De rechter bemoeit zich vaker met milieubeleid. Sommige politici zijn hier tegen. Maar het moet - de overheid houdt zich niet aan haar eigen wetten.
Toen één van ons kort geleden in New Delhi in India was, viel het op dat de autobussen daar op gas rijden, wat een stuk vriendelijker is voor het milieu dan de autobussen op diesel die je meestal ziet. Dat was verrassend want wij denken in Nederland dat we in dat soort zaken verder zijn, maar in onze woonplaats Tilburg bijvoorbeeld zijn er wel plannen in die richting maar zijn die nog niet geëffectueerd. Even dacht ik aan een verlichte overheid, maar mijn gastheer hielp mij snel uit de droom. De overheid had tot het laatst tegengestribbeld met het argument dat het niet mogelijk was op korte termijn voldoende tankstations om te bouwen. Dat argument verraste niet maar wel dat het blijkbaar niet de overheid in Delhi was die dit besluit genomen had. Dat had het hooggerechtshof gedaan. Mensen hadden geklaagd over de luchtvervuiling en de schadelijke gevolgen ervan voor hun gezondheid, en het hooggerechtshof oordeelde dat de autobussen op korte termijn op gas moesten rijden. En zo geschiedde.
In Nederland worden regelmatig milieuzaken tegen de overheid aangespannen maar die hebben een ander karakter. In het algemeen gaat het over de vraag of de overheid haar besluiten wel of niet zorgvuldig heeft voorbereid en of de overheid de wet wel heeft toegepast. Rechters in Nederland zijn daarbij terughoudend: ze zullen de overheid geen besluiten voorschrijven, maar geven aan dat een nieuw besluit moet worden genomen dat wel zorgvuldig is voorbereid of waarbij wel de geldende wetgeving wordt toegepast.
In veel landen, zoals in India, is de rechter minder terughoudend. De rechter kan zich zelfs mengen in het wetgevingsproces door zijn bevoegdheid om wetten ongrondwettig te verklaren; een bevoegdheid die bijvoorbeeld ook in de Verenigde Staten en Duitsland bestaat, maar (nog) niet in Nederland.
Toch ligt de bestuursrechter in ons land vaak onder vuur. VVD-kamerlid De Krom verweet de Raad van State bij het debat over luchtkwaliteit zelfs ’een juridisch fundamentalistische opstelling’ Hij wil af van ’de juridisering van het bestuur’. Dergelijke opvattingen miskennen het evenwicht van machten dat sinds Montesquieu ten grondslag ligt aan westerse democratieën. Wetgever, bestuur en rechter houden elkaar in evenwicht. Het recht is niet alleen een instrument in handen van het overheidsbestuur; het is ook een waarborg voor de burger tegen onzorgvuldige besluitvorming. Als de wetgever besluit om haar burgers een bepaalde milieukwaliteit te garanderen, dan is het de rechter die toezicht houdt op de toepassing van die wetgeving door het bestuur. Ook de overheid zelf is gebonden aan haar eigen regelgeving; dat is de essentie van de rechtsstaat.
Helaas moet worden geconstateerd dat de rechter de laatste jaren met grote regelmaat het bestuur heeft moeten terugfluiten, vaak in zaken waar Europese regelgeving in het geding is. Natuurbescherming en luchtkwaliteit zijn in dat verband het meest in het nieuws, maar er zijn er veel meer (bestrijdingsmiddelen, waterkwaliteit, mest- en ammoniakproblematiek).
Pas na interventie door de rechter wordt er serieus werk gemaakt van toepassing van geldende regelgeving. Hoe komt dat toch? Je mag er in een democratisch staatsbestel van uitgaan dat de wens van het volk gevolgd wordt. Het bestuur moet in ons dualistisch stelsel iverantwoording afleggen aan volksvertegenwoordigers. Die kunnen met het oog op herverkiezing niet te ver afwijken van wat bij het volk leeft.
Ondanks de inzet van sommigen kun je in het algemeen stellen dat milieu op dit moment niet hoog op de politieke agenda staat. Aan de andere kant laten herhaalde onderzoekingen zien dat milieu nog altijd sterk leeft bij de bevolking. Ook veel bedrijven laten niet na te wijzen op het duurzame karakter van hun bedrijfsvoering en producten. Op z’n minst zou je verwachten dat de overheid zich meer gelegen zou laten liggen aan deze conclusies. Er zijn immers nog altijd hardnekkige milieuproblemen (zoals luchtvervuiling, klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit) die om een krachtdadige aanpak vragen. De landelijke politiek toont op dit moment onvoldoende leiderschap om zulks op overtuigende wijze te doen.
Het is eigenlijk maar goed dat het de rechter is die het evenwicht herstelt door de politiek op z’n minst te herinneren aan de wetgeving die zij zelf tot stand heeft gebracht.
Prof.dr. Aart de Zeeuw en prof.mr. Jonathan Verschuuren zijn respectievelijk hoogleraar milieueconomie en milieurecht aan de Universiteit van Tilburg. De Zeeuw is ook lid van de RMNO en Verschuuren zit in de Vrom-raad.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.