*

 

SuperMarqt: wat je dichtbij haalt, is beter

Kees de Vré − 30/05/09, 00:00

Bij Marqt wordt voedsel uit de regio verkocht. De oprichter kreeg een hekel aan het geldgedreven voedingssysteem toen hij in New York werkte.

  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • (Trouw)
  • Quirijn Bolle. (FOTOGRAFIE JÿRGEN CARIS, TROUW)

Als Ahold eind februari 2003 zijn – bijna fatale – frauduleuze praktijken bij de Amerikaanse dochter US Foodservice naar buiten brengt, is Quirijn Bolle er net een maand in een nieuwe functie werkzaam. „Ja, dat was schrikken, maar het maakte me wel wakker. Ik ben toen veel gaan lezen over voeding en ging me afvragen: wat en hoeveel eten we eigenlijk?” Bolles bewustwordingsproces bleef daarna niet stilstaan. „Naderhand, als verkoper in New York City, kon ik premies krijgen op allerlei producten als ik er maar veel van verkocht. Je wilt niet weten hoeveel soorten kip ik kon slijten. Ontelbare maten en vormen en allemaal troep. Het is een door geld gedreven business. De consument wordt opgevoed door marketeers, het bedrijf zorgt voor een lage prijs en zij zetten er gelikte foto’s bij. Keer op keer werden de randen van het toelaatbare opgezocht. Het ging me tegenstaan. Zo werken is slecht voor de consument, de boeren, de dieren en de natuur.”

Toen Bolle in 2006 Michael Pollans felle aanklacht tegen het industriële voedingscomplex las, was hij niet verrast. „Voor mij bevatte het niet veel nieuws, voor de consument des te meer. In de lange en ingewikkelde voedingsketens draait alles om de centen. Weinigen hebben daar zicht op. Pollan wil terug naar de essentie. Soberder, simpeler en met ruimte voor ethiek. Je kunt best kritiek hebben op Pollans schrijfsels, maar het gaat mij om het gedachtegoed dat hij wil uitstralen. Daar moeten we wat mee.”

Bolle bleef nog tot 2007 doorsudderen bij Ahold Amerika en nam toen de grote stap met de opdracht aan zichzelf om het gedachtegoed van Pollan en diens collega Eric Schlosser (die in 2001 een boek schreef over de donkere kanten van de hamburgerindustrie) in de praktijk te brengen. „Daar is uiteindelijk Marqt uit voortgekomen. Letterlijk een marktplaats waar boeren hun met passie geteelde producten te koop aanbieden. Inspirerende winkels met elke dag prachtige verse producten die niet te duur zijn. Dat laatste lukt aardig, omdat we zoveel mogelijk uit de regio halen en de lijnen dus heel kort zijn.”

Hoe gaat bij die verwende consument de knop om? „Door Marqt moeten we hem duidelijk maken dat we anders moeten gaan eten, laten zien hoe de werkelijkheid nu in elkaar steekt. Dat is een uitdaging voor ons. Ik merk dat de consument in toenemende mate geïnteresseerd is. Ik krijg het zeker niet aan iedereen verkocht en dat is op zich al treurig genoeg. Er is een groot gat tussen wat je aanbiedt en hoe sommige mensen eten. Het is aan ons om dat gat te dichten. Ik vind de insteek van de alternatieve aanbieders zoals natuurvoedingswinkels te veel anti-samenleving. Dan heb je een bereik van een paar procent. Wij stellen ons positief op, vertellen een verhaal waarvoor de consument vatbaar is. Ik weet dat minimaal 50 procent van de consumenten is geïnteresseerd in kennis over goede producten.”

Voor Bolles ambitie is puur biologische voeding te beperkt. Passie voor producten, voor echt en duurzaam eten wordt ook buiten die sector uitgedragen, wil Bolle maar zeggen. Bovendien wil hij zoveel mogelijk producenten en consumenten mee krijgen met zijn door Pollan geïnspireerde gedachtegoed. Daar lijkt een tegenstelling te ontstaan, want gaan kleinschaligheid en groei samen? Pollan beschrijft kritisch de enorme biologische voedselketens die in de VS langzaamaan ontstaan en daar in dezelfde fuik dreigen te zwemmen als waarin de gangbare voedselketen nu vast zit. „Ja, daarvan ben ik me bewust. Ik moet zoeken naar het optimum tussen klein- en grootschaligheid. Dat zal per product verschillen. Elke keer bepaal je weer wat met jouw filosofie voor dat bepaalde product aanvaardbaar is. Streven naar echt eten is voor mij leidend. Zo oorspronkelijk mogelijk geproduceerd, zonder onnodige toevoegingen. Wat ik niet in Nederland kan krijgen, haal ik van verder, maar dan val ik terug op keurmerken – bij voorbeeld EKO of Fair Trade – om de kwaliteit te garanderen.”

Bolle wil groeien naar 20-25 winkels in de Randstad, maar eerst wil hij de andere denkrichting stevig neerzetten. „In het huidige model gaat het om geld. Er wordt niet nagedacht over ethiek. Dat nieuwe denken is nog nooit geprobeerd.” „Of je Amsterdam kunt voeden op mijn manier? Eerst moet je ombuigen, je moet ergens beginnen. Dan leer je wat de echte potentie is. De consument moet mee, die moet dat verhaal weten. Het systeem moet in ieder geval een nieuwe richting op en dit is wel de tijd.”

mailIcon print |