De Rotterdamse haven krijgt ecologische kades. Als mossel, wier en krabbetje zich er nestelen, is dat goed voor de waterkwaliteit en de trekvis.
De rotskust als inspiratiebron voor de gladbetonnen Rotterdamse havenkades. Onderzoeksinstituut Deltares, gespecialiseerd in het duurzaam beheren van delta’s, kusten en riviergebieden, ziet er wel brood in. „De rotskust is een van de succesrijkste leefgebieden”, weet projectleider Bregje van Wesenbeeck. En de vanouds zachte Nederlandse kust krijgt – met alle kustverstevigingen, waterwerken en de uitdijende Rotterdamse haven – steeds meer rots.
Wil de nieuwe kust dezelfde natuurwaarde krijgen als de witte kliffen van Dover, dan moet er wel wat gebeuren. Zeepok, anemoon, wier en krabbetje gedijen in de gaten en groeven van de rotsformaties waar regelmatig water in blijft staan. Daarvoor zijn de havenkades en basaltblokken te glad. Deltares heeft daarom een eco-betonplaat ontworpen met sleuven, gaten en een schuurpapierachtige structuur die is uitgetest aan de Zeeuwse kust en bij IJmuiden. In een oogwenk groeiden er allerlei pokken en wieren.
De eco-betonplaat wordt nu ook bij de Rotterdamse havenkades uitgeprobeerd. In twee kleine beschutte havens, de Scheurhaven en de Pistoolhaven, zijn zulke platen tegen de kade aangezet die tweemaal per etmaal onder water lopen door de getijdewerking van de Noordzee.
Op hun verkenningstocht door de haven ontdekten de onderzoekers van Deltares op loshangende trossen en autobanden ook volop leven, waaronder veel mosselen. Het komend jaar wil het instituut testen of de mosselcultuur daar gestimuleerd kan worden gezien mosselen het water zuiveren. Bioloog Peter Paalvast ontwierp ’touwrokjes’ die deze week om houten palen en onder aanlegsteigers in beide havens in het water zijn gehangen. Het grove nylon touw is ideaal voor mosselen, wieren, zeepokken en poliepen om zich eraan te hechten. De paal- en pontonhula’s, vernoemd naar het bekende rieten Hawaiiaanse rokje, zijn een Rotterdamse primeur. Hoewel de waterkwaliteit in de haven de afgelopen twintig jaar al enorm verbeterd is, vervullen de waterfilterende organismen toch een nuttige rol. Varende schepen veroorzaken fijn slib dat door de beestjes verwerkt wordt.
Onder de aanlegsteigers zijn de touwbossen, hangend tussen twee drijvers, veel dikker gemaakt. Zodra deze begroeid raken met mosselen en algen gaan ze dienen als kunstmatige riffen, hopen de onderzoekers. Daar kunnen trekvissen die vanuit de Maas en Rijn hun jaarlijkse tocht maken naar de Noordzee en zich in moeten stellen op het zilte zeewater beschutting zoeken.
Trekvissen hebben het moeilijk in de Nederlandse delta sinds de afsluiting in 1970 van het Haringvliet, destijds een ideale sluis tussen zoet en zout. Het Rotterdamse havengebied is te klein om die rol over te nemen, maar kan bijdragen aan het in stand houden van trekvissoorten als zalm en zeeforel, denkt Van Wesenbeeck. Paalvast droomt van de terugkeer van de vrijwel verdwenen steur. „De Rotterdamse haven kan een belangrijke kraamkamerfunctie krijgen.”
Het eenjarige experiment wordt betaald door Rijkswaterstaat en het Havenbedrijf Rotterdam. Als de proef een succes wordt, overweegt het Havenbedrijf de eco-kades toe te gaan passen bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.