*

 

Compleet menu uit één regio

Kees de Vré − 30/05/09, 00:00

Een Overijssels netwerk van boeren, verwerkers en restaurants zet zich in voor regionale producten.

  • Brandrode runderen van de familie Jansen in het Vechtdal. (Trouw)
    Brandrode runderen van de familie Jansen in het Vechtdal. (Trouw)
  • Rob Rijks (Jörgen Caris)
    Rob Rijks (Jörgen Caris)
  •  (Trouw)
    (Trouw)
  • Een wijnrank met nog heel kleine druiven.  (Trouw)
    Een wijnrank met nog heel kleine druiven. (Trouw)
  • John Huisman aan het werk op zijn biologische wijngaard de Reestlandhoeve.  (Trouw)
    John Huisman aan het werk op zijn biologische wijngaard de Reestlandhoeve. (Trouw)

’Wacht even voor je uitstapt.” Boerin Simone Jansen wijst naar een groepje runderen: „Eerst kijken wat de stier doet.” Het imponerende, prachtig bruinrood gekleurde dier heeft vooralsnog alleen oog voor het sappige gras en de dames. Af en toe kijkt hij op naar zijn bezoek dat per trekker met aanhangende huifkar arriveert. „Kom maar van de kar af, hij lijkt niet echt geïnteresseerd in jullie.” De bul is gezinshoofd van een kudde van 90 brandrode runderen die door alle seizoenen heen langs de Vechtoever nabij Ommen trekt. „Het is een oud Nederlands ras dat bijna was verdwenen”, vertelt Jansen. ,,Ze zijn winterhard en lopen dus dag en nacht, zomer en winter buiten. Ik heb er amper omkijken naar. Ze eten gras en kruiden en houden zo dit perceel langs het water in vorm.”

Simone en haar man René hebben bewust gekozen voor deze diervriendelijke veehouderij. „Daardoor groeien ze langzamer dan in de gangbare veehouderij, maar wel meer natuurlijk en het vlees is door die manier van leven geweldig. De horeca is er gek op.”

In het centrum van Ommen beaamt chef-kok Lawrence van den Brink van restaurant De Zon de hoge kwaliteit van het brandrode rund. „Het is vol van smaak, een tikje zoetig en fijn van draad, gewoon supervlees.” Hij laat zijn bezoek ook wat proeven om zijn woorden kracht bij te zetten. „Het is een echt vleesras. Dat hebben we in Nederland amper nog.”

Maar er is meer, zegt de kok. „Het is niet alleen een mooi product, het komt ook uit deze streek – het Vechtdal - en heeft bovendien een goed verhaal.” Volgens Van den Brink is dat een trend in de horeca. „Ik wil als kok weten waar mijn spullen vandaan komen en de producenten kennen. Dat geldt trouwens ook steeds meer voor mijn klanten. Die willen weten wat ze eten. Ik kan ze verwijzen naar de boerderij. Daar kunnen ze bij de Jansens gaan kijken naar de kudde en er een leuke dag aan koppelen. Hun Vechtdalhoeve biedt koe-safari’s aan.”

Het vlees van Jansen komt niet toevallig terecht in de keuken van Van den Brink. Beide ondernemers zijn lid van het Vechtdal Voedselnetwerk van boeren, verwerkers, winkeliers en horecaondernemers dat zich ophoudt langs de Overijsselse Vecht tussen de Duitse grens en Zwolle. Dit netwerk is bezig om een regionaal topmerk aan verse kwaliteitsproducten te realiseren, van vlees tot bier en van wijn tot brood. Deze Vechtdalproducten hebben een eigen logo en liggen herkenbaar in natuurvoedingswinkels en steeds meer supermarkten in de buurt van de Overijsselse stroom.

Een van de initiatiefnemers en begeleiders van de regionale voedselgemeenschap is Harry Donkers. De opkomst van de regio’s is niet zo vreemd, vindt deze voedseltechnoloog en econoom. „De grootschalige, intensieve landbouw die voor heel de wereld produceert, stuit op steeds meer weerstand bij de consument en ook de producent. Die manier van landbouw bedrijven is vervuilend, vervreemdend en verspillend. De producten die deze landbouw voortbrengt, komen overal vandaan, zijn daardoor anoniem. Een groeiende groep mensen, ook producenten, voelt zich hier niet prettig bij en gaat zelf, van onderop dus, op zoek naar alternatieve vormen. Dat zijn vormen die aansluiten bij de wensen en idealen van boeren en consumenten. Dat betekent geen bulk meer, maar producten met een identiteit en een hoge kwaliteit. De regio is voor mij hierbij de ideale schaal en heeft dus de toekomst.”

