*

 

De Paradox van Ongehoorzaamheid

Door: redactie − 22/08/08, 14:14

Behoren buitenparlementaire acties tot het verleden? Mag het actieverleden van parlementariĆ«rs meewegen bij de beoordeling van hun huidig functioneren? Zijn alle ongehoorzame burgers ook burgerlijk ongehoorzaam? Kees Schuyt, oud-hoogleraar sociologie Universiteit van Amsterdam, geldt als degene die ooit de 'spelregels' vaststelde voor actievoeren binnen en buiten de wet, in zijn vermaarde proefschrift in 1972 ’Recht, Orde en Burgerlijke Ongehoorzaamheid’ (1972). "Deze week werd ik opnieuw van alle kanten opnieuw bestormd: wat mag wel en wat niet, in een democratie? Mijn antwoord was en is steevast: ’Dank u wel, wat vindt u er zelf van?’

"Ook in een democratie kunnen wetten tegen het geweten indruisen, onrechtmatig zijn. Actie daartegen is geenszins verboden, en kan soms zelfs zeer gewenst zijn. Dat geldt nog steeds. Wel geldt de door mij al eens eerder geformuleerde paradox van ongehoorzaamheid: waar acties van politieke of burgerlijke ongehoorzaamheid het minst mogelijk zijn, in totalitaire regimes, zijn ze moreel en juridisch het meest te rechtvaardigen; waar die acties verreweg het gemakkelijkst zijn te realiseren, door de openheid van het regime, in democratische rechtsstaten, zijn ze moreel en juridisch het minst te rechtvaardigen. Dit klinkt erg vanzelfsprekend en dat is het ook. De geoorloofdheid van ongehoorzaamheid en verzet is afhankelijk van de staatsvorm."

"Gemeten naar de stand van zaken in de jaren zeventig en tachtig, vallen de stille inbraken van Wijnand Duyvendak en de persoonlijke bedreiging van hoge ambtenaren niet onder de noemer van ’burgerlijke ongehoorzaamheid’. De aanslag op Aad Kosto’s woning en andere Rara-rariteiten, zoals de nooit opgehelderde aanslag op het ministerie van Sociale Zaken, kunnen en konden evenmin enige rechtvaardiging vinden. De tijdgeest in het begin van de jaren tachtig geeft geen extra rechtvaardiging achteraf. Duyvendaks huidige inzicht dat een democratie slechts bij de democratie passende actiemiddelen kan verdragen is juist en verstandig, maar komt erg laat. Toen bestond en gold datzelfde inzicht immers ook al; de discussie over geoorloofdheid van actiemiddelen en geweld was bovendien bij eenieder bekend.

Slechts ideologische verblinding, uitgedrukt in het bekende anti-democratische ’het doel heiligt de middelen’ en onderlinge wedijver wie het verst durfde te gaan, kan de radicalisering van verschillende bewegingen in die tijd verklaren. Duyvendak verkeert daarbij in goed gezelschap van de vroege provo Relus ter Beek, de toen rechtlijnig geharde marxist Pim Fortuyn en de kraakster Rita Verdonk, politici die thans een onbevlekt democratisch blazoen toegedicht krijgen. Hun onkritische gelijkhebberij van toen vertoont echter opvallend veel overeenkomsten met de hedendaagse populistische kritiek (’Dat Haagse gedoe’).

Lees morgen meer in Trouw

mailIcon print |