*

 

Bewuste actie werd al gauw een aanslag

Willem Schoonen − 02/05/09, 00:00

Wie donderdag niet ergens op een vrijmarkt was, heeft het live zien gebeuren. En is waarschijnlijk in dezelfde stille verbijstering gevallen als de omstanders in Apeldoorn. In een zonnig, oranje plaatje schiet plots een auto door het beeld en vliegen mensen door de lucht. Bij de NOS viel zelfs de commentator stil.

Na die eerste stille verbijstering, komt er een enorme drukte op gang, bij omstanders, politie, hulpdiensten, en bij de media. De televisie blijft uitzenden, de beelden zijn belangrijk, ook al heeft de verslaggever nauwelijks informatie en ook geen tijd die te vergaren.

Er kunnen reacties worden opgetekend van omstanders, stukjes informatie van hulpverleners over de slachtoffers, maar voor feiten is het wachten op de persconferentie van burgemeester, politie en officier van justitie, die om kwart voor vier gehouden wordt. Die persconferentie wordt integraal op televisie uitgezonden. En natuurlijk kijk je, hoewel je de meeste vragenstellers niet kunt verstaan. Je moet uit het antwoord van achter de tafel opmaken wat de vraag was.

Het nieuws kwam net op tijd voor de middagkranten. Dat noemen wij ’geluk’; je moet er niet aan denken dat zoiets gebeurt als je krant net gedrukt is. Voor een ochtendkrant als Trouw kwam het nieuws eigenlijk te vroeg. Je weet dat het de hele dag zal doorgaan op televisie, radio en internet. We zorgen voor bericht en beeld op onze website. Maar voor de gedrukte krant moeten we ons ernstig afvragen wat mensen de volgende morgen willen lezen.

De verslaggeving moet compleet zijn. Zelfs mensen die het op televisie hebben gezien of er in Apeldoorn bij waren, willen de beschrijving van de gebeurtenissen lezen. En ze willen de foto’s zien. Er waren spectaculaire beelden voorhanden van de scheurende, zwarte auto en over de grond stuiterende mensen. Die hebben we niet op de voorpagina afgedrukt, zelfs niet binnenin. We hebben evenmin foto’s gepubliceerd waarop dader of slachtoffers herkenbaar zijn. Een foto kan veel meer indruk maken dan bewegende beelden. Daar houden we rekening mee. De schrik op de gezichten van Máxima, Willem-Alexander en Beatrix was voor ons het sprekende beeld, en geschikt voor de voorpagina.

In de tekst komt het aan op toon en woordkeus. Hoe omschrijf je deze gebeurtenis? Koningin Beatrix had het in haar reactie voor de camera nog over een ongeluk. De officier van justitie sprak over een bewuste actie. Maar omdat de dader het, volgens de politie, had voorzien op de koninklijke familie, werd het al gauw een aanslag. Dat woord was terug te vinden in de koppen van vrijwel alle ochtendkranten.

’Aanslag lijkt wanhoopsdaad’, was onze kop. We weten dat niet zeker, en we zullen het nooit zeker weten, want de dader overleed gisteren. Maar het woord ’wanhoopsdaad’ is op zijn plaats. ’Aanslag’ wekt de indruk dat het gaat om een bijna militair geplande operatie om het leven te benemen van leden van het koninklijk huis. Het woord laat zich moeilijk combineren met een op hol gejaagde auto die dwars door het publiek heen rijdt.

Het woord ’aanslag’ riekt ook naar terrorisme. En dat was het eerste dat justitie donderdag uit de lucht haalde. Een bewuste actie van een individu; geen terrorisme, geen allochtone dader. Dat dat benadrukt moest worden, tekent de spanning en de angst die in de samenleving schuilgaan. Maar die nadruk was terecht. En ’Aanslag lijkt wanhoopsdaad’ was daarvan de kortst mogelijke samenvatting.

mailIcon print |