Deze oriëntatie op mooie regionale producten geeft zo ook kansen aan boeren die anders op een wereldmarkt amper mogelijkheden krijgen. Voor hen is de regio een ideale bedding, zeker als hun product een mooie aanvulling vormt op het overige aanbod. Neem de wijnbouw op de Reestlandhoeve in Balkbrug aan de noordkant van het Vechtdal. Wijnbouwer John Huisman: „Op 3 hectare wordt volledig biologisch geteeld. Dat is overigens geen vereiste voor het meedoen, maar je komt er snel op uit. Het is keihard werken, er is niets romantisch aan, maar mede dankzij de ruggesteun van het Vechtdal Voedselnetwerk ben ik op gang getrokken.” De wijnen van de Reestlandhoeve zijn inmiddels gewild door de horeca in de regio, waaronder ook sterrenrestaurants. Wijn uit het Vechtdal heeft een goed verhaal, dat de klanten graag willen horen. Maar dat goede verhaal is niets zonder vakmanschap. Huisman heeft in korte tijd een naam opgebouwd, die al heeft geleid tot internationale prijzen.

Nieuw is wel dat door de korte lijnen de afnemers meekijken. Restauranthouders komen soms hun eigen wijn ophalen en ook de consument komt langs. Huisman heeft zelfs wandeltochten op zijn terrein uitgezet om dat te stimuleren. „Je krijgt dus gelijk commentaar. Dat is wennen, maar dat meedenken is wel goed. De wens van de klant staat hoog in het vaandel. Uiteindelijk ben ik wel degene die beslist. De kwaliteit moet hoog blijven en ik wil er een goede prijs voor blijven vragen.”

Slager Rob Rijks uit Twello doet van het begin af aan mee. „De belangstelling groeit, vele ondernemers willen een kwaliteitsslag maken. We moeten soms ook nee zeggen. Het is belangrijk dat er af en toe eerst gestabiliseerd wordt in plaats van maar te blijven opschalen.” Rijks stuit soms zelf op gebrek aan aanbod, met name bij de runderen. „Dat zijn de aanloopfricties. Soms moet ik mijn vlees van elders halen. Ik denk dat het nog wel vier jaar duurt voordat het voedselnetwerk goed op poten staat.”

Volledige autarkie zal niet lukken, beaamt ook coördinator Donkers. „Het zou al mooi zijn als zo’n tweederde van het aanbod uit het Vechtdal komt.” Andersom vindt slager Rijks ook dat de Vechtdal-activiteiten zich niet tot de streek hoeven te beperken. „Je moet het niet alleen in het streekwinkeltje te koop aanbieden. Als je iets wilt neerzetten dat echt WOW! is moet je je vleugels kunnen uitslaan.” Rijks heeft inmiddels drie slagerijen, waarvan een in Amsterdam en levert ook aan horeca en speciaalzaken zoals Marqt. Donkers: „Het Vechtdal is eigenlijk te klein. Dat blijkt bijvoorbeeld bij de logistiek. Die is lastig. Je zou in Overijssels verband moeten streven naar een samenwerking van verscheidene streken. Dan kan je samen naar een hoger niveau.”

Bij groenteteler Eef Stel is al sprake van een hoog niveau. In zijn kas nabij Dalfsen trekt hij blaadjes van drie planten af – rucola, tijm en prei – vouwt ze in elkaar en laat ze proeven. Er ontploft een bommetje in de mond, wat een smaak, van drie blaadjes groen! Geen wonder dat de Zwolse driesterrenkok Jonnie Boer hier zijn groenten weghaalt. Stel: „Boer reist de hele wereld af op zoek naar de beste ingrediënten, maar hij vindt hier – we zijn bijna buren – de beste groenten.” Stel heeft in zijn kas een apart stukje grond gereserveerd voor de topkok. „Hij komt vaak proeven en denkt mee. Samen proberen we nieuwe dingen uit.” Stel heeft 8000 m2 kas. „In de gangbare landbouw lachen ze me uit om deze oppervlakte. Maar ja, daar gaan ze allemaal voor de bulk en lage prijzen. Ik ga voor superkwaliteit, steek daar veel werk in en vraag goede prijzen waarvan ik kan leven.”

Donkers is nu een jaar of vijf bezig om die regionale voedselgemeenschap van de grond te krijgen. Inmiddels doen twintig ondernemers mee aan het kwaliteitssysteem en zijn 75 bedrijven erbij betrokken. „Dat was en is echt een zoektocht. Met vallen en opstaan vind je je weg. Landbouw is traditioneel per sector geregeld en niet per regio. Door dat sectorale denken staat landbouw vaak tegenover andere partijen als natuurbeschermers en planologen. Ik wil per regio een duurzame voedselketen organiseren waarbij landbouw, natuur en recreatie als één geheel worden gezien en aangepakt. We zijn nu bezig met het maken van een handboek kwaliteit. Dat moet per product worden uitgeschreven. Meedoen is niet vrijblijvend en dus stellen we eisen die vooral betrekking hebben op duurzaamheid, landschap en diervriendelijkheid. We proberen met die eisen tussen gangbaar en biologisch in te gaan zitten met zo veel mogelijk biologische grondstoffen uit de eigen regio.” En de grillige consument? „Die is grillig, ja, en daarmee lastig te bereiken. Maar daar moet je niet over zeuren. Je moet de consument verleiden met regioproducten van hoge kwaliteit en een goed verhaal, een verhaal dat ze zelf kunnen controleren bij de boer in de buurt.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />