Vissers beschuldigen de aalscholver van visroof. Natuurbeschermers komen op voor de vogel nu hij door EU-maatregelen zijn beschermde status dreigt kwijt te raken.
„Die beesten staan stijf van de hormonen!” Mennobart van Eerden, ecoloog bij Rijkswaterstaat en aalscholverexpert, wijst vanuit de vogelkijkhut naar de aalscholvers die bezig zijn nesten te bouwen. Een rode stip op hun wang geeft aan dat ze op het hoogtepunt van hun baltsperiode zijn.
Hoewel het koud is, proberen sommige aalscholvermannen – ’hanen’ zegt Van Eerden – door geklapper met hun vleugels hennen te lokken. Hun baltsgedrag is vruchteloos: de meeste vrouwtjes zijn nog niet terug van hun overwinterplaats. En zo staan de heren hier te kleumen in hun wit ondergescheten bomen, hun nesten nog maar half in gereedheid om meer aalscholvers op te voeden. Honderd meter verderop raast een trein voorbij.
Zo onverstoord als de aalscholvers hier hun nesten bouwen, zoveel beroering is er over hen ontstaan. Derk Jan Berends, secretaris van de Vissersbond: „Aalscholvers vormen een plaag voor de visserman. Vissers proberen hun bijvangst van jonge vis te beperken, zodat commercieel interessante vis, zoals snoekbaars, kan opgroeien en er een natuurlijke verdeling van jonge en volwassen vissen ontstaat. Maar wat de visser spaart, eet de aalscholver op.”
Berends vindt dat de aalscholver een stap terug moet doen. „Nederland is een tuin waarin moet worden gesnoeid. De aalscholver heeft geen natuurlijke vijanden. Daarom moeten er geen nieuwe plaatsen worden gecreëerd waar ze kunnen nestelen. We moeten eieren schudden en nesten ruimen.”
Vanuit de Visserijcommissie van het Europees Parlement is dan ook een voorstel gedaan om te onderzoeken wat er kan worden gedaan tegen de vermoedelijke schade die aalscholvers aanrichten. De Europese commissie heeft daarop een werkgroep in het leven geroepen die een beheersplan zal schrijven.
Tijd voor natuurbeschermingsverenigingen om in het geweer te komen. Het argument: de aalscholver is onterecht beschuldigd van visdieverij. Het dieet van aalscholvers bestaat namelijk niet uit commerciële soorten, zoals snoekbaars, grote baars en kabeljauw, maar uit kleinere vissoorten. Aalscholverexpert Van Eerden: „Door braakballen te bekijken, is vastgesteld dat het maal van aalscholvers in het IJsselmeer voor 70 procent bestaat uit pos, een kleine vissoort die commercieel niet interessant is. Ook eten aalscholvers veel blankvoorn.”
Het probleem ligt volgens de ecoloog toch bij de beroepsvisserij, die een enorme tol heft op systemen. „Door het wegvissen van grote roofvis konden kleine vissen opbloeien, omdat beide zich voeden met muggenlarven. De aalscholver profiteert van de weelde aan kleine vissen, zoals pos en blankvoorn.”
Van Eerden ziet het uitroeien van de aalscholver daarom niet als oplossing. „Het is niet nodig om in te grijpen. Als grote vissen terugkeren doordat de visserij duurzamer wordt, zal het aantal aalscholvers in Nederland vanzelf afnemen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.