Wel eens gehoord van Indisch bloemriet? Nee? Maar als ik ’canna’ zeg, weet u vast wel wat ik bedoel. Met zijn bananenbladeren en exotische bloemen is het een van de mooiste planten die ik ken.
Uit mijn jeugd, die ik in de tropen doorbracht, herinner ik me de canna als niks bijzonders. Onkruid was het, dat gewoon langs de kant van de weg groeide. Hoe anders is dat hier in Nederland! Verwend en gekoesterd willen ze worden, met veel water en bergen mest. En ieder voorjaar moet je bidden dat ze het weer doen, want canna’s houden niet van onze winters.
Canna’s zijn er in allerlei soorten en maten. Er zijn er met tweekleurige bloemen, gevlekt of gestreept. Met paarse, rode of groene bladeren, al dan niet gestreept. Sommige halen de halve meter maar net, maar er zijn er ook van drie meter. In de tropen bloeien ze het hele jaar door, bij ons krijgen ze vanaf half juli bloemen en dat blijft zo tot aan de eerste nachtvorst.
De canna plant zich voort met wortelstokken – stengels die over de grond kruipen en ondertussen wortels maken. Die zijn eetbaar, al moeten ze wel urenlang gekookt worden voordat ze zacht genoeg zijn om door het keelgat te kunnen. De smaak lijkt op die van de zoete aardappel. Aan het einde van het bloeiseizoen vormt de plant zwarte, ronde, bikkelharde zaden. In de tropen worden die gebruikt om kettingen mee te rijgen.
Een ideale plant dus, die canna: mooi, veelsoortig, eetbaar en uitnodigend tot creatief bezigzijn. Maar wacht nog even voordat u zich naar kwekerij of tuincentrum spoedt om potten met deze planten aan te schaffen. Want naarmate de zomer vordert, bestaat de kans dat uw canna er anders uit gaat zien dan het plaatje dat u er bijgeleverd kreeg. Daarop staan niet de strepen en de lichtgroene vlekken die de bladeren van uw canna wellicht wél hebben. Op dat plaatje kronkelt het blad ook niet, en de bloemen hebben geen witte strepen. Vertoont uw canna een of meer van deze verschijnselen, weet dan dat hij een virusziekte onder de leden heeft.
Omdat de meeste canna’s als wortelstok worden verhandeld, kunnen handelaren en afnemers niet zien of de plant die er uit zal groeien, besmet is of niet. Zo komt het dat het virus zich, als een soort Mexicaanse griep, wereldwijd heeft kunnen verspreiden.
Over dat virus is nog niet veel bekend. De Bloembollen Keuringsdienst (BKD) in Lisse is vorig jaar begonnen met het keuren van canna’s. Vorige week is, in samenwerking met PPO Lisse (Praktijkonderzoek Plant en Omgeving), een onderzoek gestart naar de schadelijkheid van het virus. „Die schadelijkheid moet eerst worden aangetoond, voordat er maatregelen kunnen worden genomen”, zegt Peter Knippels, hoofd keuringsdienst en kwaliteit van de BKD. „We weten nog niet wat er in dat virus zit. Die kennis moet opgebouwd worden en daar zijn we nu mee bezig.”
Wat intussen wel bekend is, is dat het klimaat van grote invloed is op het verloop van de ziekte. In warme landen kunnen canna’s besmet zijn zonder dat de verschijnselen zichtbaar worden. Heeft de canna minder weerstand, bijvoorbeeld als gevolg van stress, dan kan de ziekte zich openbaren. Stress krijgt de plant als hij het te koud heeft naar zijn zin of in een te kleine ruimte staat, zoals een pot of kuip.
Knippels heeft veel canna’s in zijn volkstuin staan. Die zijn allemaal besmet, weet hij. „Maar evengoed worden ze tweeënhalve meter hoog en zien ze er goed uit. Dat komt omdat ze in de volle grond staan en ik ze vetmest met koemest en kunstmest.”
Canna’s worden verkocht in potten en komen vaak in diezelfde potten op ons terras terecht, omdat we denken dat het kuipplanten zijn. Maar canna’s willen niet in een pot, ze willen vruchtbare volle grond om zich heen. Met veel zon, veel water en veel meststoffen. Gaat het ’s winters heel hard vriezen, dan bent u ze kwijt. Maar dat is te voorkomen door de wortelstokken na de eerste nachtvorst uit de grond te halen en ze met kluit en al te bewaren op een vorstvrije plek. En af en toe te controleren of de wortelstokken niet zijn uitgedroogd.
Anders nog iets? Jazeker: canna’s houden ervan om iedere drie à vier jaar gedeeld en opnieuw geplant te worden. Dat doe je door de wortelstokken in stukken te snijden, waarbij je zorgt dat elk stuk twee of drie groeipunten heeft.
Zeg eens eerlijk: heeft u er nog steeds zo’n zin in?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.