*

 

Creëren natuur is goed bedoeld én rampzalig (opinie)

Piet Bakker, lezer te Texel − 01/03/08, 01:04

We willen meer natuur en we slaan aan het knutselen: een onbeheersbare wildstand.

Natuurbeschermingsorganisaties creëren op steeds meer plaatsen natuur. Om uiteenlopende redenen zetten zij dieren uit. Onlangs kwam het voorstel om wolven in te zetten om de te grote populatie damherten aan te pakken. Deze ingrepen in de natuur kunnen tot problemen leiden.

Nederland is te klein voor sommige dieren. De overzomerende grauwe ganzen die hier zijn uitgezet eten het gras op dat bestemd is voor koeien en schapen en poepen het grasland onder zodat het vee het overgebleven gras niet meer lust. Bovendien verdrijven de grote aantallen grauwe ganzen de weidevogels, die toch al in aantal achteruit gaan. De vos verwoestte een kolonie lepelaars in het Alkmaardermeer en at jonge weidevogels op.

Jac. P. Thijsse, de oprichter van Natuurmonumenten, was ooit onderwijzer op Texel. Hij ging met leerlingen naar een eendenkooi om daar nesten van een kolonie aalscholvers op te ruimen. Hij vond de aalscholvers schadelijk omdat het water en de bomen doodgaan door de zure ontlasting van deze vogels. Thijsse was een praktisch natuurbeschermer, evenals de jachtopzieners die vroeger sommige soorten roofvogels in beheer hielden omdat er anders geen jonge vogels, hazen en konijnen overbleven.

Tegenwoordig mag dat niet meer, maar voor goed wildbeheer zijn dergelijke maatregelen noodzakelijk. We vinden het doodnormaal dat de gemeente een ratten- of wespenplaag in ons huis oplost, maar we protesteren tegen soortgelijke maatregelen zoals het afschieten van wilde zwijnen.

Mensen staan steeds verder af van de kennis over de samenhang in de natuur en de realiteit dat de mens ook een natuurlijk wezen is.

Tegenwoordig telt ook een andere waarde van de natuur: het geschikt zijn voor recreatie. Veel boerenland wordt opgekocht om te dienen als laat gemaaid hooiland voor weidevogels. Het resultaat is echter vaak dat slechts enkele woekerplanten zoals pitrus, ridderzuring en distels overleven. Weidevogels verdwijnen, zij houden immers van weiden met vee. De natuur laat zich niet dwingen.

Populair is ook het vernatten van land, waarbij het waterpeil verhoogd wordt. De verwachting is dat er mooie natuur ontstaat waar weidevogels zich thuis voelen, maar wat als in de natte velden vooral pitrus of riet het beeld gaan beheersen? Deze planten moeten weer verdwijnen omdat weidevogels er niet in kunnen leven. Soms wordt ten einde raad met een verdelgingsmiddel gespoten om de biezen kwijt te raken.

Het is de vraag of de in elkaar geknutselde natuur de beoogde doelstelling wel kan halen. Vaak laat het alleen maar een verpauperd landschap achter of een onbeheersbare wildstand.

mailIcon print |