Menselijke domheid is net als baklucht, het irriteert, hoewel je weet dat er geen afgrijselijke initiatieven achter schuilgaan. En evenals baklucht is het internationaal. Je herkent het meteen, waar je ook bent.
De aardigste manifestatie deze week werd geleverd in de mededeling dat er in vele landen geweigerd wordt Amerikaans varkensvlees te eten vanwege het varkensgriepvirus. Heerlijk, dat soort stompzinnigheid, liefst uitgedragen met verontwaardigde ondertoon. Het mondmasker mag er overigens ook wezen. Het is een fraaie illustratie van het Engelse spreekwoord dat niets zo gevaarlijk is als een klein beetje kennis.
Nou geloof ik dat die mondmaskerdragers/sters nog wel om te praten zijn, maar tegen sommige domheden is geen kruid gewassen. In Het Parool van 25 april en later bij ’Pauw & Witteman’ werd zo’n domheidsvariant beschreven door Hanneloes Pen en Frans Bosman. Ik schrok ervan, want ik heb in het verleden zelf ook wel de zorg gehad voor mensen met hiv die naar het type bijeenkomst gingen dat Pen en Bosman beschrijven.
Het gaat om diensten in een migrantenkerk in Diemen waar gelovigen uit Suriname, de Antillen en enkele Afrikaanse landen bijeenkomen. Tijdens de dienst vinden ’genezingen’ plaats die zieken verlost van bijvoorbeeld hiv maar ook van homoseksualiteit of de vloek van een buurvrouw. Pen en Bosman doen er niet antropologisch over, dat wil zeggen, ze proberen er niet achter te komen op grond van welke overwegingen de voorgangers en de gelovigen in deze kerkdiensten denken dat hiv of andere menselijke narigheid kan worden verholpen door de daar gebruikte methodes.
Wat voor methodes?
Men laat de zieke bijvoorbeeld gedurende zeven dagen borst en schouders met knoflookolijfolie insmeren onder de woorden ’Lord give me new blood’, waarna je de hiv-medicatie kunt laten staan.
Er is een verschil met de varkensvleesweigeraars van hiervoor. Denk ik. Zoals ik al zei, ik geloof dat die te overtuigen zijn als Ab Osterhaus of Roel Coutinho er even voor gaat zitten.
Mijn ervaring met sommige Afrikaanse hiv-patiënten is even frustrerend als fascinerend op dit punt. Wat ik ook smeekte, argumenteerde of dreigde, hun respons was veelal een ogenblikkelijk aanvaarden van wat ik zei, zonder dat ze ook maar één ogenblik dachten aan ophouden met knoflookolijfolie of doorgaan met mijn hiv-remmers.
Doodeng, want stoppen met hiv-remmers betekent dat het virus onmiddellijk zijn verwoestende werk hervat en, erger nog, het betekent dat je weer besmettelijk bent, maar dat viel allemaal niet uit te leggen.
Vooral die ogenblikkelijke aanvaarding van mijn betoog was opvallend. Op die manier hielden ze mij mooi van het lijf en konden ze gewoon doorgaan datgene te doen dat hen als wenselijk en begrijpelijk voorkwam. Vooral ’begrijpelijk’ is belangrijk hier.
Ik geloof niet dat erg veel Nederlanders het verschil kennen tussen een bacterie en een virus, voorbij de wetenschap dat een virus zo mogelijk nóg kleiner is dan een bacterie. Ik zie uw correctie op dit punt met gepaste deemoed tegemoet.
En toch weten de meeste Nederlanders aardig om te gaan met wat artsen zeggen over virale en bacteriële infecties. Ik laat nu even terzijde dat ze vaak blijven denken dat antibacteriële middelen helpen tegen virussen.
Waar het mij om gaat, is dat wij gewend zijn geloof te hechten aan de effectiviteit van een procedure die op het eerste gezicht absoluut niet effectief lijkt. Ik doel op het nemen van pillen tegen een slopende ziekte als aids. Het gaat daarbij bovendien om zeer ’droge’ pillen. Je hoeft ze alleen maar door te slikken. Er hoeft geen zang en dans bij, bedoel ik. Of verzuchtingen in de trant van ’Heer geef mij nieuw bloed’.
Bezoekers van kerkdiensten als die in Diemen bevinden zich op een veel grotere afstand van bacteriën en virussen, die voor hen zo mogelijk nog minder substantieel zijn dan voor mensen die in de Europese traditie zijn opgegroeid. De bloedeloze benadering van hiv met capsules die zonder verdere smeking het lichaam in gestuurd worden, treft hen als uitermate onwaarschijnlijk.
Het fascinerende van die andere afstand is dat je daarin als 21ste-eeuwse Europeaan ontdekt dat wat wij een rationele analyse van de gebeurtenissen noemen, niet door iedereen als vanzelfsprekend wordt beleefd. Helemaal niet als het om bedreigende gebeurtenissen binnen je eigen lichaam gaat.
Overigens is menig 21ste-eeuwse Europeaan bij zo’n interne dreiging zelf ook nog altijd geneigd om voor de zekerheid ook even naar ’Diemen’ te gaan. De alternatieven doen het erg goed hoor. Dat komt door hun duiding van ziekte als een begrijpelijke aanval. Virussen en bacteriën zijn onbegrijpelijk, in die zin dat zij geen bedoelingen hebben jegens hun ’slachtoffers’. Wie kan leven met het idee dat je ’zomaar’ dood moet?
Bij wind mee hoeven we geen uitleg, maar o wee als het tegenzit. Bij leed eisen we een goed verhaal en geen virologie.
Smeren met knoflookolijfolie tegen hiv is dom, omdat het niet helpt. Maar het is wel een domheid met plaatjes die we begrijpen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.