*

 

Akkers op een Vlaamse heuvel

Koos Dijksterhuis − 10/06/09, 00:00

In de Vlaams-Brabantse leemstreek laten Robin Guelinckx en Freek Verdonckt de kouter zien, die ze voor akkervogels hebben ingericht. Een kouter is een met akkers bedekte heuvel. We bekijken zomertarwe, mosterd en een zadenrijk hooilandje. In de blauwe lucht zingen veldleeuweriken. Op paaltjes zitten forse, bruine zangvogels met zware snavels. Als ze vliegen, vliegen ze met hangende pootjes. Oranjerode pootjes. Hun liedje klinkt volgens de boeken als een rinkelende sleutelbos, maar ik hoor vooral trillers.

  • Grauwe gors (Freek Verdonckt)

Deze kouter is een van de laatste broedplaatsen van grauwe gorzen in Vlaanderen, een voorheen algemene akkervogel. In Nederland zijn ze onlangs uitgestorven. Wintergranen in plaats van zomergranen, giftig zaaizaad, snijmaïs in plaats van korrelmaïs en het na de oogst onderploegen van stoppels deden hen de das om.

Robin en Freek houden zich beroepshalve met natuur bezig, maar de akkerreservaten runnen ze als vrijwilligers van de Vlaamse organisatie Natuurpunt. „Ik leer akkervogels steeds beter kennen”, zegt Robin, „in het veld, de natuur is de beste leerschool. Al die zaadetende vogels zijn anders. Een kneu eet onkruidzaden, een leeuwerik graszaden, en gorzen beginnen met de kapotgeslagen maïs- of graankorrels, daarna eten ze de kleinste boven in de aar en tot slot peuteren ze de kern uit de vaak al rotte grote korrels.”

In Vlaanderen is het uitsterven van grauwe gorzen nog bezig. De ene na de andere populatie verdwijnt. Het begint met afwezigheid in de winter. Dan valt er op de ondergeploegde stoppelvelden niets te halen. Na een paar jaar als zomervogel klapt de broedpopulatie plotseling in. Dan zijn er nog één, twee koppels over, die het volgende jaar ook absent blijven. En zie ze dan eens terug te krijgen.

mailIcon print |