Hoofdredactie −
10/01/12, 09:12
Koningin Beatrix schudt dinsdag de hand van sultan Qaboos bin Said al-Said op het Bait Al Baraka paleis bij Masqat, Oman.
© anp
commentaar
Al sinds half december zijn 22 gevangenen in Oman in hongerstaking, maar het bericht over hun protestactie bereikte pas gisteren de buitenwereld; precies nu koningin Beatrix een staatsbezoek brengt aan de Verenigde Arabische Emiraten en Oman.
Het is een toevallige samenloop van omstandigheden, maar het illustreert wel heel helder wat het dilemma is bij een staatsbezoek aan niet-democratische landen. Terwijl de koningin en haar gevolg - want dit is vooral ook een handelsmissie - aan het diner zitten met sultan Kaboes, weigeren de 22 gevangenen elk voedsel uit protest tegen de zware straffen die ze kregen wegens deelname aan demonstraties begin vorig jaar.
De regering - want die is verantwoordelijk - besloot tien maanden geleden nog een staatsbezoek aan Oman af te blazen nadat de protesten tegen sultan Kaboes hard waren neergeslagen. In plaats daarvan had Beatrix toen een 'privédiner' met de sultan - een merkwaardige oplossing, die in deze kolommen werd bekritiseerd omdat het niet ging om een etentje onder vrienden, maar om een uiterst politiek 'privédiner'.
Door nog binnen een jaar na die onverkwikkelijke gang van zaken alsnog akkoord te gaan met een formeel staatsbezoek, heeft de regering een gok genomen. Blijkbaar achtte men de tijd rijp om het signaal te geven dat er wezenlijk iets is veranderd sinds maart: wat toen niet kon, kan nu wel. Toch is de sultan, die in de Arabische wereld geldt als een gematigd man, nog steeds alleenheerser, ontbreekt het aan democratische vrijheden en klinkt uit de gevangenis de noodkreet van de hongerstakers.
Het is waar dat staatsbezoeken niet moeten worden verward met adhesiebetuigingen aan regimes, ze kunnen nu eenmaal niet louter worden afgelegd aan "ideale democratieën", om premier Rutte te citeren. Soms kan het heel nuttig zijn, zeker ook uit handelsbelang, de koningin bezoeken af te laten leggen aan landen die op allerlei fronten tekortschieten. Maar het is ook waar dat staatsbezoeken soms misplaatst kunnen zijn: op visite gaan bij Nicolae Ceausescu (Juliana en Bernhard, 1975) was achteraf bezien bijvoorbeeld niet zo'n goed idee.
Er bestaan hier geen objectieve normen: specifieke omstandigheden vragen om specifieke besluiten. De Arabische wereld is, tien maanden na de afzegging van maart 2010, nog steeds verwikkeld in een strijd van dictatuur versus vrijheid. Dat is niet het moment om een despoot in deze regio, hoe verlicht ook, te eren met een staatsbezoek.