocht wordt de vetvoorraad aangesproken als energiebron .

Maar volgens Verburg is een sluitend wetenschappelijk bewijs hiervoor nog niet geleverd. „In wetenschappelijke kring is nog veel discussie in hoeverre deze gifstoffen effect hebben op het voortplantingssucces van schieraal”, schrijft ze. Brussel maakt op dit punt ook geen onderscheid bij de beoordeling van de herstelplannen die de EU-lidstaten hebben ingeleverd. „Ik ben van mening dat het plan van de beroepsvissers wel degelijk een bijdrage kan leveren aan herstel van de aalstand. De voorgestelde aanpak biedt in ieder geval mogelijkheden om op kwaliteit te sturen.”

Ze meldt verder dat vissers die weigeren deel te namen aan het uitzetten van de aal – bijvoorbeeld omdat ze de vergoeding te laag vinden of omdat andere visserijen hun hoofdinkomen vormen – een vangstverbod krijgen. Daarom was door de vissers gevraagd.

mailIcon print |