Hoe zou het toch komen dat de ene plant populair is en een andere dat nooit zal worden? Of, om het duidelijker te zeggen: wat is de reden dat de kerstroos (Helleborus) jaar in jaar uit in de plantentoptien staat?
Komt het omdat hij in de koudste en kaalste tijd van het jaar bloeit? Maar er zijn toch wel meer planten die dat doen?
Ach, hoor ik u zeggen, misschien is hij populair omdat het een makkelijke plant is. Ha, was dat maar waar! Kerstrozen zijn net pubers, ze vertonen totaal onvoorspelbaar gedrag. In mijn vorige tuin zaaiden ze zich zo lustig uit, dat ik de zaailingen uit de grond en zelfs uit het terras blééf trekken. Maar toen ik een paar van die plantjes aan mijn buurvrouw gaf, gaven ze onmiddellijk de geest. Met andere woorden: ze doen het of ze doen het niet. En daar heb je niets over te zeggen, dat bepalen ze namelijk zelf.
Kerstrozen zijn dus eigenwijs. Maar, zoals bij alle planten, scheelt het een stuk als je iets van hun achtergrond weet. Neem nou de Helleborus niger: als Balkanbewoner houdt hij van koude droge winters met veel sneeuw. In zijn thuisland bloeit hij pas in mei, zodra hij zeker weet dat de winter voorbij is. In onze wisselvallige winters raakt hij de kluts kwijt, begint al in januari te bloeien en krijgt daar af en toe zoveel spijt van dat hij verdwijnt en nooit meer terugkomt.
Gelukkig heeft de H. niger ook een makkelijke kant: je kunt hem vermeerderen door hem te scheuren. Maar zelfs die eigenschap heeft zich tegen hem gekeerd, vertelt Hans Kramer, kweker en erkend specialist op het gebied van kerstrozen. „Door al dat scheuren zijn ze vatbaar geworden voor virussen en aaltjes. Want als je dat lang doet, neem je ook de ziektes mee.” Op zijn kwekerij De Hessenhof in Ede is hij daarom gestopt met scheuren; zijn planten worden gekweekt uit handbestoven zaad van geselecteerde moederplanten.
Durft u het toch niet aan met de H. niger, dan zijn er nog genoeg andere soorten. Daarvan zijn de Helleborus orientalis-hybriden het opvallendst. Onweerstaanbaar zijn ze, met hun pastelkleurige en soms zelfs gespikkelde bloemen. Ze zijn daarom zo gewild, dat je ze overal tegenkomt, tot in supermarkten aan toe.
In veel tuinboeken staat dat de Helleborus van diepe schaduw houdt, maar dat is lang niet altijd zo. De H. niger, H. argutifolius en de H. lividus willen juist een plekje in de zon. Terwijl de H. orientalis graag een bladverliezende boom of struik boven zich heeft.
De meeste kerstrozen bloeien van februari tot april. Ze groeien langzaam, kiemplantjes bloeien meestal pas in hun derde jaar, de H. orientalis is pas na vijf jaar mooi. Verplanten en schoffelen bij de wortels vinden ze niet prettig – en dan druk ik me nog zachtjes uit.
Door de Hollandse nattigheid kan de kerstroos last krijgen van de bladvlekkenziekte. Zie je zwarte vlakken op de bladeren knip die er dan eind januari, begin februari zo diep mogelijk af. Geef de planten na deze amputatie een laagje compost. Staan ze op zandgrond, geef ze dan ook koemest, want kerstrozen zijn mestvreters. En giftig zijn ze ook, dus was je handen nadat je ze hebt aangeraakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.