De Pentenga’s hebben een oude boerderij bij Tripscompagnie, een lintdorp in Oost-Groningen, net als hun buren aan weerszijden. De schuur heeft een kap van dakpannen op dikke, houten palen.
Er huizen kerkuilen en ’s zomers snorren boerenzwaluwen af en aan. Pentenga laat wat zomertarwe staan waarin honderden geelgorzen en andere op graan verzotte vogels overwinteren. Een eind verder staat een golfplaten schuur waarin de boerderij van Pentenga wel vier keer past. Er torenen drie graansilo’s bovenuit. De velden eromheen zijn immens, kaal, doods. Europa subsidieert schaalvergroting en als de bedrijven van Pentenga en zijn buren opgeslokt worden door een industriële reuzenboer, is het afgelopen met de vogels. „Zeker”, knikt Ben Koks van de Werkgroep Grauwe Kiekendief. „We hebben bewezen dat je op het moderne akkerland met weinig inspanning veel kunt bereiken voor akkervogels. Maar als je dat niet wilt, houdt het op.”
Als initiator van de tarweveldjes telt Ben de akkervogels op Pentenga’s land. Op twee are graan kunnen al veel vogels de winter doorkomen. Wel eisen geelgorzen bosjes in de buurt van het graanveld, waar ze kunnen rusten of wegvluchten voor valk en kiekendief. Maar ook zonder acute dreiging vliegen de gorzen van tijd tot tijd naar de meidoorns en hazelaars aan de kopse akkerkant.
Een hectare zomertarwe niet oogsten, kan het eenvoudiger? Ja, het kan nog eenvoudiger. Je kunt combines zo afstellen dat ze een beetje van de oogst morsen. Zo herstellen moderne machines één kenmerk van ouderwetse akkerbouw. Stoppelvelden niet onderploegen of doodspuiten kost niets. Het enige wat daarvoor nodig is, zijn boeren die vogels leuk vinden. De Pentenga’s vinden ze leuk – en hun land leeft van de vogels.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.