Tijdens een wandeling ploffen we in het gras. Onze broeken en ruggen kleuren geel van het paardebloemenstuifmeel. Vlak voor mijn ogen ploetert een kever over de halmen.
Het is een kever van twee centimeter, met de gestroomlijnde vorm van een torpedo. Duidelijk de vorm van een kniptor. Vlekkerig grijs en licht behaard: een muisgrijze kniptor. Kniptorren zijn geen hulpeloze stumperds als ze op hun rug belanden. Ze kunnen zich omhoog katapulteren. Dat gaat gepaard met een scherpe tik. We willen het wel eens zien. een knippende kniptor.
Ik leg het arme dier op zijn rug op mijn blocnote. Hij vouwt zijn antennes en pootjes op – die passen in gleufjes in zijn huid, zodat hij een nog gestroomlijnder sigaarvorm krijgt – en blijft even liggen. Maar als hij zich zijn positie realiseert, spant hij zijn rug hol en ‘pats!’ daar schiet hij een eind omhoog en belandt hij in het gras. Het ging zo snel dat we niet zagen hoe hij zich nou precies afzette.
Hij zal zijn twee dekschildjes wel langs elkaar laten schieten, denk ik, als twee klakkende vingers. Maar nee, ik lees en zie op een foto dat kniptorren een palletje op hun kont hebben, een palletje dat op scherp gezet kan worden door een holle rug te trekken en vervolgens als een muizenval kan uitklappen. Alleen klapt muizenval dicht.
De tor kan natuurlijk weer op zijn rug belanden, hij komt niet gegarandeerd op zijn pootjes terecht, maar dan herhaalt hij de manoeuvre, waarmee hij ook belagers kan laten schrikken.
Kniptorren eten van planten de bloemen, de nectar, het blad. Wortels laten ze zitten voor hun kinderen, de ritnaalden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.