Mark Rutte heeft groot gelijk met zijn verdediging van het vrije woord. De sneren van Balkenende en Verhagen moet hij dan ook grootmoedig accepteren.
Zijn voorstel afgelopen week om het verbod op de Holocaustontkenning op te heffen, kwam de VVD-leider Mark Rutte op felle kritiek te staan. Binnen de gelederen van zijn partij roerde erelid Hans Wiegel zijn mond. Daarbuiten noemde Jan Peter Balkenende het voorstel ’onbegrijpelijk’ en ’beneden alle peil’. En Maxime Verhagen, minister van buitenlandse zaken, sprak van een ’absoluut dieptepunt’ en meende zelfs dat Rutte ’het spoor bijster was.’
Onjuiste kritiek. Natuurlijk moet de Holocaust ontkend kunnen worden. Niet omdat we antisemitisch en ander racistisch gespuis willen aansporen onbezwaard hun abjecte meningen te ventileren. Nee, de Holocaust mag ontkend worden omdat de vrijheid van meningsuiting boven iedere censuur verheven moet zijn. Dat zijn we volgens John Stuart Mill (1806 -1873) aan de waarheid verplicht.
In zijn befaamde werk On Liberty (1859) zegt hij namelijk dat we pas het recht hebben onze opvattingen voor waar te houden, als we anderen de volledige vrijheid verlenen om ze tegen te spreken en te weerleggen. Voor de mens met zijn feilbare vermogens, zegt Mill, is er geen andere mogelijkheid om enige zekerheid te hebben dat hij gelijk heeft.
Maar nog afgezien van de bezwaren die je volgens Mill kunt inbrengen, schiet je ook niks op met dat verbod. Wil je het racisme achter de Holocaustontkenning raken, dan moet je het hele racistische vertoog erachter gaan verbieden, en dan ben je net zo totalitair bezig als de ideologie die je wilt bestrijden. Het respecteren van ieders individuele vrijheid om te denken, voelen en zeggen wat hij wil, betekent nu eenmaal tevens dat mensen elkaar, om wat voor een reden dan ook, onbelemmerd mogen haten en beledigen. Het uiten van haatdragende taal is een democratisch recht.
Deze onvoorwaardelijke vrijheid voor het spreken geldt niet voor het handelen. Onze handelingsvrijheid wordt beperkt door de vrijheid van de ander. We dienen ons, kortom, aan de wet te houden. Nu weten we sinds de Britse taalfilosoof John Austin (1911–1960) dat als we spreken, we ook handelen. Zo ben ik bijvoorbeeld aan het provoceren of beledigen als ik zeg: „dood aan alle”. Maar ik kan ermee ook tot geweld aanzetten, en dat is strafbaar. De rechter zal dat echter niet op basis van die tekst alleen kunnen beoordelen. Aansporen tot geweld kan in principe in iedere willekeurige formulering gebeuren. En ook daarom is het onzinnig om Holocaustontkenning te verbieden.
Zoals gezegd ziet Stuart Mill het dulden van tegenspraak als een voorwaarde om zekerheid over je eigen opvattingen hebben. Maar hij ziet het tevens als een recept tegen het inslapen van het verstand en het verstarren van opvattingen tot fossielen van wat ooit een levende waarheid was. Vijandige opvattingen zijn volgens Mill nodig om het verstand uit de ’diepe slaap van de gevestigde mening’ te houden. Zodra de enige kracht van je meningen nog is dat ze frisse en levende denkbeelden beletten binnen te komen, is iedere mogelijkheid om ze als een innerlijk werkelijkheid te beleven verkeken.
De zwarte humor van de Amerikaanse comédienne Sarah Silverman (1970), die wel eens de ’The world’s cutest Holocaust denier’ is genoemd, kun je moeilijk fris noemen. Maar haar grappen, waarmee ze menig (joods) heilig huisje op de hak neemt, kun je toch wel als een frisse wind ervaren. Achter de grappen over de Holocaust van de joodse Silverman schuilt geen antisemitische of racistische agenda. Het zijn grappen die wakker schudden en tot kritische reflectie dwingen. Zo behoedt ze de herinnering aan de Holocaust ervoor niet tot een sentimenteel mantra over of narcistische identificatie met Joods slachtofferschap te vervallen. Daar zou je haar toch niet om willen vervolgen.
Mark Rutte heeft gelijk met zijn voorstel. Dat hij zo moedig is geweest zich op dit gevoelige punt een waar liberaal te tonen, verdient waardering. In het radioprogramma Peptalk van BNR, zei Rutte echter wel het te betreuren dat Verhagen hem zo onder de gordel wilde raken met de uitspraak dat hij het spoor bijster was.
Rutte zou die sneer eigenlijk hebben moeten toejuichen omdat Verhagen zich van dezelfde vrijheid bediende die hij met zijn voorstel wil dienen. Toch toont hij met zijn feilbaarheid onbedoeld het gelijk aan dat het gesproken woord volledig vrij dient te zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.