De koe gaat terug de wei in. Het gezonde buitenleven, in een speciaal voor haar ontworpen omgeving, geeft de koe extra levensjaren en de boer meer melk.
Wordt 2023 het Jaar van Verburg? Wordt 2023 het jaar waarin, zoals de huidige landbouwminister wil, de Nederlandse veehouderij geheel duurzaam produceert – dus met respect voor dier, mens en milieu?
Wetenschappers van de Animal Sciences Group van de Wageningen Universiteit denken in ieder geval dat dat haalbaar is voor de melkveehouderij. Zij ontwierpen daartoe vier melkveehouderijsystemen. Gisteren nam minister Verburg het rapport ’Kracht van Koeien’ in ontvangst.
In deze systemen wordt radicaal gebroken met de huidige praktijk waarbij koeien steeds vaker het hele jaar op stal staan en vooral zijn verworden tot productie-eenheden. Want de onderzoekers zien weinig in het verder verfijnen van bestaande veehouderijsystemen. „Dierenwelzijn, milieu en economie zijn veel beter met elkaar te verzoenen als we anders denken en anders doen”, schrijven ze. Dat betekent: koeien zomers en ’s winters naar buiten waar ze in groepen hun natuurlijke gedrag weer kunnen ontwikkelen. Wageningen ontwerpt daar dan vervolgens de benodigde bedrijfsruimten omheen. Hoewel berekeningen nog niet zijn uitgevoerd, denken de onderzoekers dat een boer op deze manier ook een goede boterham kan verdienen. In de nationale veestapel van 1,4 miljoen melkkoeien hoeft in ieder geval niet te worden gesaneerd, zegt Bram Bos, een van de onderzoeksleiders. „Er zit zelfs nog wel enige ruimte voor groei in.”
Nu krijgt de gemiddelde koe zes tot acht vierkante meter stalruimte. Het systeem De Meent dat Wageningen ontwierp, maakt daar 360 vierkante meter per koe van, verspreid over drie ruimten: een groene ruimte, een royale zandbak en een overkapping die is voorzien van zonnecellen voor energieopwekking. Daar kunnen de koeien schuilen, maar ook eten en daar worden ze automatisch gemolken.
„Deze beschutting is vrij simpel en relatief goedkoop”, zegt Bos. „Wij investeren in dit model vooral in bodembeheer.” Zo zullen technische voorzieningen in de drie verblijfszones moeten garanderen dat feces en urine strikt worden gescheiden om ammoniakvorming te voorkomen. Tegelijk moeten deze afvalstromen worden verwerkt. De vaste mest kan met speciaal te ontwikkelen mobiele robots worden verzameld. De koeienurine kan bijvoorbeeld via een drainagesysteem worden opgevangen en verwerkt tot een hanteerbare bron van mineralen.
Volgens de onderzoekers kunnen de koeien in De Meent door het gezonde buitenleven gemakkelijk 9 jaar oud worden. Dat levert de boer direct economisch voordeel op, terwijl het verbeterde dierenwelzijn waarschijnlijk ook meer melk betekent. Nu wordt de gemiddelde koe op de leeftijd van 5,8 jaar geslacht.
Andere modellen hebben weer andere kenmerken. Zoals het systeem De Bronck, waarbij koeien – van origine nomadische dieren – het hele jaar, elke dag één tot drie kilometer door het landschap lopen. Al was het alleen al omdat voeren, rusten en melken op verschillende plekken gebeurt.
En model Amstelmelk is vooral ontwikkeld om de koe weer terug te krijgen in stedelijke gebieden. Dat biedt talloze voordelen, zoals minder vervoer.
Bos onderstreept dat naast extensiveren van de veehouderij ook intensiveren noodzakelijk is. Koeien houden van gevarieerde, uitgebalanceerde kost. „De bestaande hectares moeten beter worden benut, precisiebemesting en uitgekiende vochttoediening is vereist”, vat Bos samen. Want veevoer dat van ver wordt aangevoerd, is er in een duurzame toekomst natuurlijk niet meer bij.
’Kracht van Koeien’ heeft evenwel alleen kans van slagen als boeren, beleidsmakers, maar ook adviseurs, onderzoekers en overheid flexibiliteit aan de dag leggen, waarschuwen de onderzoekers. Zo zullen boeren meer dan nu gebeurt, moeten samenwerken. Samen toekomstplannen maken bijvoorbeeld, samen investeren. En de toeleveranciers moeten nieuwe producten ontwikkelen, de overheid kan de hele omschakeling met subsidie stimuleren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.