*

 

Een varkensstal naast Prada en de autodealer

Van onze redactie economie − 25/06/09, 00:00

Voedselproductie is weinig aantrekkelijk. Zie hier de uitdaging voor de architect die niet bang is voor een controversieel ontwerp.

In 1997 deed zijn conceptontwerp voor Pig City stof opwaaien. Winy Maas’ poging om de ruim vijftien miljoen varkens in ons land zo efficiënt en diervriendelijk mogelijk te huisvesten, leverde 67 torens op van elk 622 meter hoog. Maar het ontwerp ging veel mensen veel te ver.

Vrijdag presenteert architect Maas van het Rotterdamse bureau MVRDV een aanzienlijk minder controversiële studie voor een varkensstal in Den Haag. Hij werkt daarvoor samen met The Why Factory, een denktank voor toekomstige steden, opgericht door de TU Delft en MVRDV. „Dat concept is veel kleinschaliger. Dat heeft meteen ook zijn nadelen. Op één bedrijf kun je bijvoorbeeld geen slachthuis laten draaien. Maar de voordelen van zo’n boerderij in de stad zijn ook duidelijk. Minder transport bijvoorbeeld. En de voedselproductie wordt bij stadsbewoners weer op de kaart gezet.”

Dat Maas zich weer op de varkens heeft gestort, is louter toeval, zegt de architect. Hij had ook wat kunnen ontwerpen voor kippen, waarvan de productie immers ook ver is onttrokken aan het blikveld van de stedeling. „Bij koeien ligt dat anders, die hebben veel meer ruimte nodig.” Maar eten moeten we allemaal, redeneert hij. Dus is de productie ook iets wat ons allen aangaat.

„Het lijkt me dan ook geweldig als je op de Binckhorstlaan in Den Haag loopt en tussen autodealer, bouwmarkt, Pradawinkel en supermarkt opeens op nummer 35 een varkensstal aantreft. Dat is echt vleesproductie als onderdeel van de compacte stad.”

Maas en Why Factory presenteren morgen twee films waarin verschillende mogelijkheden aan bod komen. Vooral om de gedachten te prikkelen en om het gesprek over stadsboerderijen op gang te brengen, onderstreept Maas. Varkens op balkons, varkens op daken: het is in deze fase allemaal mogelijk. „Bijvoorbeeld op het dak van het ministerie van LNV. Verder kun je denken aan het ombouwen van een bestaand gebouw van vijf verdiepingen hoog tot varkensstal. Een brug met een varkenshouderij. Of een varkensboulevard, een boerderij onder een langgerekte stolp.”

Zo’n stolp is volgens Maas een prima manier om in een keer het dominante probleem van de varkenshouderij aan te pakken: de stank. „Met zo’n stolp zorg je eigenlijk voor een sluis. Maar de stal moet verder zo biologisch mogelijk zijn, met de comfort-class als basis.” De comfort-class, ontwikkeld door LTO en Wageningen Universiteit, geldt in de varkenssector, na biologisch, als de beste standaard voor dierenwelzijn.

Ook als de varkenshouderij in het nog aan te leggen stadspark in De Binckhorst komt, lijkt zo’n stolp een goede oplossing. Maar zelf is Maas wat huiverig voor zo’n parkconcept, dat Annechien Ten Have van LTO evenwel als meest kansrijk beschouwt. Maas: „Het moet geen kinderboerderij worden.”

mailIcon print |